Verworven vertrouwen door D66!

Een zenuwslopende avond gisteren. Als afronding van een campagneweek die mij steeds meer geloof gaf in een goede uitkomst. En dat zat m vooral in het toch ijzersterke optreden van Sigrid Kaag als lijsttrekker. En dat dit niet door iedereen gewaardeerd werd vond ik niet zo verrassend. Mensen met een duidelijke visie worden vaak om vormredenen terzijde geschoven. Zo ook bij haar. Maar bij mij heeft ze iets losgemaakt. Ik heb al langer het idee dat zij een heel goed politicus is. Op de een of andere manier stond in mijn geheugen gegrift het beeld van haar optreden in Syrië. Ik vond het toen al getuigen van een ongelofelijke persoonlijke moed en kracht als je in die situatie wilt opereren en nog sterker als je daar toch een mooi resultaat weet te bereiken. Ook al is dat de bekende druppel op de gloeiende plaat. 

Waarom dat beeld me bijgebleven is? Dat beeld bracht mij terug op de naïeve overmoed die ik als 18-jarige aankomend dienstplichtig militair had toen ik me aanmeldde als potentiele deelnemer aan het VN-leger in Libanon. Eenvoudige motivatie daarbij; als je toch iets in het leger moet doen dan maar iets in de sfeer van vredebrengen. Gelukkig mocht ik eerst nog eens gaan studeren en mijn promotieonderzoek afronden. Hoe ongelofelijk naïef dat was heb ik 10 jaar later ondervonden. Inmiddels als daadwerkelijk dienstplichtige Reserve Officier Academisch Gevormde actief bij de militaire bloedbank. En eens in de maand 24 uur op de Oranje-Nassau kazerne in Amsterdam door mocht brengen als officier van kazernepiket. Een rol die me iets beter paste maar toch wel heeeel ver verwijderd was van het opereren in “de Libanon”.

Die persoonlijke moed en drive om richting te geven aan een maatschappelijke ontwikkeling klonk ook door in de rest van de campagne. Mijn stem had ze al gauw gewonnen en stiekem hoopte ik op een klapper. Het zou zomaar kunnen. En als je overeind kunt blijven ook nadat je zoveel nare, haatdragende berichten over je uitgestort krijgt getuigd dat van persoonlijke kracht.

De Groene Amsterdammer 3 maart 2021

Dat moet meerdere mensen opvallen was mijn idee. Bovendien werd die persoonlijke inzet ook nog eens gekoppeld met een duidelijke visie. De politiek is er immers om richting te geven aan de samenleving en daar draagvlak voor te verwerven. Prioriteit geven aan klimaat en onderwijs is een toch wel erg noodzakelijke toekomstgerichte boodschap. Als dat geen wervend karakter heeft weet ik het ook niet meer.

Het stemmen opgesplitst in een periode van 3 dagen helpt niet echt om het vertrouwen in een goede afloop te krijgen. Het was met alle extra maatregelen goed georganiseerd, daar niet van. Zelf heb ik bewust gewacht tot de derde dag. De dag van de echte verkiezing als je het mij vraagt. En als ik dan in een supergrote Asta komt met twee stembureaus waar 8 personen het stemmen in goede banen leiden en ik ben de enige stemmer slaat me de schrik om het hart. Leeft het hier in Beek wel dat er nu verkiezingen zijn. Dat we via onze stem het beleid moeten beïnvloeden? Oei hoe gaat dat verder.

’S Avonds om 21.00 uur vol verwachting de eerste exit poll gezien. En tergend langzaam komt het resultaat van D66 naar voren. Maar wat is het een klapper! In mijn droom hield ik dit niet voor mogelijk. Beste resultaat ooit voor D66! Dat daar een dansje op de tafel bij hoort is terecht. Dat beeld houden we maar eens even vast, want morgen komt natuurlijk de onvermijdelijke nuancering als deze opdracht waargemaakt moet worden. Maar Jeetje wat is het prachtig en zo verdient. Niet alleen voor Sigrid en D66, maar volgens mij ook voor Nederland.

Dat het beeld de volgende dag een beetje genuanceerd moet worden (van 27 zetels naar 24 in de aangepaste exitpoll) doet niks af aan het terechte enthousiasme. D66 is en blijft de tweede partij. Ook de teflon minister-president Mark Rutte blijkt er zetels bij gewonnen te hebben. Dat belooft toch een spannende formatie te worden. Eerst maar eens wachten op de definitieve uitslag. Een ding is zeker, het wordt er niet gemakkelijker op maar D66 gaat een duit in het zakje doen. Ten behoeve van het redden van het klimaat.

resultaten tweede kamerverkiezingen in Beek 2012-2021

Als lokaal actieve politicus kijk ik natuurlijk ook naar het resultaat in Beek. En dan is te zien dat de landelijke tendens ook in Beek herkenbaar is. Zij het dat het uitgangspunt beduidend conservatiever is dan het landelijk gemiddelde. Maar dat is geen verrassing voor het vanouds ondernemende boerendorp gelegen aan de poort van het heuvelland. 

Lokaal werken we samen in een combinatie met GL en PvdA als “Progressief Beek. Een combinatie die al sinds 2006 mooie resultaten weet te behalen. Maar toch, we zullen lokaal nog eens goed moeten kauwen op dit resultaat willen we volgend jaar ook in Beek een steviger vuist kunnen maken.

De gemeente alleen een uitvoeringsorganisatie van het Rijk ?

Wat we nu aan de hand hebben zijn verkiezingen voor de Tweede Kamer der Staten Generaal. Dit als opmaat voor het vormen van het landsbestuur via een kabinetsformatie. Tijdens dat formatieproces worden afspraken gemaakt waarmee partijen zich liefst voor een periode van 4 jaar kunnen binden aan een programma. Geleidelijk aan hebben die afspraken geleid tot een boekwerk met zeer veel details. Een enkel onderwerp waar men b.v. niet uitkomt tijdens de formatie wordt als “vrij” betiteld of via een pilotexperiment of een onderzoek buiten de politieke agenda geschoven. Alle overige onderwerpen worden voor de behandeling van wetsvoorstellen in de tweede kamer in een wekelijks coalitieoverleg gemonitord. Verrassingen worden zo voorkomen, stemverhoudingen zijn op voorhand vast te stellen. Als gevolg van deze werkwijze is het nogal lastig om correcties op de uitvoering van het nieuwe beleid mogelijk te maken. Op zijn vroegst is dan de volgende formatieperiode het moment waarop dat kan. 

En zo is het overheidsbeleid een mamoettanker die nauwelijks van koers kan veranderen. Toch is het soms nodig om eens kritisch te kijken naar de gevolgen van in gang gezet beleid. In principe zijn daar ook de mechanismen voor die dat mogelijk maken. Op gezette tijden verkiezingen houden is het belangrijkste democratische instrument. En als het inhoudelijk debat dat gevoerd wordt leidt tot een verandering van keuze dan kan dit aanleiding zijn voor vernieuwing. Maar ook “tijdens de rit” zijn er instrumenten beschikbaar. Zowel regering en parlement beschikken daar over. Het is mijns inziens niet toevallig dat nu na het eind van 10 jaar leiderschap van minister-president Rutte er een veelheid van parlementair onderzoek en enquêtes aan zit te komen. De kindertoeslagenaffaire, Afwikkeling schade gaswinning in Groningen, onderzoek naar Uitvoeringsorganisaties zijn recente voorbeelden. 

Er is volgens mij een centraal element te herkennen in deze onderwerpen. Eigenlijk hebben ze allen te maken met een besturingsfilosofie ten aanzien van de overheid. Niet vreemd dat dit zo aan het eind van een neo-liberale periode gebeurt. Daarin is de overheid zich meer en meer als bedrijf gaan opstellen en heeft beleidsontwikkeling en -uitvoering van elkaar gescheiden. Die verzakelijking heeft ook een afstand geïntroduceerd tussen theorie (beleid) en praktijk (effect). Niet zo vreemd eigenlijk dat als gevolg hiervan het vertrouwen van de burger in het overheidsbeleid aanzienlijk is afgenomen. Dat herstellen gaat langzaam. En wellicht helpen de parlementaire enquêtes die zijn geïnitieerd daarbij. Maar het gaat nog zeker twee jaar duren voordat we daarvan de gegevens beschikbaar krijgen. Volgens mij kunnen we niet zo lang wachten. Het roer moet om! Deze verkiezings is een uitgelezen moment om daar een begin mee te maken. Nu verwacht ik niet dat de kiezer nu al zal doorbijten. De signalen nu zijn dat een voortzetting van het huidige leiderschap het meest aannemelijk is. Een campagne die als gevolg van de Covid 19 pandemie niet van de grond kan komen vormt een rem op het inzicht bij de kiezer.

Hoe taai een veranderproces kan zijn heb ik als raadslid van een gemeente aan den lijve kunnen ondervinden. In 2015 hebben we een start mogen maken met de uitvoering van wat in de wandelgangen de 3D’s is gaan heten. Oftewel de decentralisatie van de uitvoering van de Participatiewet, De WMO en de Jeugdwet. Centraal beleidsuitgangspunt daarbij is dat dit beter dicht bij de burger zou kunnen worden geregeld. Op gemeentelijk niveau dus. De complexiteit van de wetgeving bracht met zich mee dat uitvoering alleen mogelijk is in groter verband. Gemeenten werden gedwongen om op regionaal niveau te gaan werken. Het vorige kabinet streefde nog naar een omvang van 100.000 inwoners per gemeente; inmiddels is dat gelukkig losgelaten. Grotere effectiviteit bij uitvoering op gemeentelijk niveau heeft ertoe geleid dat het rijk gelijk kans zag te bezuinigen. En dat heeft de burger geweten. T is dat ik niet eerder begonnen ben met het schrijven van dit blog, anders had ik reeds vele pagina’s kunnen vullen. Maar nu na 5 jaar uitvoering is het menigeen duidelijk dat er geld bij moet. Terecht dat de VNG zich daar nu ook sterk voor maakt en een brandbrief stuurt aan kabinet en politieke partijen.

Op korte termijn vinden we dan ook het gehoor dat nodig is. Voor 2021 en 2022 is extra geld beschikbaar gekomen m.n. voor de jeugdzorg. Maar dat betreft incidenteel geld. Nu weten we dat als gevolg van Corona de problematiek rondom de jeugdzorg zich nog verder zal verscherpen. Kortom Gemeente maak je borst maar nat. 

Ik vraag me af of de brandbrief van de VNG voldoende doorgedrongen is bij de opstellers van de verkeizingsprogramma’s en dat zij bereid zijn iets te doen aan deze structurele onbalans. Ten aanzien van de Participatie wet geldt dat er brede steun aanwezig is om opnieuw te kijken naar de positie van de arbeidsmarkt voor mensen met een arbeidshandicap. Of die verzilverd kan worden is even de vraag. Ten aanzien van de jeugdzorg zien we dat CDA en VVD het belang ervan inzien. Tenminste als je de campagneuitingen mag geloven.

Maar is er echt een andere wind op komst? Komt men af van het incidenteel corrigeren en gaan deze partijen nu eens echt het belang van de gemeente als lokale overheid ook financieel mogelijk maken? Vergelijking van de verkiezingsprogramma’s erbij gehaald. Bijgaand overzicht uit “Binnenlands Bestuur” van 26 februari 2021 laat zien hoe verschillend gedacht wordt door de genoemde partijen.

Als je het mij vraagt een weinig hoopvol beeld. Moeten we dan ook hier wachten totdat er een parlementair onderzoek komt dat als titel meekrijgt: De gemeente als uitvoeringsorganisatie van het rijk herbezien? Dat moet toch eerder kunnen! Waarom dat niet opgepakt bij de komende kabinetsformatie? Laten we dat moment gebruiken om de gemeente reëler taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden te geven. En stoppen om ze te behandelen als een willekeurige uitvoeringsorganisatie van het Rijk. Als kiezer kunnen we daar het verschil maken. Door aan de hand van deze informatie de campagneprietpraat te onderscheiden van het beleid dat men echt voorstaat. En vervolgens door Strategisch te kiezen.

Ik ga dat in ieder geval doen. De campagne is nog niet voorbij. Het kan nog ergens over gaan. Uit oogpunt van de toekomst van de uitvoering van wetgeving in het sociale domein. Zodat ik als lokale volksvertegenwoordiger weer vertrouwen kan geven aan de uitvoeringspraktijk. En dat ik waar kan maken waar ik door de kiezer voor aangenomen ben; een betere uitvoeringspraktijk in het sociale domein door op lokaal niveau het verschil te maken.

En dan zien we vandaag 16 maart een bijdrage in Binnenlands Bestuur verschijnen. “Minister Hoekstra van Financiën (CDA) heeft in de ministerraad van 5 maart nee gezegd tegen extra jeugdgeld voor gemeenten. Hij blokkeerde daarmee de eerder gedane belofte van het kabinet aan gemeenten, om op 11 maart een aanbod te doen om de financiële nood te lenigen“. Een duidelijker illustratie hoef je niet te hebben dacht ik zo. Wat mij betreft maakt dit duidelijk dat de verhoudingen toch echt anders moeten willen we het vertrouwen in het bestuur weer verkrijgen. Het zou mooi zijn als de kiezer deze dagen benut om een duidelijk signaal af te geven waar de landelijke partijen niet omheen kunnen.

Als een duveltje uit een doosje!

Goede morgen zeg. Wat een binnenkomer had een van mijn favoriete columnisten in de ochtendkrant van 3 maart. Bert Wagendorp weet te melden dat “de partij die haar plannen niet wil laten doorrekenen heeft iets te verbergen”. Want ja het is weer campagnetijd. En dan mogen (en volgens Bert moeten) de planbureaus kritisch kijken naar wat het beleid van de campagnevoerders gaat berekenen. Nou hebben net we een jaar achter de rug waarin we kennis hebben kunnen nemen van het begrip “Exponentiele groei”. Dat zit niet in onze modellen. En als je met virussen te maken hebt is dat toch wel een gemis. Maar gelukkig is het voorspellen van menselijk gedrag eenvoudiger. We kunnen dan vooruit met de op lineaire leest geschoeide klimaatmodellen zoals die door de planbureaus worden gehanteerd. En dat is ongemakkelijk genoeg zo blijkt. Want een aantal van de partijen is niet bereid om daaraan mee te doen. “De kiezer weet al wat we willen want dat is al een keer doorgerekend”, zo is de stellingname van premier Rutte als het om het klimaatbeleid gaat. En anderen zeggen dat we wel tot 2050 hebben dus tijd genoeg. En ondertussen helpt de technologische vooruitgang ons wel aan een oplossing.

Nou ga ik “met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid” het jaar 2050 niet meemaken. Dus ik zou kunnen zeggen “mij een zorg”. Maar dat vind ik nu juist het beangstigende van deze non-decisie. Want hoe laat ik dan deze aarde over aan mijn kinderen als ik hier in mee zou gaan? Voor mij is dat geen optie. In een eerdere bijdrage heb ik het al gehad over de grenzen aan de groei. Nog steeds is dat voor mij een belangrijk gegeven. Derhalve maakt het mij wel uit wat er in deze periode gebeurt. Wat je ook mag aanspreken in deze cijfers, er valt wat te kiezen als het om het klimaatbeleid gaat. En dan is hier alleen de korte termijn tot 2030 meegenomen. Verschillen hebben ook op langere termijn bezien effecten

Ik hoef de discussie niet te voeren over of het menselijk handelen op het niveau van het klimaat effecten heeft. Ook niet dat correcties in dat handelen uiteindelijk effect kunnen ressorteren. Maar het is goed om een voorbeeld te nemen om dat toch duidelijk te maken. In de jaren ‘70 van de vorige eeuw werd er opeens ophef gemaakt over het jaarlijks groter groeiende gat in de ozonlaag. Het duurde even voordat we in de gaten hadden waar dit door kwam. Het leverde onze landgenoot Paul Crutzen een nobelprijs voor de chemie op. 

(https://www.nrc.nl/nieuws/2021/01/29/hij-redde-ons-van-het-gat-in-de-ozonlaag-a4029821)  CFK’s zoals Freon, een koelvloeistof die gebruikt werd om koelkasten te kunnen laten functioneren, bleken de boosdoeners te zijn. In die tijd werd nog betrekkelijk achteloos omgegaan met afgedankte apparatuur. Ook in spuitbussen werden deze drijfgassen gebruikt. Voldoende reden om daar anders mee om te gaan. Andere gebruik van spuitbussen en afgedankte materialen worden weer ingezameld en verwerkt. Als voorbeeld van een duurzame economie waarin afval als grondstof wordt gebruikt. En wat zien we nu? Het gat in de ozonlaag is grotendeels verdwenen.  Kortom wij als mensen hebben het vermogen ons aan te passen als we dat willen.

Terug naar Klimaat en energie. Verder lezend in de krant van vandaag kom ik een redactioneel commentaar tegen. Daarin staat voor mij de alarmerende kop “de vraag is niet zozeer of we kernenergie willen maar of het zonder wel gaat lukken” Verderop in dat commentaar wordt de vraag gesteld “….zomaar aan kernenergie voorbij gaan. Misschien kunnen we ons die luxe niet veroorloven”. Dat beeld laat ik maar even tot me door dringen. Het is het resultaat van een ruime periode stiekem doen over de problemen die we ooit toerekenden aan kernenergie. En ook het negeren van de problemen die ons voortdurend handelen met zich meebrengt. De overconsumptie van energie bedoel ik daarmee. Verschillende partijen komen er glad voor uit; in hun denken is de toepassing van kernenergie het enige alternatief dat we hebben. Anders kunnen we de consumptie die we hebben niet volhouden en doen we dus niet langer mee. Niet alleen landelijk is dat een visie die sterker naar voren komt, ook regionaal zegt de VVD van Limburg dat ze een kerncentrale in hun regio wel zien zitten. (https://www.1limburg.nl/vvd-noord-limburg-staat-open-voor-kerncentrale-regio) Ik moet er niet aan denken.

10 jaar terug hadden we eenzelfde discussie. Toen kwam een advertentiecampagne van landelijke energieleveranciers onder onze aandacht. Zij braken een lans voor “atoomstroom”. De problemen van toen zijn nog steeds de problemen van nu. Een atoomcentrale bouwen kost veel tijd en geld en brengt o.a. vanwege het vele beton dat in de constructie verwerkt wordt een zeer hoge CO2 belasting met zich mee. Op zichzelf genomen al voldoende redenen om het niet te willen. Maar er is nog een argument. Hoe om te gaan met het radioactieve afval dat met het gebruik gepaard gaat. Daar is nog geen goede oplossing voor. Niet alleen omdat het langdurige opslag betreft en er geen plek te vinden is waar we zoiets stabiel gedurende honderden jaren kunnen opslaan. Wubbo Ockels had in dit filmpje van 10 jaar geleden het argument dat voor mij de doorslag heeft. 

Zie: https://youtu.be/vfDX7OrzB94  .  Hij stelt dat “de mens” niet veilig is en over zo’n lange periode als nodig voor een verantwoorde opslag van kernafval domweg niet te vertrouwen is.  Toeval bestaat niet. We hebben net de ervaring opgedaan met een politieke leider die wij niet echt betrouwbaar vinden. Ik doel op Trump is de VS. Wubbo heeft deze leider niet meegemaakt maar stelt terecht de vraag: Kunnen we welvertrouwen op een toekomstig politiek systeem dat net zo verantwoord wil omgaan met het kernafval als wij dat nu zouden doen? Als twijfel de basis is van kennis zeg ik met hem: Niet doen! Hopelijk komt die geruststelling na de verkiezingen van 17 maart.  

            Als lokaal politicus kunnen we niet om de energietransitie heen. In het eerder geplaatste blog “een beter klimaat…” ging ik daar al op in. Belangrijkste conclusies blijven ook nu overeind; energietransitie kan alleen slagen als daarvoor maatschappelijk draagvlak gecreëerd wordt en dat lukt ongetwijfeld beter als we energiezuiniger worden. Een mooier argument om naar een duurzamere samenleving te willen gaan heb ik nu niet.

Covid 19 en de verkiezingen; een ongelukkige combinatie?

Gaan die wel samen is de vraag die ik me zo onderhand stel. Als rechtgeaard democraat is voor mij duidelijk dat tot de laatste snik verdedigd moet worden dat de geplande verkiezingen van 17 maart a.s. door moeten gaan. En wel om de simpele reden dat ze al jaren voor dat moment gepland staan. De functie ervan staat wat mij betreft buiten kijf, wat er ook gebeurt, wij als kiezers moeten dan ons democratisch recht kunnen uitoefenen. Maar je mag toch hopen dat de zij die gekozen willen worden deze periode gebruiken om een boodschap met ons te delen die boven de waan van de dag uitgaat. En daar begin ik zo zoetjesaan toch serieus aan te twijfelen. 

Gisteravond weer een persconferentie mogen zien van het duo Rutte/deJonge dat de leiding heeft genomen bij het bestrijden van de Covid 19 pandemie. En eerlijk gezegd, het voorjaar nadert maar ik word hier niet vrolijker van. Inmiddels zijn we bijna een jaar bezig met het bestrijden van deze pandemie en dat blijkt geen eenvoudige zaak te zijn. Je moet constateren dat dit virus zorgt voor een niet te onderschatten ziektelast. De ernstige gevolgen die dit virus kan hebben, liegen er niet om. En vandaar dat het goed was om een stevige ingreep te doen in onze dagelijkse samenleving. En ja, ook de tweede lockdown of beter gezegd de avondklok is een terechte maatregel. Maar na een jaar en beschikking hebbend over effectieve vaccins zouden we toch wel aanbeland mogen zijn bij een heldere exit strategie die aangeeft wanneer we een aantal maatregelen zouden kunnen verminderen. Toch?  Er zijn daarvoor harde normen geformuleerd die gebaseerd zijn op onderzoek van het Outbreak Management Team van RIVM en andere deskundigen. Kernwaarden daarin zijn drempelwaardes van 1) Intensive Care unit bezetting, 2) ziekenhuisopnames 3) waargenomen dagelijkse besmettingen. Wanneer deze waardes onder de drempel komen (en blijven) kan er versoepeld worden. En naarmate de vaccinatiegraad onder de bevolking toeneemt zal dat moment sneller dichterbij komen. “So far so good”

Terug naar de persconferentie. De levering van vaccins verloopt niet zo soepel als geplanned. Het aantal ziekenhuisopnames stijgt de laatste dagen weer. Het niveau van besmettingen blijft hoog. Het RIVM spreekt zelfs van een derde golf. En wat doet het kabinet? Er wordt gehoor gegeven aan de druk vanuit allerlei groepen en er worden enkele versoepelingen afgekondigd. Contactberoepen (kappers, chiropraktijken en nagelstudio’s) mogen weer beginnen, voor de retail wordt een ingewikkelde constructie met beperkt gereguleerde toegang geopperd (max 6 mensen per uur per winkel verdieping), het middelbaar onderwijs en MBO mogen op een bepaalde manier weer aan de slag. En ja, dan volgt ook nog de “persoonlijke afspraak” die Rutte met ieder van ons maakt nl. dat we ons houden aan de basisafspraken (handenwassen, 1,5 meter afstand, draag dat mondkapje, blijf thuis, max 1 persoon op bezoek en avondklok na 9 uur). Van Dissel noemt dat niet voor niets de basismaatregelen.

Voor de zoveelste keer wordt er dus van de eerder afgesproken strategie afgeweken. De avondklok, die volgens eigen zeggen van de premier als eerste zou worden afgeschaft, wordt nu verlengd en als wisselgeld gebruikt om een aantal versoepelingen toch door te laten gaan. Die versoepelingen zouden nog te billijken zijn als de verwachting zou zijn dat we van het virus af zouden komen vanwege het naderende voorjaar en de vaccinatiestrategie. Maar nee zoals gezegd RIVM verwacht een derde golf. Sterker nog het ziet er naar uit dat het virus in verschillende gedaanten onder ons blijft; endemisch wordt gelijk het griepvirus (maar met vooralsnog een ernstiger ziektelast). Dan zou je verwachten dat we gaan nadenken over een “nieuw normaal”. En ondertussen een duidelijke exit strategie formuleren. Zoals dat juist dezer dagen ook in het Verenigd koninkrijk is gedaan.

Dit mag je toch beoordelen als een duidelijk kompas. Vertaal het naar het Nederlands en zet scherp in op de vaccinatie van de bevolking te beginnen bij de kwetsbaren (60+) en we hebben wat zou ik zeggen. 

Het wordt steeds duidelijker dat het coronabeleid van dit kabinet sterk in het teken van de verkiezingen is komen te staan. Zie de “persoonlijke afspraak” van Rutte. En de reacties van de anderen daarop in een campagne die maar niet van de grond wil komen.

Maar die verkiezingen zouden eigenlijk moeten gaan over “leiderschap” De casus “Covid 19” laat pijnlijk duidelijk zien waar het nu aan ontbreekt. Een duidelijke visie hoe we uit deze crisis kunnen komen. Het sturen op de IC capaciteit wordt losgelaten om tegemoet te komen aan de verschillende lobbygroepen. En dat zijn er nogal wat. En helaas, daarbij is het niet mogelijk een onderbouwing van de gemaakte keuzen te herkennen. Richting geven aan die nieuwe samenleving, met een endemisch Covid 19, het is er niet. De mobilisatie van deskundigheid, om de contouren van dat nieuwe normaal te ontdekken, ontbreekt. De argumentatie waarom juist deze versoepelingen aangegaan worden, met daarbij de ratio hoelang dat vol te houden is, ontbreekt. Zo blijven we in een crisisaanpak zitten zonder dat we zicht op de uitgang krijgen.

Als je het mij vraagt is dat net zo ingewikkeld als de herziening van onze pensioenen. Of de inmiddels broodnodige herziening van ons belastingstelsel. Of de reorganisatie van het sociale domein.  We zijn op dit punt aanbeland vanwege een ruime periode neo-liberaal beleid. De overheid is daar niet alleen kwantitatief minder geworden maar heeft op heel veel gebieden ook fors ingeboet op haar inhoudelijke positie. Geen wonder als je managementprincipes plaatst boven het aspect van publieke dienstverlening. Dat dit anders moet weten we. Maar het lijkt erop dat we de komende jaren eerst een aantal parlementaire enquêtes nodig hebben (toeslagenaffaire, gaswinning en herstel en straks waarschijnlijk ook Covid pandemie)  voordat we de echte keuzen gaan maken. Maar we weten eigenlijk toch al dat we een andere overheid nodig hebben. Een die veel inhoudelijker sturing kan geven aan de richting van dit land. Een die daarbij gecontroleerd kan worden door de tegenmacht vanuit het parlement. Dáár zouden die verkiezingen over moeten gaan. Ongelofelijk eigenlijk dat zo weinig Nederlanders en politici zien dat het anders moet. Dat we ons niet verwarren door de PR machine van de grote leider in deze crisis die blijft volhouden dat hij nog geen campagne voert en oh ja, ook weet te melden dat hij geen behoefte heeft aan een sociologische analyse van de weerstand bij de Nl-bevolking tegen het corona beleid.            

We hebben nog 21 dagen te gaan tot de verkiezingen van 17 maart. Ik mag toch hopen dat het lampje bij voldoende kiezers alsnog aangaat.

Een beter klimaat……

Tja dat begint bij jezelf is al heel lang mijn standaardantwoord. Hoe dat zo gekomen is laat zich niet moeilijk raden. Ik was net 20 toen de discussie losbarstte. Als bioloog in opleiding was ik natuurlijk onder de indruk van al dat moois dat zich in de colleges paleontologie en tropische plantenkunde aan mij ontvouwde. Ook de dierenwereld was adembenemend om te zien. En ja, ik keek ook graag om me heen op mijn fietstochten in het Rijk van Nijmegen.  Mede daardoor stond toen al de aandacht voor het milieu al volop in mijn belangstelling. Discussies over de bedreigde Ooijpolder volgde ik van nabij. En daar bovenop kwam ook nog eens de Club van Rome die vertelde dat er grenzen aan de groei zijn. Als dat bij elkaar genomen niet vormend werkt dan weet ik het ook niet. Logisch dat mijn denken evolueerde naar een wereldbeeld waarin die bedreiging (er is niet genoeg voor ons allen), plaats moet maken voor: ga verstandig om met wat je hebt. Dat daarbij “eerlijk delen” hoort is voor mij vanzelfsprekend, maar komt vast in een andere bijdrage tot zijn recht.

Verstandig omgaan met de wereld die we hebben wil ook zeggen, gedraag je nou zo zodat je die wereld van jou, ook kunt doorgeven aan volgende generaties. Voor mijzelf was het duidelijk, grenzen aan de groei bepaald dat het slimmer moet. Ik ben geen econoom, maar de boodschap dat groei gepaard gaat met consumptie van grondstoffen en energie lijkt me volstrekt helder. In Nederland hadden we net afscheid genomen van de steenkoolindustrie waar mijn geboorteregio groot mee geworden was. Het aardgas uit Slochteren werd de onuitputtelijke bron van schonere energie. En daarnaast was er nog de toekomstdroom van schone kernenergie. Geen probleem zo zou je zeggen. Het addertje onder het gras bleek al gauw gevonden te zijn. Kernenergie ontwikkelen was duur en tja, waar laat je dat afval. Toch maar niet doen is altijd mijn stellingname geweest. Eerst eens een goede oplossing van het afvalprobleem, pas dan kunnen we verder zien. 

Bill Gates

Nu, zo’n 50 jaar later steekt de discussie over kernenergie de kop weer op. Vandaag via een artikel in de plaatselijke krant over de visie van Bill Gates. (ja die van Windows en van de 7 Covid 19 vaccin fabrieken) Zijn boodschap: kernenergie hebben we echt nodig als we rond 2050 klimaatneutraal willen zijn. En om dat te bereiken zullen we met kracht moeten investeren in R&D. En dan niet om een goede COopslag te realiseren maar in duurzame schone energie. Een inspirerende gedachte. En passant benoemt hij natuurlijk ook wind en zonne-energie maar zonder een goede energieopslag redden we het daarmee niet. Maar ook hij maakt zich kennelijk nog niet druk over een verantwoorde opslag van het radioactieve restafval. 

Ook in het programma van D66 voor de tweede kamerverkiezingen wordt een passage gewijd aan de mogelijkheid van kernenergie. “Het is duur om energie op te wekken ….. Daar komt bij dat er nog steeds geen goede oplossing is voor het kernafval dat duizenden jaren opgeslagen moet worden. Uit diverse recente studies blijkt bovendien dat kernenergie voor Nederland niet nodig is voor een schoon, betrouwbaar en betaalbaar energiesysteem.” Verderop in het programma wordt aangegeven dat “marktpartijen een vergunning kunnen aanvragen als ze de verantwoordelijkheid nemen voor de ontmanteling en de opslag van het afval.” Wat mij betreft nu voor dit onderwerp een afdoende standpunt. Toch wringt de schoen. 

Vanuit de lokale politiek ben ik uiteraard betrokken bij het proces van de regionale energie-opwekking. We hebben immers vanuit het klimaatakkoord een taakstelling meegekregen. Hoe zijn we in staat om als gemeente “energie neutraal” te worden. Door lokale-regionale omstandigheden zijn we in de mogelijkheden beperkt. Vanwege het nabijgelegen vliegveld MAA kan er in onze gemeente geen opwekking van windenergie plaatsvinden. Vooralsnog alle pijlen dus gezet op zonne-energie.  Waar mogelijk de daken bedekt met zonnepanelen. En omdat het niet genoeg is dan zullen we ook buiten de bebouwde omgeving z.g. zonneweiden moeten gaan realiseren. Na veel studie over dit onderwerp zijn wat zoekgebieden aangewezen.. En zoals mijn collega Martijn (@martijn_kosters) , woordvoerder bij dit debat stelde is draagvlak voor dit beleid cruciaal. En dat blijkt nog niet zo simpel te realiseren te zijn. (zie http://bit.ly/2OPbrha) Want als het echt dichtbij komt schrompelt draagvlak voor dit soort vernieuwingen als sneeuw voor de zon. Ook in de raad van mijn gemeente vindt de stellingname dat we nog wel even kunnen wachten op technologische vooruitgang, dan opeens heel veel ondersteuning. Als lid van die raad voel ik me tekortgeschoten, in mijn ogen hebben we met deze uitkomst onze gemeente slecht gesteund. De weg naar een duurzame gemeente is voor ons uitgeschoven en gemakzuchtige oplossingen zijn een duwtje in de rug gegeven. Dat kan en moet anders, Toch!

En terwijl ik dit schrijf valt het blad van Milieudefensie in de bus. Het verhaalt van de juridische strijd tegen de multinational Shell die gedwongen wordt de in Nigeria aangerichte schade bij haar oliewinning aldaar te vergoeden. De nog lopende zaak dat Shell zijn uitstoot in 2030 met 45% verminderd heeft ten opzichte van 2019 wordt in mei van dit jaar van een uitspraak voorzien. Acties die steun verdienen en perspectief bieden, zoveel is zeker.

Terug naar het begin. Terug naar de grenzen aan de groei. Die zijn er nog steeds. En het lijkt wel alsof we niet in staat zijn om langs andere wegen te gaan. Het wordt nu toch echt tijd om te ontdekken hoe we een betere verdeling van de schaarste aan grondstoffen en energie, om kunnen zetten in het creeren van kansen voor een goed toekomstperspectief voor iedereen. In dat verband spreekt het voorbeeld van de circulaire landbouw me wel aan. En kleinschalige energieopwekking gecombineerd met duurzaam gebruik. Maar er moet veel meer zijn. Kortom: hoe ontwikkelen we een duurzame samenleving. Ook 50 jaar na de Club van Rome een voor mij nog urgente vraag. Helpt u mij de weg te vinden?

Iedereen doet Mee!

Een mooi uitgangspunt, een veelgebruikte slogan voor politieke campagnes. We hebben in Nederland algemeen kiesrecht. Dat is zo’n honderd jaar geleden geregeld. Nu hoeven we het alleen maar te hebben over het gegeven of we daarbij de goede leeftijdsgrens hebben gesteld. Kunnen we ook jongeren (18-) mede laten bepalen hoe hun toekomst er uit ziet?  Vanaf welke leeftijd gaat dan het algemeen kiesrecht gelden? Dat is een bepalende vraag geworden. Jongeren van nu zijn beter geïnformeerd en hebben de vaardigheden om mee te bespreken welk toekomstperspectief gewenst is. En als het dan (nog?) niet kan via het uitbrengen van een stem hoe pakken we dan hun inbreng mee? En zo lijkt het of een wezenlijke vraag bijna afdoende beantwoordt kan worden; Ja iedereen kan meedoen.  Toch!

Zo rond 2014 ontstond het idee dat de bevestiging t.a.v. iedereen doet mee best eens als beleidsuitgangspunt genomen kon worden. Met desnoods een beetje ondersteuning vanuit sociale wetgeving geboden moet dat kunnen. De uitvoering van die wetgeving zou het beste geschieden op lokaal niveau dwz. dicht bij de burger. Mooie uitgangspunten die betrekkelijk snel in wetgeving verankerd zijn. In 2015 waren de 3D’s een feit. Uitvoering van de participatiewet, wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) en de wet op de jeugdzorg vallen vanaf die tijd onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. Het enthousiasme waarmee de decentralisaties in het sociaal domein zijn geformuleerd werd ook nog eens vergezeld van een stevige bezuiniging. 

Als raadslid van een kleine gemeente heb ik deze ontwikkeling van nabij mogen meemaken. We startten met een grote ambitie om de uitvoering van de 3D’s ter hand te kunnen nemen. Ja inderdaad als gemeente moet je het verschil kunnen maken voor je eigen burgers. En dus werd die uitgelezen kans opgepakt. In het vervolg van dit betoog richt ik me alleen op de uitvoering van de participatiewet. De inzet vanuit publieke middelen diende erop gericht te zijn een goede individuele koppeling van vraag en aanbod naar arbeidsinzet te kunnen realiseren. Ook mensen met beperkingen op de arbeidsmarkt zouden volwaardig mee moeten doen. De arbeidsvoorziening “sociale werkplaats” werd als niet meer van deze tijd beschouwd en zou moeten verdwijnen. We zouden gaan streven naar het onderbrengen van deze arbeidscapaciteit naar reële werkgelegenheid van bedrijven en dienstverlenende instanties. Als het lukt om al die nieuwe reguliere banen te creëren voor mensen met een arbeidsbeperking kan de sociale werkplaats inderdaad verdwijnen. En o ja dat zou ik nog bijna vergeten te vermelden. Deze ambitie kon natuurlijk ook gerealiseerd worden door tegelijkertijd de gemeenten minder budget voor de uitvoering van deze plannen mee te geven.

Vervelend detail daarbij was natuurlijk dat die landelijke overheid niet echt afstand deed van bij de uitvoering. In veel vervolgstappen werd afgedwongen dat een grote mate van gelijkheid in uitvoering door de gemeenten gehanteerd werd. Want anders zouden mensen zich gedwongen zouden voelen om te gaan verhuizen vanwege de ondersteuning die ze denken te kunnen krijgen. Nee in de uitvoering werd alsnog een eenheidsworst afgedwongen.

Bij de ontwikkeling van lokaal beleid voor de doelgroep werd al snel duidelijk dat het leveren van maatwerk een arbeidsintensief gebeuren is. En dat de diversiteit in de doelgroep alleen vertaald kan worden in een zinvol arbeidsaanbod als verder gekeken kon worden dan de gemeentegrens dat toelaat. Een regionale aanpak biedt dan betere kansen omdat ze een grotere diversiteit van werkgelegenheid kent. Ook als je in ogenschouw neemt dat daarmee voor een gemeente ook een deel van de autonomie ingeleverd moet worden. Veel gemeenten hadden al een eigen sociale werkplaats. Die samenvoegen is dan de eerste verbeterstap. Voor de betrokkenen bij de sociale werkplaats heeft dit geresulteerd in een langdurig traject van reorganisatie, fusie, verplaatsing van werkplek en werksoort en zo meer. In een periode dat er geen nieuwe instroom van collega’s mogelijk was leidde dit ook nog eens tot een behoorlijke inperking van het toekomstperspectief. En ojee met die realisatie van nieuwe werk als onderdeel van het reguliere bedrijfsleven wilde het ook al niet zo vlotten. Verliezen en ziekteverzuim bleven toenemen. En dat terwijl met man en macht geprobeerd werd om er toch iets van te maken. En zo laat een studie uit 2019 van het SCP zien dat mensen uit de doelgroep vaker thuis kwamen te zitten omdat de toestroom bij de sociale werkplaats afgesloten was en de reguliere arbeidsmarkt voor hen geen passend werk kon bieden.

In de westelijke Mijnstreek hebben de gemeenten per 1 januari van 2021 de kans genomen om met elkaar nu eindelijk één organisatie “Vidar” te vormen. Een sluitstuk van een lang verandertraject, het begin van een nieuwe organisatie. De boeken over de voorgaande periode kunnen bijna gesloten worden. Ook dat is nog best een behoorlijk tijdrovend proces. De vraag is natuurlijk of het allemaal de moeite waard geweest is. Hebben we de doelstellingen gehaald? Nee nadrukkelijk niet. In economische termen redenerend zitten we nog steeds met een verliespost. Maar we hebben er wel het een en ander van geleerd. Nu 5 jaar later zien we dat er verkeerde uitgangspunten gekozen zijn. Het idee achter dit maatwerk voor het individu was in principe niet verkeerd. Maar we hebben schromelijk onderschat welke rol en functie de sociale werkplaats heeft vervuld. En dat niet alleen voor de mensen die er gewerkt hebben maar ook voor de bedrijven die de producten uit die werkplaats hebben afgenomen. 

Gelukkig is dat besef ook langzaam terecht gekomen bij de nationale beleidsmakers. Deze week konden we immers vernemen dat door het aannemen van een motie in de tweede kamer een nieuw perspectief voor het beschut werk ontstaat. Een landelijk dekkend netwerk van sociale ontwikkelbedrijven. Een erkenning van de “sociale werkplaats nieuwe stijl” die voor meer mensen de kans biedt om mee te doen. Nu maar hopen dat bij de realisatie van deze kameruitspraak realistische uitvoeringsperspectieven gevoegd worden. Want ook in het arbeidsproces is het nog te realiseren; “iedereen doet mee”

Crisisbeheersing en preventie

In het programma Buitenhof was een gesprek met Jaap Goudsmit, viroloog die vanaf het begin van de AIDS uitbraak als toepassingsgericht wetenschapper internationaal actief is. Over het huidige beleid met Covid 19 is hij zeer kritisch en omschrijft hij dat als falend. De overheid vraagt adviezen aan haar wetenschappelijke adviseurs maar legt deze terzijde als reactie op actieve lobby’s van verschillende doelgroepen. Dat was al zo vanaf het begin (mondkapje op en af en toch weer op; kinderen naar school en toch weer niet; testen gevolg door bron- en contactonderzoek en toch weer loslaten) en dat gaat door tot in een warrige vaccinatiestrategie. Tja dat krijg je als het land gerund wordt door een leider die, zonder duidelijke eigen visie, alleen geïnteresseerd is in het bestrijden van de waan van de dag. En toegegeven, die daar electoraal zeer goed mee wegkomt.

Jaap Goudsmit

Jaap geeft aan dat we in deze situatie terecht gekomen zijn doordat we de laatste 15 jaar, stelselmatig het preventieve gezondheidsbeleid verwaarloosd hebben. En dat terwijl de kosten van de gezondheidszorg alsmaar stijgen en nu ca 100Miljard € bedragen. Medische technologie heeft ontegenzeggelijk veel vooruitgang gebracht. De gemiddelde levensverwachting is dan ook flink gestegen.  In de acute zorg wordt steeds weer geïnvesteerd, terwijl de investeringen in preventie sterk achterblijven. Een belangrijk gedeelte van het preventieve beleid wordt gevoerd vanuit de gedecentraliseerde GGD. Als gemeenteraadslid ben ik daar medeverantwoordelijk voor. Via het budgetrecht blijkt dat wij vanuit de gemeente Beek aan de begroting van de GGD Zuid Limburg per inwoner ca 36€ per jaar bijdragen. Ter vergelijking, in 2018 bedroegen de totale zorgkosten per inwoner in Nederland 5808€.

De Covid 19 pandemie legt een zwakte van de huidige gezondheidssituatie bloot. Los van leeftijd vormt het onderliggend lijden het belangrijkste kenmerk van mensen die een ernstige Covid 19 ziekte doormaken. Oftewel, diabetes, hart- en vaatziekten. En laat dat nou ziekten zijn die zeer goed beïnvloedbaar zijn door preventieve maatregelen. (gezonde voeding, beweging , vermijden van risicofactoren als roken, slechte lucht in stedelijk milieu). Heel logisch dus dat Jaap zijn betoog afsluit met een pleidooi voor een ander zorgbeleid. Een waar uitgegaan wordt van meer perspectief op preventie. 

Die manier van denken leidt ook tot een andere invulling van het vaccinatiebeleid dat nu gevoerd wordt. Het kabinet heeft als leidraad gekozen voor de vermindering van de ziektelast voor ziekenhuis en Intensive Care units. Veel adviezen onderbouwen die keuze. Zeker in de acute fase. Nu gaan we beschikken over adequate vaccins. Maar bij de opvolging van adviezen van een vaccinatiestrategie maakt dit kabinet verkeerde keuzen in het tegemoetkomen aan diverse lobbygroepen. Als gekozen zou worden voor het zo snel mogelijk en zoveel mogelijk vaccineren van alle 60-plussers dan heeft dat verschillende voordelen. Niet alleen wordt er een structurele vermindering van de ziektelast en de druk op de IC’s bereikt. Ook zijn we dan in staat om, ondanks de aanwezigheid van het virus in de NL-samenleving, af te komen van de beperkende maatregelen die nu normaal contact tussen mensen verhinderen. En dat in een overzienbare periode van pak m beet 2 maanden.

Erik Scherder

Tja die preventie. Er is nog een bijdrage die niet onvermeld mag blijven. In verschillende programma’s laat professor Erik Scherder duidelijk zien dat beweging een stimulerende invloed heeft op werking en het behoud van het functioneren van onze hersenen. Zo blijkt dat mensen die op jongere leeftijd actief waren op latere leeftijd veel minder last krijgen van dementie. Nou wisten we al dat beweging en gezondheid nauw met elkaar samenhangen. Als lector was dat ook steevast een onderdeel van mijn colleges over technologie en zorg. Dat de doorwerking naar de hersenontwikkeling nu ook duidelijk te onderbouwen valt, voegt daar nog iets aan toe. Je zou denken dat dit een grotere reden is om nu eens echt werk te maken van een preventief gezondheidsbeleid. In een nieuw televisieprogramma gaat Scherder door met het leggen van verbindingen. Oude tegeltjes wijsheden zoals “gedeelde smart is halve smart” worden geïllustreerd met nieuwe inzichten verkregen via hersenonderzoek. De inzet waarmee deze vertaling van fundamentele kennis naar maatschappelijk functioneren is bewonderenswaardig. Alleen jammer dat slechts weinigen in staat zijn die inzichten toe te passen.

In zijn betoog verwijst Scherder ook naar de positieve effecten die videocommunicatie heeft wanneer reguliere ontmoetingen er niet in zitten. Zoals in deze door Covid 19 gedomineerde periode waarin het huisbezoek beperkt is tot één persoon. Vanuit activiteiten die ik als vrijwilliger uitvoer via een Computer Doe en Leercentrum in Beek heb ik ook die ervaring. Als je toevallig kinderen in Australië of Amerika hebt wonen zal je als ouder de geneugten van videocommunicatie allang ontdekt hebben. Maar wat als je kinderen in de buurt wonen en je ze niet mag ontmoeten? Dan blijkt dat slechts een enkeling de hobbels overwint die het toepassen van die technologie met zich meebrengen.

En zo kom ik tot de slotsom van dit blog. Het bestrijden van een acute crisis van onze gezondheidszorg moeten we niet alleen bestrijden met het zicht op de acute situatie. De inzichten van de Gommers’s en Kuipers’ van de acute zorg zijn zeker nodig. Maar we dienen die ook te koppelen aan een visie op: hoe komen we uit deze situatie. Wat is ervoor nodig om in een situatie terecht te komen waarin we mogen denken aan versoepeling? Een combinatie van een zorgvisie met epidemiologische gegevens en het voorkómen van ziektelast is dan dringend gewenst. En hoe organiseren we een bredere benutting van de nieuwe technologische hulpmiddelen opdat iedereen mee kan blijven doen? Voor de zoveelste keer een roep op een echte visie om beleid te voeren. En niet enkel een managementbenadering die voldoet in de marketing van een voedingsmiddel.

kanttekening bij mijn dag

onder deze noemer publiceer ik berichten die ik met anderen wil delen. Kennis delen is in jaar en dag mijn thema geweest en waarom zou ik daarmee ophouden nu in reeds enige tijd gepensioneerd ben? Dat weet ik ook niet.

ik ga dat doen door op gezette tijden een blog te presenteren. En dat zal uiteindelijk wel gaan in de vorm van een aantal bij elkaar horende onderwerpen.

Natuurlijk krijg ik daar graag reacties op. Onder Contact staat aangegeven hoe je mij kunt bereiken. Wie weet waar dat allemaal toe mag leiden. Maar ik heb wel een aantal dingen die mij bezig houden. En die deel ik graag

Waarom doe ik dat via een openbaar blog? Nou omdat ik hoop dat door het delen van mijn iedere en inzichten ze massa kunnen krijgen. En daardoor de realisatiekans vergroot kan worden.

Ik ben vooral lokaal actief; vanuit een lokale politieke groepering als vertegenwoordiger in de gemeenteraad. Maar ook in het verenigingsleven. En mijn ogen sluiten voor algemene maatschappelijke ontwikkelingen lukt mij niet. Met als gevolg dat de thema’s die ik aanmaakt heel divers zullen zijn. En wie weet is dat nou juist de charme ervan. Mij bevalt dat wel. Kortom laten we beginnen.