Transformatie!

Een terugblik op het jaar dat maar niet op gang kwam

Aan het eind van de maand januari ben ik begonnen met het schrijven van een blog. Doel daarbij is het vastleggen van mijn gedachten en bevindingen. In eerste instantie puur voor mijzelf. En, gebruik makend van de ervaringen die ik al lezend, ontmoetend en reizend heb opgedaan. En vervolgens ook gebruik makend van de mogelijkheid om die via dat blog te delen. Reacties daarop krijgen is mooi meegenomen. Dat past bij mijn algemene instelling als kenniswerker: delen is vermenigvuldigen. Anders dan het delen van de bijdragen via bij instagram account en via linkedin heb ik daar verder geen moeite voor gedaan. En ja, het is mijn blog een enkele uitzondering daargelaten komt mijn naaste familie niet aan bod.

Zo aan het eind van het jaar daarop terugkijkend helpt het me hopelijk om een beetje grip te hervinden op dit rare jaar. Gelijk eenieder werd ook ik zeer beperkt in de mogelijkheden vanwege Corona. De activiteiten als lokale vrijwilliger werden frequent on hold gezet. Museumbezoek was maar beperkt mogelijk dus is het aantal reiskilometers met eigen of openbaar vervoer is zeer gering. Dus waar houdt zo’n mens zich dan mee bezig?

In onderstaande figuur is het overzicht van de titels opgenomen. Daarnaast staat een korte weergave van de belangrijkste inhoudelijke thema’s . 

onderwerpaantal
Transformatie12
Raad Beek11
Corona9
Klimaat8
Verkiezingen/formatie5
Jeugd4

Dat ik zo vaak iets vermeld heb gerelateerd aan het werk als raadslid in de gemeente Beek is natuurlijk niet verrassend. Het vormt immers een belangrijk kader voor mijn maatschappelijke activiteiten. Opmerkelijk is wel dat ik me kennelijk ingehouden heb om veel te schrijven over het controversiële vliegveld dat we in onze gemeente hebben nl. MAA. Voor de lokale gemeenschap is dat een terugkerend en zorgen wekkend onderwerp. Terwijl de lokale politiek er met een grote boog omheen blijft lopen. Vanuit mijn groepering (Progressief Beek) agenderen we het onderwerp bij iedere zich voordienende gelegenheid. Mijn eigen acties in deze richt ik dan ook op ondersteuning van provinciale politici aangezien daar de discussie over een gezonde toekomst niet uit de weg gegaan wordt.

Transformatie als centrale thema

Terugkijkend constateer ik dat ik het vaak heb over een thema als “transformatie”. En eigenlijk is dat niet zo verrassend. Als professionele kenniswerker was dit onuitgesproken een thematiek die me veel heeft beziggehouden. Als betrokkene bij onderzoek via het verbinden tussen verschillende kennisdomeinen. In de loop van de tijd veranderden de onderwerpen, maar steeds weer vormde verbinden van kennis naar toepassing de kern. In de CLB tijd: celbiologie, haematologie en immunologie. Bij wetenschapsbeleid: hulpmiddelen voor gehandicapten. Bij TNO en IRV: ouderen en technologie. Bij Saxion en Zuyd: Zorg en technologie. In al die gevallen was ik de toepassingsgerichte ondersteuner die door partijen bijeen te brengen (langs de wegen van de inhoud!) bijgedragen heeft aan het creëren van nieuwe mogelijkheden. Niet voor niets was in de laatste 15 jaar mijn motto ‘Zorg en Technologie; Benut de mogelijkheden”. Daar zat immers voor mij de drive.

Toenemende innerlijke onrust

Zo terugkijkend naar mijn jaar 2021 valt me eigenlijk op waar de door mijn gevoelde onrust eigenlijk vandaan kwam. Heb ikzelf de neiging om verbanden aan te leggen tussen verschillende ontwikkelingen en daar kansen en mogelijkheden in te zien, dat blijkt geen algemeen gemeengoed te zijn. Want hoe logisch is het eigenlijk om te zien wat het gevolg moet zijn van de ontwikkelingen op klimaatgebied? Ontkennen kan niet meer dus doe iets aan de oorzaken (minder en duurzamere groei). En als mondialisering een van de oorzaken is van de exponentiële verspreiding van het corona virus en aanleiding geeft tot een lockdown. Hoe bizar is het dan om een mobiliteitspatroon gelijk weer op te pakken alsof niets is gebeurd? En als marktwerking in de zorg geen oplossing biedt voor verdeling van de schaarste waarom gaan we er dan toch mee door? Zo kun je door blijven gaan en dat deden we dan ook in het afgelopen jaar. Ondanks de roep op verandering had de nationale 2e kamerverkiezing helaas als resultaat dat het huidige kabinet door kan gaan omdat het een meerderheid behouden heeft. Meest verrassend in deze is nog dat het van maart tot december heeft moeten duren voordat er iets van een regeerakkoord gebrouwen is. 

Zoals gezegd voor mijzelf was dat eigenlijk alleen maar meer aanleiding om onrustiger te worden. Jezelf beperkingen op moeten leggen en dat terwijl de afslag naar een fundamentele verandering/verbetering maar niet genomen wordt. 

En als je dan zoals ik in een blog van 17 februari deed, teruggrijpen naar het rapport van de club van Rome, met daarin de schets van de klimaatontwikkeling, dan realiseer je je dat 50 jaar beleid vanuit mijn eigen generatie van baby-boomers niets, maar dan ook niets heeft gedaan om deze ellende te voorkomen. Dat besef drukte steeds zwaarder op me. Ik werd pas bij lezing van het boek van Jan Rotmans “Omarm de Chaos” een stukje geruster. Hij laat zien dat transformeren van organisaties en processen kan. Ook dat het kan ontstaan in het brein van enkelingen. Die op de juiste plek aangekomen de noodzakelijke krachten weten te ontwikkelen om een tijdrovend proces in gang te kunnen zetten. Paul Polman (unilever) Feike Seibesma (DSM) Marian Minnesma (Urgenda) Jonathan Pols (Milieudefensie) dat zijn van dat soort mensen die het verschil kunnen maken. In de politiek heb ik dat indertijd meegemaakt bij Joop den Uyl (PvdA) en afgelopen jaar gezien bij Sigrid Kaag. (D66). Ze maken het verschil omdat ze een beeld geven van de richting die ze in willen gaan, om het woord visie die ze hanteren maar niet te gebruiken.

En nu door?

En dat brengt me bij de transitie van 2021 naar 2022. Met een beetje herwonnen zelfvertrouwen durf ik de onrust die 2021 heeft gebracht wel achter me te laten en iets onbevangener te gaan zien wat 2022 in petto heeft. Geheel gerust ben ik er op landelijk niveau kijkend er niet op. Immers onze landelijke (marketing-) manager denkt nog steeds dat hij in staat is leiding te geven aan de ontwikkeling. Het treft daarbij dat hij niet behept is met iets wat lijkt op een visie. En dus zal het een richtingloze ontwikkeling zijn die onder zijn leiding doorgemaakt wordt. Tenzij er in zijn omgeving iemand opstaat die wel vanuit een eenduidig kompas een aantal gerichte stappen durft te gaan zetten. Maar dat is kennelijk aan moderne politici niet gegeven. De laatste column van Louise Fresco in de NRC hint daar in ieder geval wel naar https://bit.ly/3mHdq55  

En lokaal dan?

En lokaal zo zal de lezer zeggen. In bijna de helft van mijn blogs is een verwijzing naar de lokale politiek terecht gekomen. En daarbij gaat het dan ook om een verandering van werkwijzen op specifieke gebieden. En komend jaar hebben we de mogelijkheid om een wijziging in het lokale bestuur aan te brengen. Mijn groepering (Progressief Beek) vindt dat het nodig is getuige de prominent gebrachte leus “Tijd voor verandering”. Geheel logisch is dat ik met mijn kennis en ervaring meegeholpen heb om dat nieuwe programma tot ontwikkeling te brengen. Net zo logisch ook dat ik mijn plaats in het lokale bestuur ter beschikking ga stellen. Wie hem krijgt dat maakt de kiezer wel uit. Dus ook voor mij is het weer tijd voor verandering. En dat is wellicht aanleiding voor een volgende serie blogs in 2022!

Corona en andere chaos

oftewel; lukt het om overeind te blijven in deze (be-)stuurloze periode

We zitten midden in de vierde golf van de coronabesmettingen. De wekelijkse getallen zijn nog niet eerder zo hoog geweest. En dat terwijl we dachten langzaam naar de versoepelingen van de maatregelen kunnen gaan. En ja hoor weer een lockdown. Gedeeltelijk deze keer. Van 5 uur ‘s avonds tot 7 uur ’s ochtends. Dat het nodig is daar twijfel je niet aan. Zeker als je het indringende verhaal van de ziekenhuisbestuurder David Jongen via Buitenhof hoort. Zijn collega’s spreken al van “oorlogsgeneeskunde” oftewel redden wat er te redden valt en weten dat niet alles te redden is. Dan is het heel logisch dat de vertwijfeling toeslaat. En dat na een aanhoudende periode van enkele weken waarin veel bedden zijn vrijgemaakt voor de zorg aan corona patiënten. En nu wordt men gedwongen om ook zorg die niet langer dan 6 weken uitgesteld mag worden toch uit te stellen (kankerbehandeling, hartoperaties). Gelijk eerdere periode is de regio Limburg nu weer mee de eerste regio die het zo zwaar te verduren krijg. De redenen liggen deels in de vergrijzing maar toch ook al de veel langer bekende kortere levensduur als gevolg van een lagere sociaal economische status van de bevolking.

David Jongen Directeur Zuyderland

Onderschatting ernst situatie als oorzaak voor falen?

Het verhaal hoe dit zo kon gebeuren is eigenlijk niet zo spannend. Velen dachten we zijn klaar met het virus. Maar ja dat virus blijft hier. En het verrast ons steeds weer. De korte klap mag weer plaats maken voor de lange adem. Het is nota bene bijna twee jaar geleden dat de eerste geluiden over een merkwaardig virus de kop op stak. Twee jaar van geploeter om het er onder te krijgen. Collectief is dat niet gelukt zoveel is zeker. Een virus dat verandert en zich keer op keer aanpast en zorgt voor een nieuwe golf van infecties. Na de uiterst besmettelijke Delta variant mogen we ons nu teweer stellen tegen de nog besmettelijker Omicron variant. Eigenlijk is het fantastisch als je ziet hoeveel we in zeer korte tijd te weten kunnen komen over een dergelijk virus. Gisteren werd er bij Op1 al een plaatje getoond met de kenmerken van deze variant in vergelijking tot eerder waargenomen varianten. Zo is een Phylogenie oftewel een virusstamboom opgesteld aan de hand van de waargenomen mutaties

In het weekend klonk veel ophef over de ontdekking van dat nieuwe virus. De roep om de grenzen te sluiten en zo de verspreiding in te dammen klonk allerwegen. Maar nu, twee dagen later wordt duidelijk dat deze variant van het virus alweer veel langer onder ons is. Grenzen sluiten helpt dus niet als crisismaatregel. Maar de basismaatregelen zijn nog onverkort effectief in het voorkomen van de verspreiding.

Nemen we nu wel de juiste maatregelen?

Nog volstrekt onduidelijk hoe effectief de beschikbare vaccins tegen deze variant kunnen zijn en welke ziektelast ze gaat veroorzaken. Feit is dat nu wederom een belangrijke bijstelling in de strategie moet worden uitgedokterd. Is een halve lockdown het middel dat ons uit deze crisis helpt? En hoe lang mogen we die dan gaan toepassen?  En dat met een winter voor de deur. In de zoveelste persconferentie heeft het leidend duo Rutte en De Jonge voor het eerst iets van een boetekleed aangedaan. Toegegeven dat ze niet zo effectief hebben gecommuniceerd. Dat is goed om te horen, maar of het echt helpt. Die vraag mag zeker worden gesteld.  Maar nog steeds is de communicatie er niet op gericht om echt iedereen er toe te brengen om zich te laten vaccineren. Het helpt ook niet dat inmiddels duidelijk is geworden dat we na 6-9 maanden na de vaccinatie toch een boosterprik nodig hebben om de bescherming op peil te houden. De belangrijkste verdedigingslinie die we hebben bestaat uit twee aspecten; het via gedragsmatregelen voorkomen van verspreiding van het virus en via vaccinatie het verminderen van de ziektelast. En daarom is het gekmakend dat de gedragsmaatregelen slecht worden ondersteund en dat niet volop ingezet wordt op een zo hoog mogelijke vaccinatiegraad. Inmiddels moeten we constateren dat dit virus niet meer weg zal gaan. Het uitdoven ervan gaat ons niet lukken. Juist omdat de toepassing van vaccins zo slecht verdeeld is. Zijn we in de westerse wereld toe aan het geven van een booster aan iedereen, in Afrika is een vaccinatiegraad van minder dan 25%. Dus alle kans voor het virus om zich door te ontwikkelen.

Over het vaccin doen de meest wilde verhalen de ronde. En ze worden keer op keer weer verspreid. Dat dit bij sommigen leidt tot echte paniek als er sprake is van het zetten van een prik is dan niet verrassend. En Ja zoals in bijgaande foto kun je natuurlijk met man en macht proberen om het gemoed van deze 8 jarige Israëlische jongen zo te stemmen dat de prik gezet kan worden. Ik blijf het toch een bizar beeld vinden.

Vaccinatie van een 8-jarig Israëlische jongen

Hoe consistent is ons beleid?

Na bijna twee jaar beleid komen we tot de ontdekking dat het Nederland kennelijk zeer veel moeite kost om een beetje consistent beleid tot ontwikkeling te krijgen. Wat kan wel en wat kan niet is dan een belangrijke vraag. Politiek gesproken wil men nu een zg 2G beleid organiseren Dat wil zeggen dat wanneer je via een QR code kunt aantonen dat je volledig gevaccineerd bent of dat je de ziekte al hebt doorgemaakt kun je toegang houden tot evenementen en voorzieningen. Bij een 3G beleid is ook nog de optie om aan de hand van een sneltest aan te toten dat je geen virus bij he draagt. Voldoe je niet aan die voorwaarden dan krijg je geen toegang. Het is duidelijk dat dit controversieel is. Maar ook dat wetswijziging nodig zal zijn om dit voor elkaar te krijgen. Natuurlijk leidt dit tot een tweedeling in de discussie en een tweedeling in de maatschappij. Immers de 15 % niet-gevaccineerden worden buitengesloten. Wat mij betreft is die discussie ook aardig ontspoort.

Dat heeft mede kunnen gebeuren omdat onduidelijk is binnen welk perspectief deze vergaande maatregelen geplaats moeten worden. Als ze gaan helpen, wanneer mag je dan verwachten dat ze beëindigd gaan worden, welk mijlpaal wil je bereiken. En dat wordt in de Nederlandse situatie niet meegenomen. En dan kan de discussie gewoon blijven doorgaan zo blijkt.

Rudi Westendorp maakte in dat programma Buitenhof daar een aardig statement over. Hij kent als oud hoogleraar Ouderenzorg aan de univ Leiden de Nederlandse situatie heel goed. Nu hij betrokken is bij de univ van Kopenhagen kan hij de vergelijking met Denemarken maken. De vaccinatiegraad is in beide landen vergelijkbaar. Maar in Nederland is er luid protest tegen de maatregelen, hebben we een halve lockdown en is eigenlijk iedereen ontevreden. Door beide landen te vergelijken heeft hij een idee hoe dat zo is kunnen ontstaan. Beide landen hebben het Polderen in de bestuurscultuur staan. Alleen maakt Nederland het niet af. We blijven doorgaan ook als er een besluit genomen is. En zo kan het gebeuren dat de 80% de achter het besluit staat overvleugeld wordt door de minderheid en de discussie niet stopt.  Voeg daarbij dat het besluit niet transparant gedeeld wordt zodat iedereen het hoe en waarom kan volgen en ziedaar de voedingsbodem voor de continue discussie.

Rudi Westendorp

En verder?

Er wordt nog druk gesleuteld aan een nieuw kabinet. Kennelijk wordt er vooruitgang geboekt want er wordt nauwelijks meer gelekt. Daarbuiten gebeurt er wel het nodige dat in de goede richting gaat. Shell mag dan naar Groot-Brittannië verhuizen, het ABP en andere fondsen investeren er niet meer in. Het bedrijf lijkt de slag naar duurzaamheid te laat ingezet te hebben. Tata Steel (Hoogovens) wordt eindelijk gedwongen om sterke maatregelen te nemen om de verspreiding van lood te reduceren. Misschien is dat de voorbode van en positieve ontwikkeling. Want als je goed kijkt zie je dat het bedrijfsleven de klimaatboodschap beter begint te begrijpen dan onze overheid.

In wat voor tijd leven we eigenlijk? 

Een antwoord daarop is moeilijk te vinden. Volg je de berichten dan lijkt het erop dat heel veel verschillende zaken samenkomen. Biodiversiteit, economie, klimaat, pandemie, toenemende kloof tussen “have en have-not”, bestuurlijke aderverkalking en ga zo maar door. Dat werd mij pas goed duidelijk bij het lezen van het boek van Jan Rotmans.  Zijn boodschap “0marm de chaos” vind ik zeer treffend gekozen. Nou hakt hij al wat langer met dat bijltje. Maar hij laat ook zien dat noest volhouden uiteindelijk wel tot verbeteringen leidt. Zie de acties van Urgenda. Maar zie ook wat bedrijven zelf kunnen doen. De transitie van b.v. DSM in mijn regio van energieleverancier (steenkool) via plastics naar bulkchemie en uiteindelijk voedingsmiddel industrie laat zien dat het kan. Cruciaal daarbij is het ontwikkelen van een visie en op basis daarvan consequent gerichte stappen naar die beoogde toekomst te zetten. Zoiets heet “transformeren”. En ja dat kan ook voor onze bestuurlijke ontwikkeling. Vandaar dat de acties van Urgenda eindelijk resultaat geven.  Als je dat door vertaald naar onze landelijke politiek is duidelijk dat we behoefte hebben aan nieuw leiderschap. Maar wat dat in gaat houden is nog maar zeer de vraag. Voor mijzelf is helder dat ik de gladde, opportunistische praatjes van Mark Rutte meer dan zat ben. Hoe langer die formatie duurt des te beroerder zijn uitingen. De gedachte dat we nog vier jaar naar die man moeten luisteren stemt droevig. Maar misschien is dat ook Nederlands. We veranderen pas als het water echt tot aan onze lippen staat. Als ik iets hoop van deze periode is het toch wel dat het nieuw te vormen kabinet een duidelijker kompas gaat hanteren en dat de mensen die daaraan leiding gaan geven in staat zijn daarvoor draagvlak te verwerven. Een niet geringe klus. Maar als zij in staat zijn “de chaos te omarmen” begin ik weer een beetje vertrouwen in de Nederlandse toekomst te krijgen. Het boek van Jan Rotmans heeft me wel geholpen om in te zien dat de transformaties die we met elkaar door moeten maken nog heel veel tijd zullen vergen. Dat inzicht maakt de huidige situatie voor mij in ieder geval iets beter hanteerbaar.

Geen  bla, bla, bla maar action, action, action dat vraagt het klimaat!

Het was me de week wel. En spoiler alert bij het begin het is nog lang niet klaar

Vorige week begon in Glasgow de 5 jaarlijkse klimaatconferentie. De rapporten van het IPPC lieten aan duidelijkheid niets te wensen over. In de vorige in 2015 in Parijs was er voor 2050 een tussenresultaat de temperatuurstijging beperkt houden tot anderhalve graad Celcius als doel geformuleerd. Nu weten we dat alle voorgenomen maatregelen dat doel niet ondersteunen. Kortom er moet meer gedaan worden om het beoogde minimum resultaat te halen. Dat levert de nodige druk op de bijeenkomst en haar deelnemers. Maar overtuigend is dat allerminst. Vandaar dat menigeen naar Glasgow getrokken is om de kat de bel aan te binden. Greta Thunberg als vertegenwoordiger van de jonge klimaatactivisten was in haar speech vrij duidelijk. Zie bijgaande video.  https://t.co/2wpM9GN4ZM

Greta Thunberg. in Glasgow

In veel landen zijn voorbereidingen getroffen tot het houden van klimaatmarsen. De centrale datum daarvoor is 6 november. Halverwege de conferentie in Glasgow. 

Ondertussen in Nederland.

We hebben weer een persconferentie gehad over het corona beleid. Het kabinet kondigt voorzichtige maatregelen aan. De acceptatie daarvan valt getuige he krakeel dat niet van de lucht is, best wel tegen. De verwachting is dat verdere aanscherpingen per 12 november aan de orde zijn. Is het onder die omstandigheden verantwoord om mee te doen met een klimaatmars in Amsterdam? Met enkele vrienden had ik afgesproken dat te gaan doen Maar – hoe nodig ook- lijkt me nu niet aan de orde. Al hoop ik wel dat de organisatoren iets weten te verzinnen om de collectieve druk op de ketel te houden. want met een Nederlandse klimaatstaatssecretaris ( ook VVD) die “niet houdt van hardere maatregelen zonder te weten hoe ze die kan gaan halen” zijn wij aardig in de aap gelogeerd.

Ik post dan ook maar onderstaande bijdrage aan mijn sociale media

De woorden van Greta hebben duidelijk indruk gemaakt. Theatermaker Eveline van Rijswijk weet er wel weg mee getuige deze bijdrage https://t.co/gsfkUAimDi

Een beetje relativering doet wel goed.

Nou ik vind het bemoedigend om jonge mensen te ontmoeten die het taaie gevecht vol vuur toch ook weer aan gaan. Geeft een beetje moed. Al werd ik maandag tijdens een wandeling toch boos op mijn wandelmaatje toen mij in het gesprek weer heel helder werd dat het onze generatie is die het aardig verkloot heeft. 1972 grenzen aan de groei rapport van de club van Rome weet je nog.?! En wat hebben we in al die tijd gedaan? We hadden 50 jaar de tijd, maar we zijn niet eens begonnen met maatregelen en het water staat bijna aan onze lippen

Op diezelfde maandag is onze minister president ook in Glasgow aanwezig. In een van zijn jolige  buien verwijst hij naar de uitspraak van Greta. Hij komt met de prachtige kreet “It is time for Action, Action, Action.

Prachtig om te zien dat de omgeving invloed heeft op het denken en de uitingen van onze nationale marketingmanager. Hadden we anders verwacht? Nee toch. Maar het zou wel fijn zijn als er nu eens een keer gevolg gegeven zou worden aan die woorden.Niet lang daarna komt er een aap uit zijn mouw. Enkele landen hebben het initiatief genomen om de winning van fossiele energie niet langer te ondersteunen met allerlei financiële overeenkomsten. Australië geeft aan dat ze stappen willen gaan zetten in het verminderen van het steenkool gebruik. Maar wie schetst onze verbazing? Desgevraagd geeft Nederland aan dit initiatief niet te ondersteunen. Een Kamermotie die daarop gericht is wordt door onze staatssecretaris ontraden. Via Rutte komt het argument; tja als demissionair kabinet kunnen we dit niet doen. Er wordt ook nog verwezen naar de belangen van grote bedrijven zoals Bos Kalis en Heerema. Wat blijft er zo over van zijn uitspraken in Glasgow : het is tijd voor action, action, action?

Klimaatmars Amsterdam 6 november

Een indrukwekkend aantal mensen komt op 6 november naar Amsterdam. Het zouden er zo’n 40.000 zijn geweest. Wat ik van de beelden via internet kan zien zijn het mensen met een hoge mate van creativiteit om hun boodschap duidelijk te maken. Ja daar had ik eigenlijk bij moeten zijn. Maar met code rood en opnamestoppen in de regionale ziekenhuizen was dat onverantwoord. Dus doe ik het maar op mijn manier.

Maandag wordt duidelijk dat de druk van een dergelijke demonstratie toch iets kan uithalen. Rutte maakt een draai van jewelste en als gevolg daarvan wordt toch de handtekening gezet onder de investeringsstop in olie en gas. Een mooie tussenstap als je het mij vraagt.

Ja zo kun je stellen, de marketingmanager had zijn knopen weer eens geteld en wist wat hij moest gaan doen. Natuurlijk pas nadat druk overleg gepleegd is met de betrokken Nederlandse bedrijven. We zullen natuurlijk niet weten welke beloftes daar zijn gedaan. Voor de zoveelste keer krijg ik in de gaten hoe belangrijk het is om vanuit een bepaalde visie tot handelen te komen. Het geeft je de motivatie en creëert gelegenheid om proactief en gericht bezig te zijn. En dat is heel wat anders dan achteraf brandjes te blussen. De klimaattransitie die we met zijn allen door zullen moeten gaan maken is een formidabele opgave. Dan kom je er niet mee met het zeggen “het moet haalbaar en betaalbaar zijn” Juist van politici mag je dan veel meer verwachten. Niet alleen het uitdelen van een heldere boodschap (no more blabla bla maar action action action) maar je moet het ook mogelijk maken. Niet alleen door als overheid wetgeving en randvoorwaarden te creëren. Maar juist ook aan de burger perspectief en handreikingen te bieden opdat die de transitie mee kan en wil gaan maken.

Wat dat betrof heb ik met veel belangstelling via instagram het gesprek gevolgd dat Sigrid Kaag voerde met Marianne Minnesma van Urgenda. Fantastisch om te zien hoe zijn meehelpt bij de ontwikkeling van echt stimulerend beleid.

De boodschap van Marian Minnesma:

– Gebruik veel meer het kader van de energieproviders om decentrale oplossingen mogelijk te maken (vereist wetgeving)

– Maak in 10 jaar echte stappen. Help de burgers bij het doen van de investering door het in blokken te splitsten. De energieleverancier kan tegelijkertijd de infrastructuur aanleggen om van het gas af te komen (voor koken verwarming en zo) En decentraal energie op te wekken en te gebruiken. Bv door een opslag te brengen bij de maandelijkse lasten van waaruit de financiering wordt betaald. 

– Overheid communiceer regelmatig over de oplossingen die bereikt worden om de mensen te stimuleren in het volhouden van het traject

– Regel het zodanig dat we met zijn allen in de tien jaar de echte omslag maken als het moment daar is bv bij anders koken verwarmen en rijden

Ja en zo gaat ze door. Verfrissend om te zien (https://www.instagram.com/tv/CWBYmZDIxR6/?utm_source=ig_web_button_share_sheet) Zouden ze dit ook aan de klimaattafel van de kabinetsformatie echt gaan oppakken? Het vervolg van de klimaatconferentie zullen we gaan zien later deze week.

En wat speelt er in Beek?

Als lokaal politicus is het zonder meer een drukke week. Niet alleen de goedkeuring van de begroting voor het volgend jaar. Maar ook de installatie van de jeugdraad met uit hun midden een kinderburgemeester. Vanuit de 4 basisscholen die beek heeft zijn 12 leerlingen uit de leerjaren 6 en 7 gekozen om lid te worden van de jeugdraad. Met elkaar gaan zij plannen maken voor de Beekse kinderen. En daar zal de Raad de middelen voor gaan organiseren. Bij de presentatie bleek dat deze kinderen niet alleen ideeën hebben en niet op hun mondje gevallen zijn. Het werd zo een levendige en toch ook een feestelijke middag afgerond met de installatie van de kinderburgemeester Linn.

De geïnstalleerde jeugdraad en de Kinderburgemeester

De raad vervolgde met het bespreken van de begroting voor 2022. Omdat volgend jaar verkiezingen zijn voor de Raad was dit een zogenaamd “beleidsarme begroting”. Daarin opgenomen forse investeringen in personeel. Allerwegen is duidelijk geworden dat met name de communicatie naar de burger – vooral over de afhandeling van vragen van die burger –  beter mag. Daartoe is een motie opgesteld over een zogeheten “dienstverleningsconcept”. De ontwikkeling daarvan voorafgaand aan de vergadering en de uiteindelijke formulering daarvan deed mij verzuchten in een stemverklaring. 

Voorzitter, 

Wat een week. We zijn gegaan van no more bla, bla, bla via action action action (en dan doel ik niet op die winkel) naar vandaag. Eerst de instelling van de jeugdraad en dan komen we uit bij deze motie over dienstverlening. In de hoop dat de cirkel niet rond is stem ik toch voor deze motie. Indachtig de klassieke spreuk “the proof of the pudding is in the eating”; laten we beginnen met de actie.

En nu maar zien wat we volgende week/maand van deze ontwikkelingen nog hebben kunnen vasthouden. het zijn wonderlijke tijden.

Een dagje filosofische verdieping, het is tijd voor actie #brainwash

Afgelopen zondag mocht ik weer. Samen met twee van mijn zonen trokken we naar Amsterdam. We zijn trouwe bezoekers van het Brainwash festival. Eens per jaar met elkaar een inspirerende wind door de kop laten gaan doet goed. Vorig jaar kon het niet maar nu mocht het weer. In een dag wel vier Amsterdamse theaters (her-)bezocht dat is zeker genieten. De Balie, Paradiso, Theater Bellevue en de Melkweg zijn door ons allen al eens bezocht. Maar nu in één programma ondergebracht. Het voorgeschotelde programma bevat zoveel inspirerende presentaties dat we voor onszelf maar een tijdlijn hebben opgesteld. Begonnen met een verhaal van Paul Verhaege over “de eenzame mens”. Deze zojuist gepensioneerde klinisch psychotherapeut maakte een mooie filosofisch getinte analyse over autonomie en verbondenheid. En daarmee zette hij een krachtige basis voor het verdere verloop van onze dag. Ja we hebben het daarna nog vaker gehad over de gevolgen van het neo-liberalisme.

Grace Blakely en Sander Schimmelpennink

Onze volgende bijeenkomst bracht ons bij een introductie door de Engelse journalist/econoom Grace Blakeley Die het thema “Corporate Welfare” aansneed. Zelden ontmoet je iemand die zulke complexe onderwerpen zo welbespraakt en eenvoudig en doordringend weet over te brengen. Zij stelt dat grote bedrijven zodanig complex zijn (of althans zich als zodanig voordoen) dat het transparant besturen ervan niet mogelijk is. In haar visie moet die macht afgebroken worden. Publieke dienstverlening is gebaat bij een goede democratische aansturing. Dat het liberalisme dat heeft afgebroken onder de noemer; het is veel te complex voor leken om dat te beïnvloeden, en wij dat vervolgens nog toestaan ook, dat merken we nu. Volgens haar is dat goed te zien bij de vervolgmaatregelen genomen tijdens corona. De kapitaalkrachtige bedrijven die in de problemen gekomen zijn door Corona zijn veelal met staatssteun overeind gehouden. Maar, een groot deel van die staatssteun is vervolgens doorgesluisd naar de aandeelhouders terwijl de werkers financieel gekort zijn of zelfs ontslagen zijn. Daar moet je iets fundamenteels tegen doen. In haar ogen roept dat op een decentralisering en mede daardoor een democratisering van het beleid van deze bedrijven. Zij acht het onmogelijk dat dergelijke door autocratie geleide bedrijven (Amazon, Tesla, Meta) die nu als motor van een toekomstige economische ontwikkeling gelden in staat zijn ons allen een goede toekomst te realiseren. Immers door hun beleid neemt de ongelijkheid alleen maar toe. En zo ontstaat de grootste bedreiging voor een vreedzame mondiale ontwikkeling. Haar boodschap werd gevolgd door een betoog van de Nederlandse jurist Sander Schimmelpennink. Positief verrast als hij als liberaal was door het betoog van de socialiste Blakeley vervolgde hij op het thema ongelijkheid. Hij vulde dat aan door te wijzen op de ongelijkheid tussen arm en rijk. Als tegenmaatregel deed hij een beroep op het belastingsysteem. Want waarom wordt inkomen verkregen door werk, door dividend of door overerving verschillend belast? Het eerste wel, het tweede en derde niet of nauwelijks. Zo maak je de verschillen alleen maar groter.

Hun gezamenlijke conclusie is dat die ongelijkheid gestopt moet worden. De ene doet dat door als econoom en schrijver het bevorderen van een andere aansturing van de economie, de andere door als publicist programmamaker de ongelijkheid te etaleren. 

Het vervolg wordt gegeven door Steven Pinker. Deze taalkundige en psycholoog houdt een verhaal over het gebrek aan rationaliteit in ons denken en handelen. Volgens hem zijn we te zeer geneigd om iedere gebeurtenis te zien als een bedreiging waartegen direct opgetreden dient te worden. Die reactie komt overheersend vanuit de emoties van het moment. Het ontbreekt daarbij vaak aan een rationele afweging. Veel van het overheidsbeleid wordt ingegeven door die korte termijn bias. Zeker daar waar het de bedreiging van onze persoonlijke veiligheid betreft. Een tweetal extreme voorbeelden. Het was voor de Amerikanen betrekkelijk eenvoudig om na 9/11 een enorme oorlogsmachinerie op gang te brengen met verstrekkende gevolgen. Het is nog de vraag of dat een wezenlijke bijdrage geleverd heeft aan de veiligheid. Aan de andere kant kost het zeer veel moeite om zoiets als het dragen van een helm bij het bromfietsen voor elkaar te krijgen, terwijl de beschikbare statistische informatie zeer duidelijk is over de preventieve waarde ervan. Voorbeelden van dat verschil in redeneren zien we helaas te over in het Nederlandse politieke bestuur van nu.  In zijn bijdrage ging hij ook nog in op de mate waarin de aard van het bericht invloed heeft op onze reactie. Negatief nieuws geeft vaker aanzet tot (denken over) verandering dan positief nieuws.

Marjorie Challenger

Na een korte stop door naar de volgende bijdragen in het kader van de door Human  gemaakte selectie van bijdragen die in kort bestek worden gepresenteerd. Het eerste is van Majorie Challenger. Haar stelling is dat mensen, op een nogal onverklaarbare manier en door ondoorgrondelijke processen hebben besloten dat we losgekoppeld zijn of kunnen zijn van de natuurlijke wereld. Het gevolg is dat onze relatie met andere levende wezens op de planeet uit de hand loopt en destructief is. Voor mij als bioloog een zeer herkenbaar verhaal. Niet voor niets herinner ik mijn omgeving er wel eens aan dat wij een sociaal dier zijn, en blijven. (Overigens, het hangt een beetje van mijn omgeving af met welke indringendheid ik dat vervolgens doe) Wanneer ons eigen gedrag dierlijke trekken vertoont (b.v. agressie) vinden we dat goed als het ons economisch verder brengt. Maar het sociale/collectieve karakter van het meeste dierengedrag laten we volgens haar wat al te gemakkelijk buiten beschouwing.  

Ann Pettiflor

Ann Pettiflor vervolgde met een korte bijdrage over the green new deal. Om de benodigde klimaatdoelen te halen is het nodig om iets drastisch te doen. Dat inzicht ontwikkelde ze als econoom na de bancaire crisis van 2008. Ze maakt daarbij de vergelijking met de new deal van Theodoor Roosevelt van na de tweede wereldoorlog. Hij haalde toen de zeggenschap weg bij het financiële systeem van de banken en bracht het weer onder politieke controle. Iets dergelijks moeten we volgens haar nu ook doen om de klimaatdoelen te halen. Door aan te sturen op de innovatiekracht organiseren we de bedrijvigheid die niet alleen zorgt voor werkgelegenheid maar ook voor de financiering van de noodzakelijke klimaatambitie. Dat sluit toch werkelijk mooi aan bij het verhaal van Grace Blakeley eerder vanmiddag. Nu maar hopen dat de wereld het gebrek aan actie na de bankencrisis van 2008 niet herhaald en dat de green new deal een wezenlijke bijdrage gaat leveren aan de klimaatadaptatie. Het kan nog; nee het moet nu!

Abdelkader Benali vervolgde met een mooi verhaal over de “banaan” of de “platano”.

Een verhaal over de meerstemmigheid. Oftewel hoe geven we elkaar de ruimte om onszelf te zijn. Hij beschrijft dat mooi aan de hand van de ervaringen van een jongetje dat voor het eerst naar school gaat en geconfronteerd wordt met een andere wereld. Het ontwikkelen van begrip voor die andere wereld is lastig zeker als de culturele verschillen zo groot zijn als het geval is van een Perzisch jongetje in Nederland. Maar is dat niet evenzeer lastig als we dat culturele verschil niet zo duimendik erboven zien drijven. Zijn pleidooi is gericht op het behoud van meerstemmigheid. Dat is voor een samenleving van cruciaal belang.

Jonathan Haidt

Ons laatste verhaal bracht ons bij de wereld van de moderne digitale media. Of moet ik gelijk zeggen de wereld van de communicatie van de onderbuikgevoelens. In een mooi gesprek van Floortje Smith met Jonathan Haidt kwam eerst het onderwerp intuïtie aan bod. Uit experimenten met tweelingen kwam naar voren dat iemands gedachtengoed voor een belangrijk gedeelte wordt bepaald door zijn genetische komaf (nature), en niet door zijn omgeving (nurture) Dat hoeft niet zo erg te zijn maar het kan toch zeer vervelende bijkomstige effecten hebben. Zo typeert hij rechtse mensen als behoudend vanwege het feit dat ze zijn niet echt de neiging hebben om door te vragen naar het hoe en waarom. Voor hen geldt vaak: Je zegt het dus het is zoo. Linkse mensen zijn veranderingsgezinder en hebben de neiging om wel meer vraagtekens te plaatsen naar het hoe en waarom (kan het ook anders? Wat is de achterliggende reden?) Dat in deze gepolariseerde samenleving dat nogal wat gevolgen heeft moge duidelijk zijn. Het gesprek krijgt een wending naar het gebruik van Facebook. Het effect van regulering lijkt zeer beperkt te zijn.  Facebook besteed veel geld aan het signaleren van geweldsvolle video’s om deze vervolgens te blokkeren. Maar dat blijkt in de praktijk weinig effect te hebben. Een kleine verandering in het algoritme blijkt vele malen krachtiger te zijn en is veel eenvoudiger. Maar helaas Mark Zuckerberg is alleen uit op groei en derhalve worden geen veranderingen in het algoritme aangebracht. Toch zouden neutrale ingrepen in het gebruik van sociale media een behoorlijk effect kunnen hebben in het bestrijden van de extreme polarisatie die deze instrumenten oproepen. Een voorstel voor een simpele ingreep tot slot. Niets is eenvoudiger dan een schunnig bericht te “liken”. En als dat een aantal keer na elkaar gebeurd is de verspreiding enorm. En als de inhoud dan ook nog als waar aangenomen werd is het kwaad geschied. Een effectieve suggestie zou kunnen zijn voorkom het gedachteloos retweeten of liken. Als daarvoor nodig is dat een extra handeling gebeurd (bv eerst via knippen en plakken er een eigen bijdrage van maken) dan is gelijk heel veel gewonnen. De bezinning kan dan net op tijd toegeslagen hebben.

Zo, dat was me een aangename zondag. Met daarin veel aangrijpingspunten om de huidige wereld een beetje beter te mogen begrijpen. En daaruit ook een eigen handelingsperpectief te kunnen halen. We gaan nu de week in van de klimaatgesprekken te Glasgow. Gaat het lukken om daar het benodigde tandje bij te schakelen. De rapporten zijn alarmerend genoeg. Maar de weerzin om echt tot handelen te komen ook. Voor mij houdt dat in dat ik in ieder geval mee ga doen aan de klimaatmars a.s. zaterdag. Tenminste als dat in het kader van de coronamaatregelen nog kan.

niet willen of niet kunnen meedoen in het digitale tijdperk, een wereld van verschil

Een corona paspoort als panacee?

Het kabinet heeft vorige week als onderdeel van de bestrijding van het coronavirus besloten tot het gebruik van een digitale coronapaspoort. Iemand die een volledige vaccinatie heeft gehad kan dit laten zien door in zijn smartfone een QR code te genereren. Door deze vervolgens als afdruk of in het scherm te laten zien kan toegang gekregen worden tot bepaalde ruimtes (cafe’s bioscopen, festivals etc.etc.) En zo kunnen we weer terug naar het “oude normaal” Tenminste wanneer we dit allen als gedragslijn zouden accepteren. Maar nee dat zit er niet in. In Nederland hebben we nogal strikte opvattingen over hoe omgegaan mag worden met gegevens die wijzelf graag als privé beschouwen. Inmiddels is dat zelfs verankerd in wetgeving. Zie de algemene verordening gegevensbescherming AVG. Veel Nederlanders zijn wars van allerlei regels die door anderen worden opgelegd en doen hun best daar onderuit te komen. En na anderhalf jaar corona wordt dat op een steeds luidruchtiger manier aan anderen duidelijk gemaakt. Een in mijn ogen eenvoudige verworvenheid (een bescherming tegen het virus) wordt zo tenietgedaan en vormt vervolgens een belemmering om met elkaar terug te kunnen gaan naar een “normale” manier van samenleven die we hadden voordat Corona uitbrak. Hoe moeilijk kun je het elkaar maken om als samenleving verder te komen? 

Probleem oplossen? Maak een app. Dat is simpel!Het ontwikkelen van een Corona app, het tovermiddel dat Hugo de Jonge vorig jaar uit een hoge hoed wilde toveren, blijkt in de praktijk helemaal niet zo eenvoudig te zijn. Alle inspanningen ten spijt, het oorspronkelijke idee (een waarschuwing krijgen als je in de buurt komt van iemand die positief getest is en dus een besmettingsgevaar vormt) is niet gelukt. Gelukkig zijn er wel verschillende vaccins beschikbaar gekomen zodat we bescherming tegen het (ernstig) ziekworden kunnen verwerven. Om weer vrij in de maatschappij te kunnen functioneren is het nodig om te weten wie wel en wie niet voldoende gevaccineerd is. En daarvoor is wel een app beschikbaar gekomen. Wat houdt dat in voldoende gevaccineerd zijn oftewel wat moet die app weergeven? Dat houdt in dat beoordeeld is of je het benodigde aantal prikken hebt gehad (afhankelijk van het type vaccin) en of daarna voldoende tijd verstreken is. En daarbij dient dan ook vastgesteld te worden dat het inderdaad jouw gegevens zijn. Om dat te kunnen doen is een procedure ontwikkeld waarmee met behulp van de eigen DIGID code de GGD database wordt gecheckt of je gevaccineerd bent. Het resultaat wordt vervolgens weergegeven in de eigen smartfone in de vorm van een QR code. Een controleur betrokken bij bv het festival dat je wil bezoeken kan met een speciale lezer de bevestiging van de vaccinatiestatus nagaan. Zie bijgaande figuur. Als de output een groen vinkje is, klopt de vaccinatie status en kan toegang verleend worden. Simpel toch. En het mooie is dat er geen persoonsgegevens gedeeld hoeven te worden. Ik laat het immers uitlezen via mijn eigen telefoon. 

de stappen van de corona QR code

Een simpele oplossing toegepast in de praktijk ……en dan?

In de praktijk blijkt dat “simpel toch” echter behoorlijk tegen te vallen. Als vrijwilliger ben ik betrokken bij het Computer Doe- en Leercentrum. Dat is een lokale verzameling vrijwilligers die er genoegen in stellen om hun kennis over de moderne media te delen met anderen. Met toewijding en geduld helpen we anderen om weer toegang te krijgen tot de nieuwe verworvenheden van de technologie. Dat is nodig want het voorbeeld van de corona app laat zien welke belangrijker wordende rol die speelt in de huidige samenleving. Met het CDL zijn we lid van Seniorweb, een landelijk werkende organisatie die juist dit jaar haar 25-jarig jubileum viert. Deze club van hobbyisten werd in het begin vooral gedreven door het maken en delen van allerlei programmatjes die je met een computer kunt maken. Nu is kennisoverdracht over het gebruik van computers steeds belangrijker geworden. Iedereen gaat er maar van uit dat we allemaal toegang hebben tot deze middelen. Immers ook veel ouderen beschikken toch over een smartfone.

In 2014 had 36% van de personen van 65 tot 75 jaar een smartphone in zijn of haar bezit. Vijf jaar later is dit percentage uitgegroeid tot 85,7%. Ook bij ouderen van 75 jaar of ouder nam het percentage smartphonebezitters toe van 11,6% naar 51,9%. Daarnaast is het aantal ouderen dat actief is op social media, aanzienlijk gestegen. Bron unitedconsumers.com aan de hand van CBS gegevens.

Maar dat wil helaas nog niet zeggen dat men er goed mee om kan gaan. De vele veranderingen in die apparaten (regelmatige updates met wijzigingen in presentatie en werkwijze) creëren een mate van onzekerheid, gebruik ik het wel veilig en goed? Dat helpt natuurlijk niet. In de zakelijke wereld wordt ervan uitgegaan dat deze vorm van communicatie optimaal is, ze is namelijk snel en daardoor ook effectief. Voor hen mag dat gelden, maar voor de oudere consument is dat beslist niet het geval. Ook de overheid heeft er een handje van. Het voorbeeld met de corona afhandeling is wat dat betreft illustratief.

volkskrant 20-september 2021

Digitale communicatie alleen brengt ons niet nader tot elkaar

Dat brengt me terug bij de coronacheck. Het artikel[1] dat hierboven beschreven staat geeft prima weer waar de schoen wringt. Als je niet overweg kunt met dit soort apparatuur heb je in toenemende mate een probleem in de huidige maatschappij.

De pandemie afhandeling heeft nog voor meer afstand gezorgd. Was het al zo dat veel commerciële instellingen hun directe klantcontact op afstand hebben gedaan, de corona -pandemie heeft ervoor gezorgd dat het direct contact vrijwel volledig is komen te vervallen. Kom nog maar eens bij een bank of in een gemeentehuis. Het gaat je niet lukken om de barrière van de digitale balie te overstijgen. Voor veel ouderen was de periode van de lockdown er een van vermindering van hun sociale contacten. Met een dreiging tot vereenzaming tot gevolg. Alles went, dus na verloop van tijd worden die ontbrekende contacten niet meer zo hevig gemist. Met als gevolg dat er een afname te constateren valt van de bereidheid om nog als mantelzorger actief te zijn. En zo zitten we aan het eind van de corona periode met een opstapeling van problemen. Een toename van de afhankelijkheid van digitale dienstverlening bij iedereen en een afname van de maatschappelijke betrokkenheid bij ouderen omdat men onvoldoende digitaal vaardig is. 

Vanuit het CDL hebben we in de periode van de lockdown vele initiatieven ontwikkeld om de gebruikers van smartfones te ondersteunen bij het gebruik van video-communicatie. Dat is in principe een eenvoudige manier om afstand te houden en toch via beeld en geluid met elkaar te communiceren. Maar de eigen onzekerheid in het gebruik van deze techniek zorgt ervoor dat veel ouderen gauw geneigd zijn geweest om dit als minderwaardige communicatie te betitelen en er derhalve af te zien van het gebruik. Gelukkig kunnen we nu weer volop inzetten op het geven van cursussen aan ouderen zodat men kan leren omgaan met deze apparatuur. En de drukte die we constateren bij de wekelijkse inloop vormt wat dat betreft een bemoedigend signaal.

Geheel in lijn met het artikel dat hierboven is aangehaald bestaat er een grote, sluimerende behoefte onder ouderen om toch kennis te nemen van de moderne communicatiemiddelen. Een geduldige, probleemoplossende aanpak werkt daarbij prima. Onze ervaring is dat via mond- op mondreclame velen de weg naar onze inloop en cursussen weten te vinden. Maar de collectieve achterstand is en blijft groot. En zoals de coronaperiode laat zien, zij neemt eigenlijk alleen nog maar toe. De technologische ontwikkeling gaat voor velen te snel. We denken dat iedereen maar zelf moeite moet doen om mee te gaan. Het blijkt lastig te zijn om die voortdenderende trein van de digitalisering van de samenleving ook maar een beetje langzamer te laten gaan. Dat zou op zich al veel kunnen betekenen. In de landelijke politiek dringt heel langzaam door dat de menselijke maat weer terug moet keren in het contact burger-overheid. Het “vermenselijken” van de dienstverlening kan dan een goede stap zijn.

Ook op lokaal niveau; terug naar de menselijke maat

Ook op lokaal niveau speelt dat. Eerder maakte ik al gewag van de vermindering van de contactmogelijkheden als gevolg van corona. Je komt het gemeentehuis niet meer in zonder dat er een formele afspraak is gemaakt. En om die afspraak te krijgen zal je toch de barrière van een telefonisch contact moeten nemen. Zegt u het maar, “met wie wilt u waarover spreken…” is een eerste, dikwijls onneembare stap in het protocol geworden. Maar misschien verandert het tij. Mijn gemeente heeft in het zg. “corona herstelplan” ook opgenomen dat ze iets wil gaan doen aan het verminderen van die digitale barrières die inmiddels zijn ontstaan. Nog beter zou zijn als in dat kader de waarde van de ontmoeting en het meedoen weer wordt benadrukt. Een van de essentiële onderdelen daarin moet toch zijn dat we het contact met de individuele burger als ook dat van burgers onder elkaar weer gaan bevorderen. Eenvoudig zal het niet zijn. Het hoeft niet met de in deze regio traditionele “3 zoenen op de wang”, het mag ook met een “boks” of de “handdruk”. Maar bewust zijn van de noodzaak tot verbetering is een eerste goede stap. Want als samenleving hebben we in de coronaperiode toch heel veel ingeleverd. En ja ook voor een vrijwilligersorganisatie ligt er een uitdaging om naar elkaar een helpende hand uit te steken.


[1] Volkskrant 20 september 2021 

Zelfredzaamheid bevorderen; hoe doe je dat als gemeente in het sociaal domein?

Soms lees je iets dat je even op het verkeerde been zet. Dat overkwam mij bij het lezen van het artikel dat de promovenda Willemijn van der Zwaard schreef over haar eigen proefschrift. (https://bit.ly/3BtTGH4[1]. Het handelt over het zelfredzaamheidsadagium dat aanleiding gegeven heeft tot de decentralisaties in het sociaal domein. Als raadslid heb ik daar vanaf 2015 ook zeer indringend mee te maken. In de afgelopen periode is de gemeente  druk geweest om protocollen op te stellen en uit te voeren waarmee de aangemelde zorgvragen behandeld gaan worden. Moeten we dat streven naar zelfredzaamheid loslaten dan? Is dat de conclusie van het onderzoek?

De uitgangspunten mbt decentralisaties in het sociaal domein heb ik vanaf het begin kunnen onderschrijven.  Niet vanuit Den Haag proberen aan te geven hoe iemand zijn leven dient in te richten. Maar ook dat het geen aanleiding mag vormen om een eenheidsworst te organiseren. Het bevorderen van zelfredzaamheid is dan een prima aanknopingspunt. Immers als je zo antwoord wil formuleren op de gestelde zorgvraag dan vraagt dat nadrukkelijk maatwerk. Ook dat bij complexe leefsituaties de kennis en ervaring van professionals (b.v. wijkverpleegkundigen) noodzakelijk is. Dat vertrouwen heb ik gekregen doordat ik nauw betrokken ben geweest bij hun opleiding en de dagdagelijkse praktijk.

In onze gemeente ging de discussie dan ook over het vertrouwen dat je mag cq moet geven aan de professionals die betrokken dienen te worden bij het beantwoorden van de zorgvraag. Het resultaat daarvan is wat mij betreft teleurstellend geweest en dat heb ik nooit onder stoelen of banken gestoken. Er is immers een nieuw bureaucratisch gremium opgetuigd. We noemen het Wijkteams maar het zijn in feite een verzameling ambtenaren met een verschillende achtergrond die de cruciale afweging m.b.t. de zorgbehoefte moeten gaan maken. En dat zonder een duidelijke kennis van de dagdagelijkse praktijk van hun cliënten en of de zorgverlening. Maar dat wel doen ondersteund door een bureaucratisch getint aanbestedingsregime (zoals bij de jeugdzorg) dat nadrukkelijk vraagt om een versimpeling van de werkelijkheid. Nog net geen algoritme maar een strakke checklist wordt het wel.

Naast het raadslidmaatschap ben ik als gepensioneerde hogeschooldocent ook nog vrijwilliger. Ik help daarbij mensen met het leren omgaan met computers, tablets en of smartphones. Uiteraard zijn dat veelal ouderen die nooit iets met die apparaten van doen gehad hebben. Hun leven verliep tot dan toe prima zonder het gebruik ervan. Maar kom daar nu nog maar eens om. Contant betalen is bijna niet meer mogelijk en communiceren met de overheid is ook drastisch teruggebracht tot digitale communicatie. Vrij snel heb ik in de gaten gekregen dat je bij die begeleiding zeer realistische uitgangspunten moet hanteren. Het is niet nodig om iemand volledig inzicht te geven in de aansturing van de apparaten. Het is voldoende als men de toepassing die ervoor henzelf toe doet, zelfstandig en veilig kan gebruiken. Allerlei installaties beheren en beheersen is daarvoor niet nodig. En weet u, als het niet lukt kom dan bij mij terug dan help ik u gericht verder. Dat is de crux!

Dat brengt me bij de initiële observatie vanuit het proefschrift. Zelfredzamer word je niet door allerlei vaardigheden (nieuwe) te leren en problemen zelf planmatig te behandelen. Nee het is niet leren hoe je dat probleem een volgende keer zelf kan oplossen. Het is wel weten wanner en waar je de vraag kunt stellen die een oplossing biedt voor jouw probleem van dat moment. 

Want ja dat is een cruciale vaardigheid; durven de hulpvraag te stellen en ervaren waar dat goede adres is waar je die vraag kunt stellen. Als je dat weet en het vertrouwen kunt geven aan mensen in je omgeving die de bereidheid hebben om je te helpen, dan ben je zelfredzaam. Dat is de verstrekkende conclusie vanuit het proefschrift.

En dat zou een heel belangrijke drijfveer moeten zijn achter de systeemverandering die we bij de decentralisaties in het sociale domein nastreven. En dat is toch heel wat anders dan het organiseren van een nieuwe bureaucratie- ook al staat die dichter bij de lokale samenleving.

Dat is wat mij betreft ook de les die we moeten leren uit de toeslagenaffaire. Het beoordelen van een zorg cq ondersteuningsvraag vereist empathie en maatwerk en is niet uit te voeren door enkel een algoritme uit te rollen. Het moet maat- en mensenwerk te blijven.

Het zou mooi zijn als we dat nog eens voor elkaar kregen op lokaal niveau. Het pleidooi dat in het proefschrift van Willemijn van der Zwaard gehouden wordt is mij dan ook uit het hart gegrepen.


  • [1] W van der Zwaard “Omwille van fatsoen. De staat van menswaardige zorg” ISBN 2021 Boek: 978-94-6236-222-2, 1e druk

Jeugdzorg; hoe doorbreken we de neergaande tendens?

Nee het is niet de eerste maar ik vermoed ook niet de laatste keer dat ik schrijf over de jeugdzorg in Nederland. Sinds de gemeenten hiervoor verantwoordelijk zijn te beginnen in 2015 staat zij als gemeenteraadslid op mijn netvlies. Hadden we net in de periode 2013-2015 de vorming van het Centrum voor Jeugd en Gezin gekregen, besluit de landelijke politiek om door te zetten met de 3D’s. Oftewel het overdragen van de taken van rijk naar gemeente op de gebieden WMO, Participatiewet en de jeugdzorg. En als gevolg van de bezuinigingstaakstellingen van het VVD-PvdA kabinet van 2012 ging dat ook nog gepaard met een budgetkorting. Gemeenten zitten dichter op de praktijk dus het moet met minder middelen kunnen nietwaar. Over die misvatting schreef ik al een blog op 29 april. Inmiddels weten we dat er fikse tekorten in de uitvoering van de jeugdzorg zijn. In het totaal zo’n 1,7 miljard €. Waar dat tekort vandaan komt? Versnippering van de laagdrempelige zorg heeft geleid tot een toename in de vraag en fikse toename van de administratieve lastendruk bij de uitvoering (bureaucratisering dus), dat zijn de oorzaken. Met alle gevolgen van dien.

Zomergasten gesprek tussen Robert Vermeiren en Janine Abbring

Indringende schets vanuit de praktijk

Ik schrijf er nu weer over omdat afgelopen zondag in het programma Zomergasten de hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie Robert Vermeiren te gast was.  Zijn ideale televisieavond had hij gevuld met indrukwekkende bijdragen die de complexiteit van de jeugdzorg treffend illustreren. Het maakte op een zeer indringend manier duidelijk dat er sprake kan zijn van een grote diversiteit van problemen. Zonder direct in de diagnostische afkortingen verzeild te geraken liet hij door zijn keuze aan fragmenten zien dat snelle oplossingen vaak niet voorhanden zijn. En als hij iets duidelijk maakte dan was het vooral dat een goed contact maken met de betrokkene, noodzakelijk is om echt een idee te krijgen van wat er aan de hand is en welke mogelijke behandeling /begeleiding geschikt is.  Hij vraagt dan ook ruimte om dat initiële contact voorafgaand aan de diagnosestelling goed te kunnen doen. Dat is toch wat anders dan het – al dan niet met een multidisciplinair samengesteld team – afwerken van een diagnose checklijst. Die avond bracht mij weer terug bij de ontwikkelingen van de laatste maanden. Brengen die nu echt verbetering? En wat kan ik als raadslid daaraan bijdragen.

Aanbesteden: hoe een verdergaande bureaucratie om te zetten in een kans?

In mijn blog van 29 april (https://bit.ly/3jimbAd )maakte ik al melding van de aanbesteding voor het nieuwe contract tussen gemeenten en zorgaanbieders dat per 2023 in moet gaan. Als raadslid was ik in gesprek met enkele collega’s die toen kennis konden nemen van de voorbereiding van die aanbesteding. Dit gaat onder de noemer van de ontwikkeling van een “norm voor opdrachtgeversschap”. Mijn reactie toen was dat het wel erg veel ging over de administratieve gang van zaken en niet over de zorginhoudelijke aspecten. Hoe kunnen we onder die omstandigheden een begin maken met de noodzakelijke transformatie van de zorg? De wethouder jeugdzorg van Maastricht die dat proces voor de 16 Zuid-limburgse gemeenten trekt kon het wel met me eens zijn. Maar er zou verandering in komen. Wacht maar af. Inmiddels heb ik vanuit mijn gemeente mogen vernemen dat multidisciplinaire teams zijn samengesteld. Deze teams zijn themagericht samengesteld. (hoog specialistisch, wonen, dagbehandeling en dagbesteding groep, specialistisch/veel voorkomend en crisis) Die teams gaan gesprekken aan met (vertegenwoordigers van) cliëntenraden, adviesraden, aanbieders, verwijzers, voorliggend veld, onderwijs en natuurlijk met jeugdigen zelf”. Aangezien de gesprekken gevoerd worden in het kader van het aanbestedingstraject dat daarna moet gaan lopen stelt dat me nou niet echt gerust.  Zeker niet als ik het afzet ten opzichte van het echte commentaar van Vermeiren. (en collega’s) Moet dit nu leiden tot een betere werkwijze waar de praktijk echt mee uit de voeten kan? Of is het een heldhaftige poging om de budgettaire perikelen van de afgelopen jaren te beteugelen? Ik word er niet geruster op.

Meer geld, is dat de oplossing?

Er zijn inmiddels meerdere commissies geweest die hebben vastgesteld dat de in 2015 aangekondigde bezuiniging niet terecht is. Als laatste sprak een arbitragecommissie ingesteld door de staatssecretaris VWS en de VNG o.l.v. dhr van Zwol. (https://bit.ly/2WUDekk) Er moet landelijk gesproken gewoon geld bij. De laatste rapportage sprak van 1,7 miljard € structureel. In het contact tussen VNG en het rijk is afgesproken dat er voor 2021 en 2022 incidenteel geld bijkomt (ca 1,3 miljard€) Daarna moet het nieuwe kabinet aangeven wat er gebeuren gaat. Voor mijn gemeente is dat een financiële opsteker. De gemeente krijgt ca 960.000€. Ondanks mijn verwoede pogingen daartoe heb ik als raadslid niet helder kunnen krijgen hoeveel algemene middelen er in de periode 2015 tot nu door mijn gemeente zijn bijgepast. Maar duidelijk is dat het een fors bedrag is en dat deze compensatie zeer welkom is. “So far, so good” dat is zeker maar het is zeker nog niet “eind goed al goed”. Want structureel is het nog lang niet op orde. Uit de analyses komen tot nu toe drie grote problemen naar voren. A) een explosie van zorgaanbieders m.n. in het individuele, preventieve zorgtraject. B) door teruglopende personeelsbezetting vermindering van de capaciteit van de langdurige 24uurszorg en c) het daartussen gelegen laag intensieve traject dat zo goed als wegvalt. In mijn gemeente hebben we het vanaf 2015 gehad over de “Transitie van de jeugdzorg”. Die zou gevolgd worden door een “Transformatie”; oftewel zorginhoudelijke aanpassing aan het veranderende jeugdzorglandschap. Dat die transformatie een bij uitstek zorginhoudelijk proces moet zijn is iedereen duidelijk. Dat we daaraan nog niet echt begonnen zijn ook. Juist in dat traject moet de meerwaarde van de decentralisatie naar voren komen. Maar ook de versterking van de professionele autonomie als middel om goede kwalitatieve zorg onder de nieuwe omstandigheden te waarborgen dient goed geregeld te worden. Voor de preventieve aanpak, waarin een multidisciplinaire aanpak vanuit samenwerkende maatschappelijke organisaties (school, buurt, sociaal werk, verenigingen, Centrum Jeugd en gezin) bij uitstek geschikt is, beginnen we nu langzaam de werkvormen in beeld te krijgen. Of dat ook op decentraal niveau kan voor de zeer specialistische hoog intensieve zorg mag sterk worden betwijfeld. De versnippering over ca 400 gemeenten heeft in dat verband geen positieve bijdrage geleverd.

Kabinetsformatie; surplace of begin van verbetering?

Anno augustus 2021, midden in vakantietijd, is ook de kabinetsformatie tot pauze gekomen. Na ca. 5 maanden is er nog geen zicht op hoe het verder zal gaan. Wel is van verschillende kanten gereageerd op wat hierboven kort als problematiek van de jeugdzorg genoemd is. Een belangrijk document heb ik daarbij nog niet genoemd. Het advies van de SER. De titel zegt mijns inziens genoeg: Briefadvies Jeugdzorg; van systemen naar mensen. Tien aanbevelingen voor de korte termijn. (https://bit.ly/3Cda2VO)  In dat advies staan veel zaken in die ook binnen de huidige kaders opgepakt zouden kunnen worden. Het uitgangspunt van de decentralisatie wordt zeker voor wat betreft de preventieve aspecten ondersteund. Ook wordt een pleidooi gehouden voor wat ik eerder genoemd heb de transformatie van de zorg. Die zou juist door een sterkere sociaal maatschappelijke inbedding bereikt dienen te worden. Meer ruimte (=autonomie) voor de professional en duidelijker afspraken tussen rijk en gemeente zijn de ingrediënten aangedragen voor verbetering. Ook wordt de terechte vraag gesteld of het wel mogelijk is om onder de huidige omstandigheden de complexere op een kwalitatief niveau te garanderen of dat een andere (regionale of landelijke) structuur hiervoor wenselijk is. Maar die vraag beantwoorden is aan een nieuw kabinet. De opstelling van dit SER-advies wordt door een breed draagvlak onder maatschappelijke organisaties gesteund. De 10 genoemde aanbevelingen liegen er niet om. Als die nou eens door een nieuw kabinet omarmd worden, dan ontstaat een beter toekomstperspectief. Als raadslid zou mij dat vertrouwen geven dat de noodzakelijke transformatie opgepakt gaat worden. Voor Robert Vermeiren en zijn collega’s geeft dat in ieder geval hoop op verbetering.  Maar ja, de politieke impasse die nu in Den Haag onder het mom van een broodnodige vakantie is verstopt, moet dan wel doorbroken worden. Daarvoor is toch echt wel “leiderschap” nodig.  

Een WWV-week oftewel water, wandelen en vriendschap

Deze week doe ik mijn zelfgekozen omschrijving als lange afstandswandelaar eindelijk weer eens eer aan. Gehinderd door de corona pandemie is dit al het tweede jaar dat ik geen lange meerdaagse wandeling heb kunnen ondernemen. Ik hoop toch echt dat mij dat volgend jaar wel weer gaat lukken. Het is immers een prima manier om eens los te komen van de dagelijkse sleur aan activiteiten. Nou moet gezegd deze tijd van het jaar geeft normaal al voldoende mogelijkheden om de bakens te verzetten. Het politieke seizoen staat stil (zelfs de kabinetsformatie kent een vakantie). Ook het welzijnsgebeuren maakt pas op de plaats, geen computerlessen te geven bij gebrek aan cursisten. Toch gaat het dit jaar nog weer anders. De gangbare sleur wordt aardig doorbroken; dit keer door het water.

WATER

Het valt al enkele dagen met bakken uit de hemel, de grond verzadigd. Onze hemelwateropvang loopt zelfs over. Gedurende mijn korte rondjes door het dorp zie ik dat de waterbuffers langs de route van de keutelbeek het prima aankunnen. Tja de tropische regenbuien vallen dan ook niet in mijn dorp. Ietsje verder zuid limburg in en richting Ardennen en Eifel is het echter bizar raak. De kracht van water dat een heuvel af raast valt niet te overschatten. Zeker als die buien blijven hangen en dag na dag op dezelfde plek terugkeren. Terwijl ik dit schrijf komt er enig overzicht over de gigantische schade die is aangericht. In Valkenburg schat de burgemeester de schade op zo’n 400 miljoen€. In België Pepinster vraagt men zich vertwijfelt af of het mogelijk is om dat dorp op die plek opnieuw te bouwen. Mag ik dan in Beek de dans aardig ontsprongen zijn; voor twee van mijn kinderen was dat niet het geval. Een woonachtig in Roermond kon 2,5 dag zijn woning niet bereiken omdat het riviertje de Hambeek uit zijn oevers dreigde te treden. En al woon je drie hoog, met de dreiging dat begane grond onder water komt is het er niet goed toeven. Gelukkig kon hij weer bij ons terecht. 

de roer bij Roermond, nog net in toom gehouden

De andere zoon woont in Urmond. Direct naast de Ur, normaal een zachtjes kabbelende stroom. Hij woont ook aan de rand van het zg. Grensmaas project. Dat is gestart na de wateroverlast van 1993-4. Doel daarvan is om het water van de Maas ruimte te geven als dat noodzakelijk is. Hele gebieden worden dan onder water gezet om erger te voorkomen. Nu hebben we kunnen constateren dat die planontwikkeling perfect paste op het realiseren van de preventie nodig bij hoog water.

De Ur normaal een smal rustig kabbelend stroompje nu buiten zijn oevers

Als ik de deskundigen mag vertrouwen hebben we in deze periode veel meer water gehad dan de stoutste voorspelling had laten zien. En ja, de schade is zeer beperkt gebleven. https://grensmaas.nl/uitvoering-project-grensmaas-houdt-zuid-limburg-droog/

Al die noeste arbeid heeft niet alleen een schitterend natuurgebied opgeleverd maar heeft ook bijgedragen aan de veiligheid. Dat kan natuurlijk wanneer je beschikt over een vlak uitgestrekt land. Hoe dat moet in een heuvelachtig gebied met dorpjes die precies in de kom liggen? Ieder goed idee zal daar welkom zijn. Maar je hoort ook al geluiden dat je daar niet mag bouwen (hoewel we dat eeuwen gedaan hebben) net zo min als dat buitendijks zou mogen. 

Wandelen

Wandelen is iets wat ik graag doe, al dan niet in combinatie met vrienden.

Deze week staat in het teken van de alternatieve vierdaagse. Alternatief omdat de reguliere vierdaagse niet door kan gaan vanwege Corona. Persoonlijk hou ik ook niet van die massale trektochten. Ik hou het liever beperkt en wandel door de natuur. Mijn wandelmaatjes hebben deze uitdaging ook weer aangepakt om wat gezamenlijke stappen te gaan zetten. En ja je hoeft dan niet zo ver te gaan hoor. De eigen omgeving is mooi genoeg om deze keer op keer te verkennen. En als je dat doet dan kan ik natuurlijk niet onder mijn ware aard als technologie minnende kennis vergaarder uitkomen. Oftewel, ik leg met behulp van de moderne app vast wat hoeveel en waar ik gelopen heb. Natuurlijk omdat het kan en ik mezelf na afloop weer dat noodzakelijke schouderklopje kan geven; goed gedaan, lekker gewandeld vandaag; Morgen weer? 

een moment van bezinning kijkend naar koeien in de wei

Ja graag maar dan een andere route. En zo zal het gaan gebeuren.

Vriendschap

In de zojuist beschreven wandelactiviteit kwam het water niet echt voor. De regio waarin wij liepen was gespaard. De vriendschap was wel een onderdeel. Want zo mag je het toch noemen als je met elkaar op gezette tijden een dergelijke uitdaging of dagbesteding kiest. En als die ondanks de corona de tand des tijds weet te doorstaan. Eerder deze week maakte ik een dag mee waar alle drie de WWV elementen bij aanwezig waren.

In 1970(!) kwamen een aantal Limburgers elkaar tegen tijdens een gezamenlijke studie Biologie die in Nijmegen aan de KUN werd gevolgd. Daarbij voegde zich een enkele tukker en een Gelderlander. Samen werd niet alleen gestudeerd maar werden ook andere activiteiten ondernomen. Sommigen waren zelfs zo actief dat ze gingen oefenen voor deelname aan de Nijmeegse vierdaagse. Aan die activiteit haakte ik na een oefening af, het kon me toen niet bekoren. Maar wat bleef was de kiem van een stevige vriendschap. Geen wonder de bijna dagelijkse tochtjes naar de mensa en bieb en een enkele keer naar de biljartzaal aan de joh. Huizingalaan vormden een prima basis om op te teren. Na de studie ging ieder zijn eigen weg. Gezins-en maatschappelijke carrières werden doorlopen en die ene plaats Nijmegen werd ingeruild voor een verscheidenheid aan woonplaatsen. Toch bleef die gemeenschappelijke basis. Immers op een gegeven moment (ca 2004) was een van ons zo ambitieus om het clubje weer bijeen te halen. In een lang weekend in het Belgische plaatsje Spa werden “oude koeien” uit de sloot gehaald. Het klikte wederom. Met als gevolg dat de ontmoeting nu met enige regelmaat weer werd georganiseerd. En hoe kan het anders onder biologen, een stevige wandeling met de nodige onderbrekingen om te zien wat er nu weer gevonden was en daarna een goede maaltijd en een gevuld glas. 

Met Corona kwam er een onderbreking in het ritme van onze ontmoetingen. Twee keer moesten onze gezamenlijke weekeinden worden afgezegd. Maar deze week was het dan toch weer zover. Een samenkomst bij een van ons met een wandeling. Het feit dat deze bijeenkomsten als ze er zijn na al die jaren nog zo spontaan verlopen, ja dat is voor mij een teken van echte vriendschap. En waar was deze wandeling dan, vormde die ook onderdeel van het geheel? Jazeker. Met Herkenbosch als vertrekpunt werd allereerst gelopen naar de randen van het dorp. Daar waren duidelijk nog de sporen te zien van het weer van de afgelopen periode. Akkers met gewassen waar de sliblaag als een deken overheen ligt. En even verder het water. Grote stukken ondergelopen gebied waar niet met droge voeten heen te komen is. Vervolgens zijn we gaan lopen door het natuurgebied de MEINWEG. Schitterende afwisseling van bos en grasvelden en heide in een gebied waar een oude spoorlijn nog ligt. Dit gebied staat onder druk. Vanuit België zou men graag zien dat de spoorlijn weer in gebruik genomen wordt, er ligt immers een oude afspraak vanuit de 19e eeuw. Maar je mag toch hopen dat deze natuurontwikkeling niet op basis van een dergelijk papier ruw wordt verstoord.

ondergelopen weg van Herkenbosch naar Vlodrop en pauze in de meinwegwandeling

Onze wandeling vervolgde dankzij de bezielende leiding van de gids die met lokale kennis de leuke plekjes wist te vinden.

Ik heb nog enkele wandeldagen tegoed. Maar deze WWV week neemt nu terecht al een speciaal plekje in als onderdeel van mijn blog. 

Gebruik van proefdieren anno 2021: nog steeds een noodzakelijk kwaad?

In de Volkskrant van zaterdag j.l. stond een mooi artikel over het belang van het gebruik van proefdieren bij de ontwikkeling van een coronavaccin. Het belichtte in woord en beeld de vele kanten van het gebruik van proefdieren in het moderne biomedische onderzoek. Het maakt de discussie over zin en onzin van het gebruik van proefdieren tastbaar doordat het een indringend beeld van de gangbare praktijk geeft. Juist nu, om het positief te formuleren, de verwondering aanwezig is over het snel beschikbaar komen van een vaccin tegen Corona is dat inzicht verhelderend. Het gebruik van proefdieren is niet alleen nog steeds noodzakelijk, maar het is ook omgeven met een veelheid aan randvoorwaarden. Ik vermoed dat slechts weinigen daar inzicht in hebben. De open beschrijving van het onderzoek naar vaccins bij apen dan ook op een goed moment. 

Volkskrant 10-07-2021

Het bracht mij even terug naar mijn eigen ervaringen bij het werken met proefdieren. Eerst als biologiestudent en later als betrokkene bij het (doen) uitvoeren van biomedisch wetenschappelijk onderzoek. De vanzelfsprekendheid welke nog gold bij het begin van mijn studie dat proefdieren werden gebruikt is er inmiddels helemaal van af. Maar toch is het in sommige situaties een noodzakelijk kwaad waar we eigenlijk niet omheen kunnen. Dat wordt in het artikel goed beschreven. Wat mij betreft zijn daarbij zeer overtuigend de ervaringen van de mensen die daadwerkelijk betrokken zijn bij ontwikkeling en uitvoering van de dierexperimenten. Hun aandacht voor het welbevinden van het dier getuigd van een grote zorgvuldigheid en respect jegens de betrokken dieren. De complexiteit van de ziekte welke het gevolg is van een besmetting van het coronavirus geeft aan dat voor de kennisontwikkeling een dergelijk model ook in de toekomst nog nodig zal blijven. Ondanks het gegeven dat de internationale wetenschappelijke wereld ook al zo’n dertig jaar gericht aan het zoeken is naar alternatieven voor dierproeven. Een zoektocht die door dient te gaan net zolang als de noodzaak blijft bestaan om complexe proeven met dieren te doen.

Eigen ervaringen tijdens studie

Vanaf het begin van mijn studie heb ik te maken met proefdieren. Als onderdeel van de biologische practica was het een uitstekende methode om studenten kennis te laten nemen van b.v. de anatomie van dieren. Net zo gewoon als het aanleggen van een herbarium kwamen proefdieren op de snijplank te liggen. Van mossel, kabeljauw, kreeft, kikker tot muis en rat kwamen langs. Mijn interesse gold de fysiologie. En ja de samenwerking tussen zenuw en spier werd experimenteel snel duidelijk. Dat daar kikkers als proefdieren voor gebruikt werden, in ons geval (1970-1973) met zo’n honderd studenten was nog een vanzelfsprekendheid. Toch werd op dat moment ook al de vraag gesteld waarom doen we dat zo? En, wat betekend dat voor het dier? Voorzichtig ook; kan dat niet anders? moet iedereen zelf die proef uitvoeren of kan dat misschien ook via een duidelijke film aanschouwelijk gemaakt worden? Die kentering was toen al in gang gezet. Later, tijdens mijn onderzoeksstages heb ik experimenten gedaan met rivierkreeften (endocrinologische veranderingen tijdens vervelling meten) en met muizen met erfelijke obesitas (Hormonale veranderingen als oorzaak/gevolg van obesitas).  In beide gevallen was het omgaan van dieren leidend tot zo min mogelijk stress een randvoorwaarde.  Als vanzelf maakte het hebben van respect voor het intacte dier een duidelijk onderdeel uit van het leertraject. Bij de ontwikkeling van het experiment kwamen de vraagstukken m.b.t het dierenwelzijn ook al aan de orde. De formele regelingen stonden nog in de kinderschoenen.

Beleid rondom proefdieronderzoek

 Na mijn studie ben ik in eerste instantie gaan werken met materiaal verkregen uit menselijke navelstrengen. Het belang van proefdieren kwam pas weer aan de orde toen in eind jaren ’80 vanuit het wetenschapsbeleid betrokken raakte bij het gebruik van proefdieren. De roep om minder gebruik van proefdieren toe te staan had in die jaren geleid tot ontwikkeling van een programma rondom het thema “alternatieven voor dierproeven”. In het onderwijs werd meer en meer gebruik gemaakt van instructie video’s terwijl bij het wetenschappelijk onderzoek het gebruik van in vitro systemen bevorderd werd. 

Ontwikkeling van wetgeving kwam ook tot stand. Als gevolg van de wet op de dierproeven werden en Dierexperimentencommissies gevormd (DEC’s) Onderzoeksinstituten die veel proefdieronderzoek deden hadden een eigen DEC al kon ook gebruik gemaakt worden van een onafhankelijke DEC. Als beleidsmedewerker Gezondheidsonderzoek bij de hoofdgroep Gezondheid van TNO ben ik ook enkele jaren lid geweest van een dergelijke DEC. Daar maakte ik kennis met het Biologisch Primate Research Center te Rijswijk. Binnen het onderzoek domein van TNO werd veel proefdier gerelateerd onderzoek gedaan. B.v. naar de effecten en het voorkomen daarvan als gevolg van het gebruik van zenuwgassen, de ontwikkeling van gentherapie en immunologisch onderzoek. 

Bij de beoordeling van dat type onderzoek stonden de zg 3V’ voorop: Vermindering,  Vervanging en verfijning. Is het aantal nodig? kan het anders?, kan het gerichter? Dat zijn de vragen die dan indringend worden gesteld aan de onderzoeker. Vaak leidde dat tot een bijstelling van de proefopzet of zelfs het niet ten uitvoer brengen van het beoogde onderzoek.

Dierenwelzijn

De roep om alternatieven was niet alleen krachtig en benadrukte dat minder gebruik gemaakt diende te worden van dierproeven. Ook ontstond er een grotere nadruk voor een goede nazorg. Niet altijd eindigt de deelname van het proefdier aan het experiment met een wisse dood. De kwaliteit van leven voor het proefdier na deelname speelde zeker bij het onderzoek aan primaten een grote rol. Een onderzoeksinstelling zoals TNO zal dan ook de faciliteiten in stand moeten houden in die laatste fase van het dier. De publieke druk die geleid heeft tot een vermindering van het proefdiergebruik richt zich ook op die nazorg. In Nederland heeft vooral de stichting Aap (www.aap.nl ) zich ingezet voor een betere toekomst voor exotische zoogdieren.

Kan het biomedisch onderzoek zonder proefdieren?

Alle discussie tot vermindering van het proefdiergebruik maakte het begin jaren ’90 lastig om de continuïteit van de voorziening mogelijk te maken. Vanuit wetenschappelijke kring werd nadrukkelijk aandacht voor het vraagstuk opgeëist. De KNAW dwong een onderzoek af naar de toekomstmogelijkheden van het primatenonderzoek in Nederland. Niet alleen vanwege het feit dat dit onderzoek een hoge internationale wetenschappelijke kwaliteit had. Ook omdat het noodzakelijk werd geacht voor de toekomstige ontwikkelingen binnen het biomedische wetenschappelijke onderzoek. In de late jaren ’80 werden we geconfronteerd met immuunziekten zoals Aids/HIV. In de zoektocht naar effectieve behandelstrategieën kon dat diermodel niet worden gemist.

KNAW rapport 1993 over BPRC

Wellicht bood nauwe internationale samenwerking een oplossing. Zelf mocht ik een internationale wetenschappelijke commissie o.l.v. de leidse hoogleraar John J van Rood ondersteunen die in 1993 een onderzoek uitvoerde naar de levensvatbaarheid van het BPRC van TNO te Rijswijk. De conclusies van dat onderzoek waren ingrijpend voor de organisatie. De ontwikkelingen heb ik niet in detail gevolgd. Maar in zijn geheel boden ze toch een toekomstperspectief dat nodig was voor dit soort van biomedisch onderzoek en continuïteit voor het BPRC 

Het BPRC anno 2021

Het volkskrantartikel geeft een goede, illustratieve beschrijving van de ontwikkeling en uitvoering van een dierexperiment. https://bit.ly/2UFS8K4 De beschreven experimenten konden worden uitgevoerd omdat het vaccinonderzoek niet stil is gevallen na de Aids/Hiv epidemie en de SARS uitbraak van eind 2002. Nieuwe benaderingen om vaccins te ontwikkelen kwamen beschikbaar. Een deel daarvan is reeds in een van mijn vorige blogs beschreven (zie https://bit.ly/3xxKbFn 20210520 eens bioloog ….). 

Het illustreert maar weer eens dat het ontwikkelen van een vaccin voor zoiets nieuws als het coronavaccin niet zomaar kan plaatsvinden. Een biomedische wetenschappelijke traditie en een daarop gerichte infrastructuur zijn essentiële randvoorwaarden voor succes.

Na mijn betrokkenheid van het advies over een BPRC in opdracht van de KNAW uitgevoerd ben ik niet meer betrokken geweest bij biomedisch wetenschappelijk onderzoek. Mede daardoor wellicht sprak mij dit krante-artikel zo aan. De veelzijdigheid van aspecten die erbij betrokken zijn komt in het artikel goed naar voren. Het geeft ook aan dat dit type onderzoek en het organiseren en behouden van een daarop gerichte infrastructuur werk van de lange adem is. Uiteindelijk bereik je dan wat de internationale wereld in de strijd tegen het coronavaccin heeft kunnen laten zien. Gelukkig maar, hebben we nog een kans om van dat virus en zijn vele varianten af te komen. Dus ja, ook anno 2021 is het weloverwogen gebruik van proefdieren nog steeds een noodzakelijk kwaad.

Meedoen aan het lokale politieke debat? hoe gaat dat?

Er zijn van die momenten dat je gedwongen wordt om nog eens kritisch na te denken over je eigen rol als volksvertegenwoordiger. In de afgelopen week waren er zo een aantal momenten. Zie bijvoorbeeld de confrontatie tussen Wilders en Kaag via sociale media. En het grote belang dat er gehecht wordt aan beeldvorming als onderdeel van het publieke debat. Of het onvermogen om burgers echt te betrekken bij beleidsontwikkeling en daaropvolgende besluitvorming zoals dat blijkt bij de vele aspecten van het klimaatbeleid. En ja dan hadden we ook nog een heisessie met de voltallige Raad van Beek om onze handel en wandel eens intern te bespreken. Voor mijzelf als betrokkene bij lokaal beleid zijn dit signalen voor nadere reflectie. 

Het verschil tussen meespraak en tegenspraak

Eenmaal als raadslid gekozen probeer je natuurlijk ook iets voor elkaar te krijgen. Mijn eigen ervaring laat zien dat er een groot verschil is tussen meespraak of tegenspraak (Vrij naar Herman Tjeenk Willink “Groter denken Kleiner doen”) Meespraak als vertegenwoordiger van een partij die in het centrum van het lokale bestuur staat en tegenspraak als lid van een oppositiepartij. Die rollen, want dat zijn het, verschillen in de praktijk nogal behoorlijk. Eigenlijk niet zozeer vanuit het perspectief van je eigen visie cq ambitie. Eerder vanuit de bejegening die je ontmoet in de discussie over beleidsontwikkeling treden er verschillen op. Want ja, als lid van een coalitiepartij sta je natuurlijk achter het te vormen beleid en kun je betrokken zijn bij de prille vormgeving van dat beleid. Als lid van de oppositie sta je uiteraard op achterstand, je mag pas reageren als er al keuzen zijn gemaakt. Dat is zo’n beetje de reactie die je krijgt. Dat dit een grove versimpeling van de realiteit is wordt vaak vergeten. Mede ingegeven door het verschijnsel dat politieke debat als een wedstrijd wordt bejegend en beschreven. Om aandacht te krijgen zal je in beide gevallen stevige uitspraken moeten doen, anders wordt eraan voorbij gegaan.  En daarmee hebben we een belangrijk probleem te pakken. In een tijd van polarisatie gedijt de strijd met woorden maar verliezen we het vermogen tot verbinding. De media blijven de resultaten van het debat beschrijven als een wedstrijdverslag; wie scoorde er en wie delfde het onderspit. Wij als deelnemers aan het debat zijn er ook debet aan. Juist omdat we te weinig laten zien hoe we de bereikte meerwaarde van het debat in de uitingen achteraf benadrukken. En ja ook bij mijn uitingen na afloop is dat vaker te weinig aan bod gekomen.

Het vak van een (lokaal) politicus

Waarom begin je aan een avontuur als het raadslidmaatschap? Geïnteresseerd in het politieke bestuur was ik al van kinds af aan. En ja dat verbeteringen van de leefomgeving niet vanzelf gingen wist ik ook wel. Dat meedoen een belangrijk instrument kon zijn is me gaandeweg wel duidelijk geworden. Vandaar dat ik me liet strikken door een lokale groepering. Ik zag het ook als een persoonlijke uitdaging. Lukte het me om mijn kennis en ervaring in te zetten in het verbeteren van de leefomgeving voor mij en mijn naasten? Nu, na al die jaren terugkijkend kijk ik met gedeeld plezier erop terug. Het heeft me veel gebracht en ik denk dat ik een duidelijke bijdrage aan de ontwikkeling van de Beekse gemeenschap heb kunnen leveren, anderen mogen zeggen of dat echt gelukt is. Maar dat was niet altijd eenvoudig. Het bestuurlijke jargon is niet echt toegankelijk. Wat het bestuur wil bereiken staat zelden duidelijk omschreven, laat staan dat de gemaakte afweging(en) (het wie wat waar wanneer, waarom en waarvoor) daarbij zorgvuldig vermeld staan. En ja wat kost het en wie gaat dat hoe betalen is ook niet altijd even helder. Kortom, het vergt de nodige energie om dat te kunnen doorgronden. Laat staan dat je in staat bent daarop “meespraak” of “tegenspraak” te organiseren. Dat vergt niet alleen inspanning maar is ook afhankelijk van een zorgvuldige timing. Je zult hoe dan ook die leercurve die daarvoor nodig is moeten doorlopen. En dat kost tijd. Het helpt daarbij enorm als je bereid bent om je daarin te verdiepen en dus de nodige tijdsinspanning levert. Ook als je de mogelijkheid weet te organiseren om verdiepende kennis op te doen (via zelfstudie of het volgen van bijeenkomsten) En tenslotte is uiteindelijk ook bepalend in hoeverre je in staat bent om bij het ontwikkelen en uitdragen van je standpunten de betrokkenheid met medeburgers te organiseren. Kortom alles bijeen vergt het actief raadslidmaatschap het nodige van je. Het heeft ook bijgedragen aan mijn eigen ontwikkeling, juist omdat door de jaren heen mijn inhoudelijke inbreng en betrokkenheid bij bepaalde onderwerpen gevarieerd is gebleven en zo nieuwe impulsen ontstonden. Maar als je het allemaal optelt is het zijn van raadslid, ook van een kleine gemeente, een “vak” apart. Het kan door iedereen geleerd en beoefend worden. Maar dat gaat niet vanzelf. In een recent artikel heeft de burgemeester van Maastricht dat nog eens goed omschreven.[2] Het zou mooi zijn als we in staat zijn de volksvertegenwoordiger ook adequaat toe te rusten op de rol die we nodig achten. Daar is nog wel een slag te maken. Want kijk ik om me heen dan zie ik dat de dertigers en veertigers grotendeels afwezig zijn. De dienst wordt uitgemaakt door een enkele twintiger (ambitieus aan het begin van een carrière) of veel vijftigers die het belang van de lokale overheid hebben leren kennen. Dat hiermee de representativiteit in het gedrang gekomen is moge duidelijk zijn. Maar wat vormt de oplossing?


Burgerparticipatie dringend gewenst

Het meedoen van burgers aan gemeentelijke besluitvorming staat reeds lang op de agenda. Ook in mijn gemeente Beek hebben we sinds 2011 een officiële verordening waarmee initiatieven van burgers onderdeel kunnen gaan uitmaken van besluitvorming op lokaal niveau.[1] Dat deze tot nu toe slechts een keer is gebruikt (over het bibliotheekbeleid) spreekt boekdelen. Gebruiken we de systematiek van een participatieladder[2] zoals die in bijgaande figuren staat om de gangbare praktijk te evalueren zal duidelijk zijn dat hoe lager de actie des te frequenter ze in de Beekse praktijk voorkomt. Mijn eigen partij heeft in de periode 2013-2015 geprobeerd om het instrument “Dorpsvisie” tot ontwikkeling te brengen. Daarmee zouden inwoners in staat kunnen worden gesteld om niet alleen initiatief te nemen tot planontwikkeling maar ook betrokken te geraken bij de daaropvolgende uitvoering. Beheer openbare ruimte en groenvoorziening maar ook zaken die te maken hebben met maatschappelijke ondersteuning zouden zo wijkgericht tot stand kunnen komen. Op die manier zou via “delegatie” een structurele basis gelegd kunnen worden aan de participatie van inwoners bij hun wijk. Daarvoor is helaas geen steun verkregen. Het beleid dat naderhand in 2016 onder de noemer “Burger!kracht” is ontwikkeld kent een veel incidenteler karakter. Daarbij houdt het bestuur in alle fasen de regie en kan op zijn best de fase van “Coproduceren” worden bereikt. 

Het belang van een vroegtijdige burgerbetrokkenheid

Kijken we naar de uitdaging die het klimaatbeleid en energietransitie aan ons stellen dan valt de complexiteit op. Niemand kan er omheen, wat aan maatregelen ook verzonnen wordt het zal ons allen beïnvloeden. In eerdere blogs heb ik het gehad over de noodzaak van de energietransitie. Gemeenten hebben terecht een belangrijke rol in de beleidsontwikkeling gekregen. Dat onderwerp vraagt om een gerichte betrokkenheid van burgers in alle fasen van idee tot en met uitvoering. Anders ontstaat al gauw zoiets als het NIMBY-Not In My BackYard fenomeen. Bij de ontwikkeling van plannen om te komen tot zonneweides ging dat behoorlijk mis. Nog voordat een zorgvuldig voorbereidde notitie met zoekgebieden in de raad kon worden vastgesteld, werd er vanuit een bepaalde wijk driftig tegen geprotesteerd. De coalitiefracties bleken geen stevige knieën te hebben en bij de besluitvorming kreeg de spontane actiegroep dan ook haar zin. Door een fasering van de uitvoering van het zoeken in de betreffende wijk was kennelijk de kou van de lucht. Wat zou er gebeurd zijn als het opstellen van de beleidsnotitie vanaf het begin op een hoger participatieniveau was nagestreefd? Als het niveau van samenwerken gekozen zou zijn. Ik vermoed dat de discussie op het eind een heel andere zou zijn geworden. Dat maakt het voor het bestuur van een gemeente wellicht lastiger (ja ook voor de betrokken raadsleden) maar het lijkt een noodzakelijke werkwijze te zijn wil men tot resultaat kunnen komen.

Terug naar het politieke debat

Ja ook in een kleine gemeente zal het politieke debat actief opgezocht dienen te worden. Er speelt voldoende. En daarbij zal op allerlei manieren ook het geluid van de burgers betrokken dienen te zijn. En ja dat mag natuurlijk ook verwoord worden op een dusdanige manier dat de burger het goed verstaat. Zolang maar de inzet van dat debat (de tegenspraak) er maar op gericht is de besluitvorming te verhelderen. En dat het echte debat kan worden afgerond met een verbinding. Op een dusdanige manier dat alle betrokkenen na dat debat kunnen zien dat het genomen besluit onder de omstandigheden het beste besluit is geworden. Voor wie de nu in de belangstelling staande regionale of landelijke politiek volgt zal duidelijk zijn dat het niveau van verbinding bij besluitvorming nauwelijks wordt gehaald. Dat dit twijfels oproept bij de democratische legitimatie van ons bestuur is dan niet verrassend. Maar het geeft wel een extra verantwoordelijkheid bij alle betrokkenen. Want als je het mij vraagt is er geen echt alternatief. We kunnen wat rommelen in de marge via kiesdrempels. En ook correctieve referenda kunnen behulpzaam zijn. Maar hoofdzaak is toch dat de ontwikkeling van een besluit transparanter dan nu gebeurd en dat in dat proces het verwerven van draagvlak via een gedegen uitwisseling van opties uiteindelijk de doorslag gaat geven. Voor mijzelf sprekend maakt dat het deelnemen aan een politieke gedachtewisseling ook zo boeiend om aan mee te doen.


[1]  Verordening burgerinitiatief Beek   https://bit.ly/3yCcjHD

[2] Voor toelichting zie www.participatiewijzer.nl

[2] Interview Penn-te Strake Limburger https://bit.ly/3hMKB3U en https://bit.ly/3dUfz9b