In mijn vorige bijdrage riep ik een vraag op over de limburgse bestuurskracht.
Hoe terecht die vraag is bleek uit de commotie die we deze week hebben meegemaakt. In de voorbereiding naar de cruciale vergadering van de provinciale staten van 3 juni a.s. publiceerde GS haar agendastukken. Eerder is besloten dat het definitieve besluit door provinciale staten zelf genomen zou gaan worden. Eigenlijk vreemd. Het dagelijks bestuur van de provincie zou toch het beste overzicht kunnen en moeten hebben over de veelheid van relevante stukken die inmiddels over dit onderwerp zijn verzameld. Maar het gedoe dat we in deze bestuursperiode hebben meegemaakt (wisseling van samenstelling van GS) speelt daarin natuurlijk mee. De publicatie van het voorstel tot besluit zorgde voor flinke commotie. GS plaatste het meest vergaande voorstel als eerste te nemen besluit. En dat is natuurlijk de sluiting. En ja als je dat eenmaal besloten hebt is de investeringsbeslissing voor de baanvernieuwing overbodig geworden en ook gelijk afgehandeld. Tja bestuurlijk gesproken is dat helder. Maar lees je enkel het besluit dan zijn de poppen aan het dansen. Oordeel zelf
conceptbesluit in de pers
Onmiddellijk daarna brak de nodige commotie uit. Voor- en tegenstanders hadden hun lobbyactiviteiten alweer in het gelid staan.
Publicatie van een onderzoek naar draagvlak onder de bevolking wees uit dat onder de bevolking ruime steun aanwezig is. Maar ja wat zegt dat als je niet kunt inschatten wat het je gaat kosten?
De reddende hand vanuit Schiphol?
De uitgestoken hand van de Schipholgroep kwam in een interview van de directeur van Schiphol ook naar voren. De stukken zelf zijn nog vertrouwelijk maar onder een aanzienlijk aantal voorwaarden blijkt Dhr Benshop best bereid te zijn tot samenwerking. Neem eerst maar eens het besluit en dan zien we wel verder zo is de toon. Voor een dubbeltje jezelf op de eerste rang geplaatst? https://bit.ly/3xZv5eG
Schiphol wil wel onder voorwaarden
Waar halen we de benodigde bestuurskracht?
Ik moet zeggen dat dit mediabombardement me niet direct het vertrouwen geeft van een zorgvuldige besluitvorming. Daarvoor zijn de belangen over en weer te groot.
Wat ik in een dergelijke situatie node mis is het bestuurlijke verhaal dat de basis moet geven voor het vertrouwen in de toekomst. Ja er wordt inderdaad een forse investering gedaan om linksom of rechtsom een doel te bereiken, Maar het gaat toch echt verder dan een simpel rekensommetje. Gaat het vertrouwen over het goede besluit komen via de besluitvorming door provinciale staten? Dat is wel wat me het meeste zorgen baardt. De bestuurscrisis ligt nog vers in het geheugen. Inclusief de rol van de provinciale staten daarbij. En dat collectief zou het moeten gaan doen? Zou moeten uitgroeien boven het handjeklap dat ze tot nu toe heeft laten zien. Nee daar ben ik niet gerust op. Ik benijd ook de statenleden zelf niet hoor. Hoe je een goed overzicht kunt halen uit de karrevracht aan papier die er al ligt is mij een raadsel.
Op 3 juni is het duidelijk!?
Oh ja? Als de staten een positief besluit nemen, dan zijn we er nog lange niet. Toch! Of zit er dan een luchtvaart vergunning aan te komen? Kan het volgens de gangbare natuurvergunningen? Omgekeerd, als besloten wordt tot stoppen; hoe gaat het dan met de afwikkeling van de dan te verwachten schadeclaims, wanneer komt er dan zicht op een nieuwe invulling? Kortom waar staan we op 4 juni als er een besluit genomen is?
Dit voorjaar zullen een aantal ingrijpende besluiten over de economische toekomst van limburg genomen worden. Zo zal het gaan over de vernieuwing van de start en landingsbaan van MAA. Moeten er stappen gezet worden bij de energietransitie. Vraagt de toerismesektor na twee jaar pandemie en tegenvallende bedrijvigheid om toekomstperspectief en zal er stevig geïnvesteerd dienen te worden in het woon en leefklimaat in deze regio. Dat vraagt om een krachtig bestuur dat niet alleen durft te kiezen maar ook draagvlak voor de te nemen besluiten realiseert. Maar ook hier is het politieke landschap versnipperd. Hebben we dat krachtige bestuur dat juist nu nodig is? Ik beschrijf eerst de inhoudelijke aspecten om dan duidelijk te maken welke bestuurlijke uitdagingen zij oproepen
Besluit Nationaal Groeifonds over Einstein telescoop
Ook al heb ik dan als raadslid afscheid genomen, de bestuurlijke actualiteit volg ik natuurlijk toch. Afstand nemen kost tijd. En ja in deze paar weken gebeurt op dat niveau ongelofelijk veel. Vandaag berichten de kranten over de besluitvorming die het kabinet gedaan heeft over de besteding van het nationaal groeifonds. En wat blijkt? Er steekt met kop en schouders voor mij een project uit dat voor deze regio van groot belang kan gaan zijn. De investering die de komst van de zg Einstein telescoop in deze regio mogelijk moet gaan maken. In een internationale competitie met Italië streeft de regio zuid Limburg samen met België en Duitsland de vestiging van deze telescoop na. De besluitvorming is voorzien voor 2024. Uiteindelijk zal een bedrag van bijna 1miljard Euro aan Nederlands geld gekoppeld worden aan een dergelijk bedrag uit Europese fondsen. https://bit.ly/36kgOy0
ARTIST IMPRESSION EINSTEIN TELESCOOP
En dan verschijnt er zo rond 2035 op 200 meter onder de Limburgse grond een telescoop waarmee zwaartekrachtgolven bestudeerd kunnen worden. Een dergelijke investering in de kennispositie doe je natuurlijk niet zomaar. De geologische condities mogen in deze regio goed zijn. Het biedt ook een forse investering in hoogwaardige werkgelegenheid. En dat kunnen we in deze regio best gebruiken.
PleinAir v/h MAA?
Eind Maart was er een bespreking van een tweede ambitieus plan. Er woedt een stevige discussie over de toekomst van de luchthaven in deze regio MAA. Provinciale staten zal op 3 juni een besluit moeten nemen over de vernieuwing van de landingsbaan. Daar prijkt natuurlijk een aardig kostenplaatje aan. En uit een daarvoor gemaakte Maatschappelijke Kosten Baten analyse blijkt dat, welke keuze dan ook gemaakt wordt, er in geld uitgedrukt een fors bedrag mee gemoeid is. Afkopen van belangen bij het niet doorgaan van de investering of bekostiging van de investering zelf, de bedragen qua kosten is het al gauw vergelijkbaar. Qua opbrengst zijn er grote verschillen. Heeft de regio wel baat bij een luchthaven. In een straal van 100 km zijn er veel alternatieven. En als MAA de samenwerking met Schiphol aangaat voor vrachtvervoer wat levert dat de regio dan meer op een beperkte werkgelegenheid? Reden genoeg om te kijken naar alternatieven. De studie die door bureau van Francine Houben van het bureau Mecanoo werd gepresenteerd laat een groot aantal kansen zien https://bit.ly/3vnyO2O
pleinAir
Deze kunnen realiteit worden als de luchthaven wordt gesloten en deze omgeving wordt benut voor wonen, toerisme, kennisintensieve ontwikkeling en innovatie samen met de Chemelot/Brightlands campus en de ondersteuning van duurzaam energieopwekking en -gebruik. Die kansen moeten meegewogen worden bij een besluit over de vernieuwing van de landingsbaan. De studie pleinAir vraagt om een nadere uitwerking van deze kansen.zal een vervolg op deze intrigerende gedachtenontwikkeling gegeven worden.
Chemelot en Brightlands campus
Een belangrijk deel van de regionale werkgelegenheid bevindt zich op het terrein van Chemelot. Eerder heb ik al eens aandacht gegeven aan de transitie die daar heeft plaatsgevonden. Van een steenkool gerelateerde industrie een transitie naar chemische en voedingsmiddelen gerelateerde bedrijvigheid. Van noeste ondergrondse handenarbeid naar hoogwaardig chemisch technologisch kennisintensief werk. Vanuit het eerder aangehaalde Nationale Groeifonds zijn nu projecten op het gebied van circulaire plastics, biomedische productietechnologie en watertechnologie door het fonds gehonoreerd. En als het aardgas op is lonkt de toepassing van waterstofgas als energiedrager; daarvoor vinden nu ook investeringen plaats. Zozeer zelfs dat een andere grote speler op deze campus “Sabic” bezig is de eigen toekomst aldaar te herbezien. Sabic is de afsplitsing van wat eens Staatsmijnen/ DSM was en heeft de grote naftakrakers over genomen. Deze krakers zijn bijna aan het einde van hun technologische levensduur. Het beëindigen levert een forse bijdrage aan de duurzaamheidsambities van Chemelot. Het past ook in de verandering van het profiel van Chemelot als bedrijventerrein. Maar, komt de transitie van Chemelot op tijd, net zoals de transitie van mijnbouw naar (fijn)chemie op tijd kwam? Een behoorlijke uitdaging voor de publiek-private samenwerking in de regio.
Toerisme in de regio
Wonend in de mooie gemeente Beek is het goed toeven. Niet voor niets was het een van de vroegere burgemeesters die de claim uitbracht dat Beek, de poort van het Heuvelland vormt. Oftewel de toegang tot een rijk en afwisselend landschap. Om de 5 kilometer een dorp met een andere karakteristiek, cultuur en dialect. Voorzien van typerende gebouwen kenmerkend voor de combinatie van wonen en werken in de agrarische sector. Meer naar het zuiden tref je dan het echte Heuvelland aan, nu vooral een toeristische trekpleister. De economische transitie heeft daar eigenlijk weinig positiefs aan bijgedragen. Lang kon economische vooruitgang samengaan met die toeristische mogelijkheden. Het lijkt wel alsof de rek er een beetje uit is. De toekomstplannen m.b.t. luchthaven en economische motor vormen steeds meer een bedreiging voor dat toerisme. Natuurlijk heeft de coronaperiode geen goed gedaan aan de ontwikkeling van het toerisme. Het valt op dat ook de voorvechters van de menging van economische en toeristische functies vragen om nadere bezinning. Zo is althans de roep van Camile Oostwegel te interpreteren als hij stelt dat “een neergang van het toerisme in de lucht hangt”.https://bit.ly/3EoSwPVHij reageert daarmee op de MKBA zoals die voor MAA is gemaakt.Als iemand met die staat van dienst zo reageert dan zou je denken dat er onderliggend toch een verandering speelt waar bestuurders kritisch op zouden moeten inspelen. Doen ze dat ook? Veel is daar nog niet van te merken.
Wonen in de regio en duurzaamheid
Nog zo’n thema waarbij het zaak is dat er op korte termijn echte stappen gezet moeten gaan worden. Ook op lokaal niveau. Het gemengde stedelijk en landelijke karakter van een dorp als Beek bepaald het een prettige woonklimaat. In de laatste strategische visie is dat als een belangrijk kernpunt voor het gemeentelijk beleid onderkend. Maar hoe duurzaam is die woonomgeving? Een recent bericht geeft aan dat dit tegen valt. https://bit.ly/3M1U19a Veel huizen zijn gebouwd in de naoorlogse periode. Grotendeels ook in de regionale traditie van zelfbouw. Aanleiding gevend tot een grote variëteit van woningen met een doorgaans aantrekkelijke architectuur, maar duurzaam? Nee, de ruim aanwezige steenkool en later het aardgas vormden nou niet bepaald een prikkel tot een duurzaam energiebeheer. Tijd voor bestuurlijke prioriteit. Maar na een bestuursperiode met een “klimaat” wethouder; geeft de in de krant aangehaalde constatering aan dat duurzaamheid actief moet worden opgepakt.
Wat zijn de gevolgen voor het bestuur?
Deze thematische rondgang aan de hand van enkele recente berichten laat zien dat de uitdagingen voor het lokale en regionale bestuur er niet om liegen. Zelden komt een dergelijk groot aantal lijnen bij elkaar. Een keuze met betrekking tot de luchthaven is niet alleen een keuze voor continuïteit van een bepaalde economische sector. Het is ook een keuze die grote gevolgen heeft voor de energietransitie, en het creëren van toekomstige en het behoud van bestaande werkgelegenheid. Het lijkt er op dat het politiek / bestuurlijke speelveld in enkele maanden tijd drastisch veranderd is. Het is voor mij nog maar de vraag of we in deze regio de bestuurders hebben die op tijd in staat zijn de bakens te verzetten. Oude stokpaardjes loslaten en vervangen door nieuwe perspectieven en in staat zijn daarvoor het benodigde draagvlak te creëren vergt bestuurlijke moed. De transitie van staatsmijnen / DSM naar het huidige Chemelot is een succesvol voorbeeld van een dergelijke transitie. Grotendeels vormgegeven binnen de contouren van het bedrijf zelf. Maar wat nu gevraagd wordt vergt een publiek/private samenwerkingen is van een andere orde. De hele regio is erbij betrokken. De energietransitie vraagt een ander ruimtebeslag vragen. En dat in een op tradities georiënteerde en vergrijzende samenleving. Biedt die bestuurlijke omgeving voldoende ruimte voor een toekomstgerichte strategie? Of gaan de hakken in het zand ten faveure van de status quo? Een niet te onderschatten uitdaging voor de bestuurders.
Vanochtend zat ik gekluisterd aan de pc. Om live de toespraak van de Oekraïense president Zelenski topt het Nederlandse parlement te zien. Een historisch moment en zeer indrukwekkend. Nooit gedacht dat wij in Europa een staat van oorlog zouden meemaken. De tweede wereldoorlog zou de laatste moeten zijn. En na 75 jaar vrede lijkt het zo gewoon. Maar inderdaad, je mag dat als een historische vergissing beschouwen. Met de inval in de Krim in 2014 die ook ik achteloos voorbij heb zien gaan hebben we een aardige waarschuwing over het hoofd gezien. En ja juist in Nederland hebben we ons van onze slechtste kant laten zien door als bevolking in een referendum tegen het verdrag met Oekraïne te stemmen. De gevolgen van dat populistisch verzet in Nederland kent zijn weerga niet. Ook dat heb ik niet op waarde geschat. Ook dat heeft het kabinet van toen achteloos voorbij laten gaan.Dat er ondertussen vanuit het brein van Poetin systematisch aan een masterplan wordt gewerkt is ondertussen wel duidelijk. Met de inval van Oekraïne is een volgende fase in gang gezet. Uiteindelijk zal dat in zijn visie moeten leiden tot het herstel van wat ooit de Sovjetunie is geweest. Oftewel decennia terug in de tijd naar de tijd van Stalin en Lenin.
Dat wij vanuit het westen de vrede zo vanzelfsprekend hebben geacht is een grote misvatting gebleken. Het Oekrainse volk betaald daar nu de hoogste prijs voor.
De kracht van Oekraïne
In 2019 trad Zelenski aan als president van Oekraïne. Als succesvol entertainer heeft hij zijn vaardigheden gebruikt om plotsklaps met absolute meerderheid aan de macht te komen. En, hij en zijn kiezers wisten kennelijk heel goed waarom zij die macht wilden gaan inzetten. Om van Ukraine een moderne westerse staat te gaan maken. Weg van de Russische invloedssfeer. Gebouwd werd aan een eenheid die de invallen van buitenaf zou kunnen weerstaan. Het verzet in de Donbas waar sinds 2014 een soort vrijheidsoorlog vanuit een Russisch gerelateerde minderheid aan de gang is bleef als een etterende wond aanwezig. Maar getransformeerd tot een soort loopgravenoorlog leidde dat in ieder geval tot een soort surplace. Voor het Kremlin heeft dit kennelijk geleid tot een prikkel om verdergaande acties voor te bereiden. Dat heeft geleid tot een oorlog die nu dag 37 meemaakt. Een oorlog die door de russen is neergezet als een “special operation” een soort bevrijdingsactie.
Een bevrijdingsactie van een volk dat naar nu blijkt zichzelf al heeft bevrijd. Want dat is de agenda die Zelenski met zijn volgelingen in de laatste jaren hebben uitgevoerd. Op meerdere frontenzijn vernieuwingen in gang gezet. Versterking van het leger, voorbereiding op wat komen gaat als er inderdaad een Russische inval aan komt. Versterking van de banden met Europa (economisch, cultureel).
Overval op Oekraïne verloopt niet zoals gedacht
Vanuit Rusland is de inschatting gemaakt dat de speciale actie richting Oekraïne in enkele dagen voltooid zou zijn. Dan zou een vazalregering geïnstalleerd worden en was het voorlopig klaar. Vandaar dat een heuse troepenmacht vanuit Wit Rusland klaar stond om binnen te vallen. Maar dat viel- gelukkig- tegen. De aanval stokte. En ook in de Donbas (was dit het eigenlijke doel?) is de strijd hevig. En zo na 36 dagen mogen we constateren dat Zelenski, ja met hulp van Poetin, erin geslaagd is om het Oekrainse volk als een eenheid achter het behoud van zelfstandigheid te scharen. Een tactische vergissing van Poetin of krachtig leiderschap van Zelenski.
Dat laatste wordt nu dagelijks geïllustreerd.
Toespraak Zelenski
Bijna iedere dag houdt Zelenski een toespraak tot parlementen van westerse landen. Zo ook vandaag naar Nederland.
En dat met een gericht krachtig verhaal. Daarin vertelt hij hoe de strijd er voorstaat
Hij legt ook uit waar het verzet in Oekraïne vandaan komt. En doet een gerichte roep om hulp. En ja hij heeft wat mij betreft gelijk. De strijd van Oekraïne nu is een strijd voor het behoud van vrede in Europa, een strijd tegen de tirannie.
Met een goed inzicht in de Nederlandse geschiedenis verwijst hij naar de vrijheidsstrijd van de Nederlanden in de 80-jarige oorlog. Daar werd het fundament van de vrede in Nederland gelegd Het Nederlandse volkslied verwijst ernaar (slotregel 6e couplet: ……de tirannie verdrijven die mij mijn hart doorwondt.)
Verderop in deze toespraak verwijst hij naar Den Haag als stad van het internationale recht. Daar zou de juridische evaluatie van deze oorlogshandelingen moeten plaatsvinden. Hij vraagt nadrukkelijk om ondersteuning in de vorm van het leveren van wapens om de strijd te kunnen doorzetten. En doet een beroep op de Europese landen om te stoppen met het afnemen van Russisch gas. De roep om hulp heeft niet alleen betrekking op nu. Hij verwijst ook naar de hulp nodig voor de opbouw van het land. Wellicht zou Nederland de herbouw van een van de steden kunnen adopteren.
Deze oorlog is volgens hem de eerste stap die Rusland wil zetten hierna komt er meer. Omgekeerd redenerend is de Oekrainse strijd dus ook een strijd voor het behoud van de vrede in europa. Een aansluiting van Oekraïne bij Europa is dan ook de logische rechtstreekse vraag aan Mark Rutte die hij afsluitend stelt
Kamerdebat met een vinnig verloop
Het aansluitende kamerdebat is gericht op de mate waarin Nederland ondersteuning verleend aan Oekraïne. Zeer treffend daarbij is dat FvD ontbreekt net zoals ze dat tijdens Zelenski’s toespraak deden. Daarmee perfect illustrerend dat we Poetins vriende in het parlement hebben zitten. Zo onderhand vind ik het niet meer dan terecht dat tegen deze ondemocratische partij wordt opgetreden. Er gaat nota bene veel subsidiegeld naar toe.
Verder op in het debat wordt breed in de kamer het ongenoegen geuit dat Nederland niet in staat is om op een substantiële manier de Russische tegoeden te blokkeren. Tja dan zie je weer dat we van origine een handelsnatie zijn. De Belgen doen dat veel beter. Zie de colum van Sheila Sitalsing op 30maart. https://bit.ly/3K7I7dG
Bij de beantwoording van de Kamervragen door het kabinet bij monde van de minister Hoekstra van Buitenlandse zaken komt de oorzaak boven tafel. Het is een niet gecoördineerde activiteit. Ieder ministerie werkt op eigen houtje en gegevens delen is er niet bij. Bij gebrek aan overzicht zijn de oligarchen de lachende derde. Geld is natuurlijk al overgemaakt net zoals de boten uit de Nederlandse wateren verdwenen zijn en stromannen eigenaar zullen zijn geworden van de panden. Geen idee nog hoe dat kabinet zich hieruit weet te redden.
Maar aan het eind van de dag komt de helpende hand naar voren.
Poetin helpt een handje
Als onderdeel van zijn eigen strategie draait Poetin de Europese landen de duimschroeven aan. De gasrekening van april moet in roebels worden betaald anders volgt er geen levering. Hij denkt dat dit voor ons een groot probleem gaat opleveren. Maar schiet zichzelf daarbij waarschijnlijk in zijn voet. Want als onze energieminister Jetten nou eens voet bij stuk houdt en er niet over piekert om in roebels te betalen en geen gas af te nemen. Dan is dat toch prima geregeld. Geen gas is ook geen inkomsten. Regelt Poetin zelf wat wij niet geregeld kunnen krijgen. En gaan wij sneller van het gas af. Een fantastische ommekeer van een heel vervelende situatie als je het mij vraagt.
krijg het lintje van de burgemeester Christine van Basten opgespeld na bewezen diensten
De weg naar het raadslidmaatschap was er een met hindernissen. Pas bij mijn derde poging lukte het. Maar terugkijkend was het zeer de moeite waard. Een ambitie om in het college te komen heb ik nooit gehad. Ik had en heb gelukkig een leven naast de politiek.Ik heb het raadswerk vanuit alle hoeken en gaten mogen zien.Heb alleen geen deel mogen uitmaken van een rekenkamer. Wat had ik graag daar mijn inzet in geleverd.
Het raadswerk is voor mij niet alleen een intellectuele uitdaging geweest. Vele ontmoetingen binnen en buiten het dorp hebben mij ook een betrokkenheid gebracht bij het dagdagelijkse leven in dit dorp. EN ja daar veranderd wel het een en ander in de loop van 16 jaar.
Ik wil niet over mijn politieke graf regeren. Toch wil ik nu gezegd hebben dat Beek veel meer werk moet maken van echte burgerparticipatie. De bereidheid bij die burgers is er. Het is enkel een verhaal van hoe geef je mensen hun eigen stem terug in ontwikkeling en uitvoering van wat ook volgens hen nodig is. In die zin sta ik nog steeds achter de leus die ik in 2002 hanteerde: “Beek, een gemeente van en voor de Beekenaar”
Ik wil danken voor het vele werk dat in het gemeentehuis wordt verzet. Denkkracht en daadkracht is er genoeg. Ik zou willen dat de vakinhoudelijke expertise van die ambtenaren veel duidelijker als onderdeel van de beleidscyclus gehoord mag worden. Dat wil zeggen in de beeldvormende fase en zonder een bestuurlijk filter. Dat voorkomt heel wat politiek geneuzel en brengt deze mooie gemeente sterker vooruit. Ja ook op dit punt zou ik willen zeggen “Tijd voor verandering”.
De kiezers en Progressief Beek dank ik dat ik deel heb mogen uitmaken van de Raad van Beek.
Greetje en mijn jongens dank ik voor het mogelijk maken, het heeft ook van jullie tijd en inzet gekost. Inmiddels wonen enkelen van jullie niet meer in Beek. Maar ook voor jullie heb ik het gedaan.
Stilzitten is er niet bij, na een lange wandeling dit voorjaar zult u mij terug kunnen zien in de Beekse Kern waar ik mij blijf inzetten als vrijwilliger.
Tot zover de tekst zoals ik die heb uitgesproken als dankwoord. Daaraan vooraf ging een mooie toespraak van onze burgemeester gericht aan alle vertrekkende raadsleden en ook aan mijzelf (min44:30-47:10). En ook nog die van onze fractievoorzitter Eric Heitzer (min 59:28-1:05;00) waarna ik aansluitend -voor een keer dan- bovenstaand laatste woord mocht uitspreken.
Zoveel mooie woorden na al die inspanningen. Gelukkig kon ik mij op weg naar het spreekgestoelte beetpakken en heb ik bovenstaand laatste woordje naar volle tevredenheid tot de raad kunnen richten. zie https://bit.ly/36CRUd3
En nu door….
Het afscheid als raadslid zal ongetwijfeld gevolgen hebben voor dit blog. Qua inhoud, vorm en frequentie wellicht. Maar nu ik dit communicatiemiddel eenmaal gevonden heb zal ik daar niet langer van afzien.Of het ook voor de lezer interessant is? Ik doe mijn best maar dat is toch aan de lezer zelf.
Een voor mij gedenkwaardige dag. Het is de zesde keer dat ik op een lijst sta voor de gemeenteraadsverkiezingen. In 1998 was het de eerste keer. Ik was gestrikt voor deelname op de lijst van D66 in de gemeente. We waren tot dan vertegenwoordigd in de raad. Maar continuïteit organiseren zat er niet bij. Deels lag dat aan het gebrek aan interne continuïteit maar ook aan de ietwat rommelige campagne die toen gevoerd werd. Het gevolg was dat de toegang tot de echte discussies er niet bij zat.
Toch volgde ik op afstand de raadsvergaderingen. Dat ging nog vooral via de draadomroep. Vanuit de achterban werd in 2002 een beroep op me gedaan om als lijsttrekker mee te gaan doen. Dat was voor mij wel een aardige uitdaging. Beek was (en is) een bolwerk van partijen die op basis van persoonlijke steun politiek bedrijven. De rol van verenigingen als leverancier als stemmen is dan ook niet te onderschatten. De introductie van het duale stelsel in dat jaar was een lonkend perspectief om het toch te gaan proberen.
mijn campagne als lijsttrekker in 2002
Zelf zat ik wel in verenigingen maar niet in Beek doch in het naastgelegen dorp. Politiek gesproken heb je daar niet zoveel aan. Maar we hadden voldoende lokale mensen op de lijst en naar ons idee een goed inhoudelijk verhaal. Maar helaas, aan het eind van de telling kwamen we zo’n 30 stemmen tekort. Een flinke teleurstelling op dat moment. Maar als ik toen had geweten wat ik nu weet had ik daar niet zo rouwig om moeten zijn.
Wederom bleef ik de ontwikkelingen volgen. Als je eenmaal met dat virus behept bent is er geen ontkomen aan. Bij de analyse van die nederlaag trokken we een belangrijke conclusie. We zouden niet meer als D66 lijst gaan, dus als vazal van een landelijke partij. Nee we zouden gaan proberen om dat gedachtegoed onder te brengen bij een lokale partij. In de voorbereiding van de verkiezingen van 2006 -2010 is die stap dan ook gezet. Het nodige vooroverleg leidde ertoe dat de partij Progressief Beek herkenbaar werd als een lokale samenwerking tussen D66, PvdA en Groen Links.
de eerste fractie met Herman van Rens, ikzelf, Marleen de Visser (voorzitter) René Muurmans en wethouder Jan Bijen
In de campagne bleek dat die combinatie als verfrissend werd gezien. We kregen wel 4 zetels. En na onderhandeling ook nog een plek in het college. Als gevolg daarvan kwam ik voor het eerst als opvolger in de raad. Met zijn vieren konden we een goede verdeling van portefeuilles organiseren. Dat is gewoon niet te doen als eenling. Voor mijzelf werd het Bestuurszaken en Financiën. Er gaat zonder meer een wereld voor je open maar wat mij betreft was het een mooie uitdagende tijdsbesteding.
In de daaropvolgende periode (2010-2014) vertoonden we vormbehoud en kwamen wederom met vier raadsleden en een wethouder in het college terug. Zelf maakte ik de wissel naar de commissie Grondgebiedszaken. In die periode konden we letterlijk meters maken. Het project Keutelbeek kwam vanuit het papier tot leven en werd het eerste stuk van gerealiseerd.
Ook in de periode 2014-2018 kwamen we met 4 zetels in de raad. Ik het eerste jaar ook nog met een wethouder in het college. Zelf kreeg ik het erg druk. Niet alleen werd ik voorzitter van de commissie Inwonerszaken. Die commissie kreeg een wel zeer zware taak met het begeleiden van de decentralisatie van Jeugdzorg, Participatie en WMO. Ook nu nog is dat nog een ingewikkeld dossier voor alle gemeenten. Daarnaast werd ik ook fractievoorzitter. Dat is een ware aanslag op je vrije tijd maar omdat ik eerder ook in andere commissie meegedaan had en het overleg met mijn fractiegenoten goed verliep was het goed te doen. Maar,… na ruim een jaar brak het college. De coalitiepartij wilde niet langer met onze wethouder samenwerken. Een dergelijke rolwisseling van coalitiepartij naar oppositiepartij vraagt een wel heel andere opstelling van de hele fractie. Hoofdzakelijk komt dat doordat je opeens een enorme informatieachterstand hebt.
fractie in de periode 2018-2022
Bij de verkiezingen van 2018 hebben we daar geen verandering in kunnen aanbrengen. Dus ook in de periode 2018-2022 maken we deel uit van de oppositie. Ik heb er voor gekozen om meer inhoudelijk werk te gaan doen als lid van de commissie Inwonerszaken en niet langer als commissievoorzitter door te gaan. Intern hebben we de afspraak gemaakt dat ik na twee jaar het fractievoorzitterschap door zou geven aan mijn opvolger Eric Heitzer. Zelf ben ik uiterst content over hoe we dat met elkaar in deze periode hebben kunnen regelen. Dat die overgang van voorzitterschap samenviel met het begin van de coronapandemie was puur toeval. Maar voor mij en Eric had dat nauwelijks invloed op de veranderingen die we meemaakten. Dat de inhoud voorop kon staan heeft wat mij betreft goed gewerkt.
In de aanloop naar de verkiezingen van vandaag heb ik voor mijzelf besloten dat ik de fakkel over zou gaan dragen aan een ander. Intern heb ik me op een niet verkiesbare plaats laten zetten. Hooguit een activiteit als commissielid zou ik willen doen. Dat scheelt een behoorlijke slok op een borrel.
bij de start van de campagne 2022
Het vervolg heb ik later geschreven . Onder die noemer ” tijd voor verandering” heb ik meegedaan aan het schrijven van een programma. En ook mijn beste beentje voorgezet als het ging over de campagne te voeren. Ik moet zeggen dat ik gaandeweg mijn verwachting moest bijstellen. Was ik in het begin kritisch op de campagnestrategie, na het voeren van de vele gesprekken op de markt kwam er een kentering. Zou het toch lukken dat vormbehoud?
Nu de uitslag binnen is is het resultaat iets waarvoor ik een half jaar geleden onmiddellijk getekend zou hebben
We houden onze 4 zetels vast en bij een lager aantal uitgebrachte stemmen winnen we er nog zelfs 61. Als dat geen vormbehoud is, je zou dat zelfs winst mogen noemen.
Hieronder het resultaat in beeld
het voorlopige eindresultaat in 2022
We houden onze 4 zetels maar de collegeverhouding verandert volledig. Dat schept mogelijkheden voor een goede onderhandeling. De ideeën en de mensen zijn er. Voor mij een goed moment om als raadslid afscheid te gaan nemen.
Tot zover voor nu. De komende dagen zal ik nog eens terug gaan denken over wat in de verschillende perioden de belangrijke inhoudelijke zaken voor mij zijn geweest. Maar zoals uit het getalsmatige overzicht al blijkt is er alle reden geweest om tevreden erop terug te kijken. De steun van de kiezer is er vanaf 2006 altijd geweest. En dat zegt toch wel iets.
Het is nu 10 maart als ik aan deze blog ga beginnen. Rusland ik bedoel Poetin is al ruim twee weken in oorlog met Oekraïne. Hij is bezig met een weerzinwekkende genocide. Het enige wat hij lijkt te willen is het volk met de grond gelijk te maken. Dagelijks staan de gruweldaden volop in de krant. Ik kom er niet meer toe om de eerste 10 pagina’s ellende te lezen. Het is te verschrikkelijk. Een bruut einde aan ruim 75 jaar vrede in west Europa. En ondanks de eenheid die in Europa zo afgedwongen is, ondanks de sancties die vooral de Russische burger raken is het westen (de NAVO landen) bevreesd om betrokken te geraken bij deze oorlog. De ondersteuning die het Oekraïense volk en leger zo nodig heeft wordt niet geboden. Want ja we raken dan betrokken bij dit conflict en dan gaat Poetin over tot de inzet van kernwapens. Machteloze woede maakt zich van me meester en ik weet niet wat ik er mee kan doen. Hooguit heb ik bewondering voor de standvastigheid die de Oekraïense burgers zo hebben en de weerstand die ze bieden. Als je niet weg kunt is verzet inderdaad de enige optie.
In dezelfde tijd zijn wijzelf bezig met de voorbereiding van de gemeenteraadsverkiezingen. Als ik tot me door laat dringen met welke pietluttigheid we dan eigenlijk bezig zijn; lokale vrede versus wereldvrede voel ik wederom een blok in mijn maag. En toch zet ik me in om mensen naar de stembus te krijgen. En ja als dan op de markt iemand tegen me zegt dat die niet gaat stemmen word ik eigenlijk boos, al helpt dat het gesprek niet. Snap je dan niet wat de waarde is van de democratie die wij hier met zijn allen dagdagelijks onderhouden. Juist in deze tijd kun je eenvoudig zien dat het allemaal niet zo vanzelfsprekend is. Kennelijk zijn we zo verwend dat we niet in de gaten hebben hoe dun het vredeskoord is waarop we lopen. Kennelijk nemen we de vrijheid van meningsuiting en ons stemrecht als zo vanzelfsprekend aan dat we in mijn gemeente niet eens collectief stil durven te staan bij de uitslag van de gemeenteraadsverkiezing. Die uitslag vieren – hoe die ook uitpakt- zou het feest van de democratie moeten zijn waar ook in mijn dorp aandacht aan gegeven wordt. Maar nee, dit jaar is het een bijeenkomst in beperkte kring in het gemeentehuis.
Ook in eigen land lopen mensen rond die de acties van Poetin bagatelliseren. Mijn verstand staat daarbij stil. Maar dat kan ik die mensen natuurlijk niet vertellen besef ik me in het gesprek op de markt. In zo’n gesprek probeer ik te achterhalen waar de teleurstelling in het lokale bestuurlijke gebeuren vandaan komt. (vaak is het een afkeer van De Politiek en heeft het met de gemeente niets van doen.) En een enkele keer is het verloop van dat gesprek dan iets positiever. Al reken ik me niet rijk, want of die persoon uiteindelijk het stemhokje weet te halen zal ik nooit te weten komen.
twee van de 75 foto’s van Martin Schoeller te zien in Museum aan het Vrijthof te Maastricht
Midden in de week bezoek ik een tentoonstelling in Maastricht. Een portrettengalerij met 75 foto’s van joden die de holocaust nog overleefd hebben. Deze eenvormig door Martin Schoeller genomen portretten met de verhalen van de mensen daarbij maken een diepe indruk op me. Ongelofelijk welke vergevingsgezindheid daaruit spreekt ondanks het leed wat hen in familiare kring is aangedaan. Ergens geeft dat troost die beelden in deze periode van oorlog op me te laten inwerken. Het geeft de kracht om vanuit de eigen mogelijkheden te blijven doen wat mogelijk is. Mijn verhaal te delen met anderen. Mijn inzet voor gezin en gemeenschap waar ik deel van uitmaak te blijven continueren.
Natuurlijk vraag ik me af hoe we in deze situatie verzeild zijn geraakt. Steeds duidelijker wordt dat het regime van Poetin al decennia bezig is met het indoctrineren van de Russische bevolking met alle middelen die ze daarvoor maar kunnen bedenken. Onze westerse naïviteit is natuurlijk de reden ervoor dat we dat niet eerder doorzien hebben. Dat we de moderne communicatiemiddelen als neutrale middelen hebben gepropageerd. Zonder te zien dat je ook daar een andere boodschap diep kunt verankeren in het nietsvermoedende brein van mensen. Nu is dat niet zo eenvoudig te corrigeren. Ook al hebben we de middelen om de boodschap te delen. Zoals Elon Musk met zijn satellieten in staat is het Oekraïense volk van internet te voorzien, lukt het zo niet om tegenwicht te bieden tegen de Russische propagandamachine. Nee die zit zo breed verankert in de top van de Russische machtskoepel (die veel breder is dan enkel Poetin) en wordt zo gericht technologisch ondersteund, daar is de eerste jaren geen doorkomen aan.
Sancties zoals ze nu door het westen zijn doorgevoerd morrelen natuurlijk aan de interne stabiliteit van Rusland. Ik heb geen idee hoeveel tijd nodig is om zo echt een kentering te organiseren. En wat is er dan over van het Oekraïense volk en Oekraïne? Misschien kan het voor mij ongelofelijke van een derde wereldoorlog nodig zijn om echt een verandering te organiseren. Maar waarschijnlijk zitten we er al middenin, alle bezweringen ten spijt van “wij het westen raken niet betrokken”. Dat zal de tijd gaan leren.
Maar net als velen ben ik mijn veiligheidsgevoel nu kwijt en kijk ik aanmerkelijk minder positief naar de toekomst.
Wat een jaar maken we mee. Een jaar waarin we 50 jaar na het rapport van de club van Rome moeten constateren dat mijn generatie er niks van heeft gebakken en we afstevenen op een forse klimaatverandering die de diversiteit van de soortenrijkdom op deze wereld en daarmee haar toekomst, bedreigt. Nu ook nog een jaar waar we straks het label kunnen opplakken van de start van een derde wereldoorlog.
het is nu zaterdag avond 12 maart. Poetin blijft bommen gooien en opent de aanval op de graanvoorraden van Oekraïne. Met heer Bommel kan ik nu slechts uitroepen: Tom Poes verzin snel een list.
Binnenkort maken we – na de verkiezingen van maart 2022 – de 200e raadsvergadering in Beek mee die onder het zg “duale regime” valt.Op 28 februari 2002 werd het duale systeem bij wet aangekondigd en in oktober van dat jaar ingevoerd. https://bit.ly/3H3pZzg Dat hield onder andere in dat wethouders na hun verkiezing geen deel meer uitmaken van de Raad. Zij zijn als uitvoerders van raadsbesluiten een beetje op afstand geplaatst. Althans, dat is de bedoeling van de wetgever geweest. Vanaf 2006 heb ik ongeveer zo’n 160 raadsvergaderingen in dit systeem mee mogen maken. Deels als lid van een coalitie partij en vanaf 2015 als lid van een oppositie partij. Maar ik moet constateren dat ik nauwelijks iets gemerkt heb van dat duale karakter. De overleggen van de raad hebben in beide perioden een vergelijkbaar karakter gehad. Wel is de invloed die je als raadslid van een coalitiepartij hebt om het beleid te beïnvloeden ontegenzeggelijk groter. Zo hebben wethouders van een coalitiepartij de behoefte om ook de vergaderingen van de steunfractie te bezoeken. Dat geeft de mogelijkheid om in het voortraject in te spelen op de informatie die je dan krijgen kunt. Maar nadat de coalitie gesproken heeft en het voorstel op de agenda staat is er van een open dialoog met de raad eigenlijk nauwelijks sprake. Dat heeft natuurlijk sterk te maken met de ambitie die de raadsleden hebben om onderling met elkaar het debat over de voorstellen aan te gaan. En die ambitie blijkt in de praktijk van de Beekse raad nogal afwezig te zijn en tegen te vallen. In de tweede periode heb ik als lid van de oppositie flink getrokken aan de vernieuwing van de procesgang in de raad. De introductie van z.g. “Beeldvormende vergadering” zou een mogelijkheid zijn om als raad aan het begin van een beleidstraject echt mee te denken over de richting die het beleidsvoorstel zou moeten krijgen. Dat zoun ook goed passen bij de kaderstellende rol die de raad heeft in het duale stelsel. Maar helaas, de zittende coalitiepartijen vonden het maar niks. En zo kwam de discussie over de inhoud niet eens op gang. De coalitie vormt een gesloten front en dat blijft net zo lang als de getalsverhoudingen in de Raad dat mogelijk maken. Er valt dus voor de Beekse inwoner wel wat te kiezen tijdens de verkiezing voor de gemeenteraad in maart.
voorbeelden
Een aantal recente ervaringen geven een aardige ondersteuning van het beeld dat ik hierboven schets.
In de commissievergadering Inwonerszaken van februari had ik graag het onderwerp “Ambulancezorg” aan de orde gesteld. Dit naar aanleiding van een te nemen besluit door de gemeentelijke vertegenwoordigers bij de Gemeenschappelijke regeling over dat onderwerp later die maand. Maar het presidium wees het zonder verdere motivatie af. In de wandelgang vernam ik dat de betreffende wethouder geen behoefte had aan verdere discussie over dat onderwerp. Vanuit de andere groeperingen werd hier niet op gereageerd.
In diezelfde vergadering kwam aan de orde een onderzoek over het accommodatiebeleid van deze gemeente. Hiertoe had de raad in oktober vorig jaar een unanieme motie aangenomen. Niet alleen moest het college herinnerd worden aan dat gegeven. De uitvoering strookte niet met de ideeën die ten grondslag lagen aan de betreffende motie. Maar wederom vonden de coalitiepartijen het wel best.
Een derde voorbeeld betreft ook een unaniem aangenomen motie. Dit keer over de ontwikkeling van een pilot in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning WMO. De gemeente voert dit uit in samenwerking met andere gemeenten in de regio. Bij de beantwoording van op dit punt gestelde vragen moest het college herinnerd worden aan de aangenomen motie. Het verzwijgen van de motie maakt kennelijk onderdeel van een strategie. Het niet uitvoeren daarvan is een vervelend aspect van de geldende bestuurscultuur. Als je als college het er niet mee eens bent dan kun je toch aan de raad zeggen dat je de motie niet wilt uitvoeren. Maar dat past niet in de regie van het duale stelsel zoals we dat in de gemeente hebben.
Logisch dat mijn groepering bij de komende verkiezingen als motto heeft “Tijd voor verandering” Een opener debatcultuur is het noodzakelijke begin van een bestuurlijke vernieuwing ook op gemeentelijk niveau.
aan het woord tijdens een commissievergadering
Veranderingen in gemeentelijke verantwoordelijkheden.
Door de jaren heen is er nogal wat veranderd in de taken verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de gemeentelijke overheid. Het voert te ver om hier een overzicht van te geven. Maar door bijvoorbeeld de decentralisatie van de WMO, de participatiewet en de wet jeugdzorg is in 2015 een behoorlijke verandering geïntroduceerd. De complexiteit daarvan is niet te onderschatten, al was het maar door de te beperkte middelen die de gemeenten hiervoor van het rijk hebben gekregen. Logisch dus dat regionale samenwerking het geëigende middel geworden is om dit beleid te ontwikkelen en uit te voeren. Zo kent mijn gemeente ca 30 Gemeenschappelijke regelingen. Voor een individueel raadslid wordt het dan heel moeilijk om de ontwikkeling van het beleid te kunnen beïnvloeden. Zeker als de coalitiepartijen vanaf het voortraject elkaar de hand boven het hoofd houden. Het hebben van een goede debatcultuur waarbinnen in alle fasen van beleidsontwikkeling naar elkaar geluisterd wordt is dan een randvoorwaarde. Anders rest je als raadslid enkel de zg “loszittende stoeptegel” oftewel het benadrukken van incidenten. Helaas is dat ook keuze van de journalistiek bij het geven van aandacht aan de lokale bestuurlijke ontwikkeling. Wel incidenten benadrukken maar inzicht geven in het besluitvormingsproces dat zich voltrekt is er niet bij.
Is Beek uniek?
Wis en waarachtig niet. Dat wordt treffend geïllustreerd in het artikel dat onlangs in de NRC is beschreven over de gemeente Ysselsteijn. https://bit.ly/3BDNLAz Ook daar een veelheid van regionale samenwerkingen. En een zeer gebrekkige invloed van raadsleden op de lokale politieke agenda. In die gemeente speelt de discussie om tot gemeentelijke herindeling te komen. Dat hebben we in Beek (nog) niet. Het roept bij mij herinneringen op aan de beginperiode dat ik net in de raad zat. Toen hadden we het over bestuurlijke samenwerking in de regio Westelijke mijnstreek (2006-2010). Met behulp van veel extra financiële middelen, verkregen vanuit de provincie, is het nodige in gang gezet. Onze gemeente heeft zo een regionaal werkend centrum voor aangepast sporten kunnen ontwikkelen. Terwijl b.v. buurgemeente Sittard-Geleen heeft kunnen werken aan een routeinformatiesysteem voor het verkeer. Op zichzelf staand prima ideeën. Maar na afloop van het regionale programma, de middelen waren immers op, verdween de samenwerking. En wat blijkt achteraf? Er was geen eenheid van visie en doelstellingen, iedere gemeente vocht voor de eigen doelen. Als raadslid ga je daar ook zeer gemakkelijk in mee. Wat er in andere gemeenten gebeurt kun je niet overzien. Dus hoe moet je daar een oordeel over kunnen vormen? Onze fractie heeft toen een pleidooi gehouden voor regelmatige gemeenschappelijke vergaderingen van alle raadsleden van de samenwerkende gemeenten. Maar dat blijkt in de praktijk slechts incidenteel te kunnen.
Voor mij was toen en is nu de slotsom dat de raad zich moet kunnen richten tot die onderwerpen die het daadwerkelijk kan beïnvloeden. En dat de bovengemeentelijke onderwerpen toegewezen moeten worden naar een ander gremium. Dat hoeft niet direct een vierde bestuurslaag te worden al kan een ooit door D66 gepropageerd districtenstelsel een goede stap zijn. Eigenlijk had Thorbecke het destijds al best goed gezien met zijn driedeling in het bestuur. Ook nu nog kan dat werken, maar wel pas nadat een hernieuwde afbakening van de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden is geregeld.
EN de dualiteit in de gemeente Beek dan?
Bij de start van de huidige raadsperiode is getracht een zg “raadsakkoord” te vormen. Oftewel een door alle partijen in de raad te ondersteunen beleidsplan. Het te vormen college van Burgemeester en wethouders zou dat vervolgens kunnen gaan uitvoeren. Als dat een garantie zou zijn voor een open dialoog zoals bedoeld met de invoering van het dualisme zou ik dat best willen omarmen. Maar gevoed door de ervaring van 16 jaar raadslid in de gemeente Beek vrees ik dat die discussie enkel gevoerd wordt tot het moment dat handtekeningen onder het plan staan of tot de wethouders zijn benoemd. En daarna zal het stil gaan worden. Daarom ben ik daar niet voor. Ik heb in deze blog vaker verwezen naar H.J.Tjeenk Willink met zijn notities “Groter denken, kleiner doen”. https://bit.ly/36lcnm1 Dat lijkt mij een beter begaanbare weg. Open het debat. Niet alleen in de raad, maar zeker ook met de lokale bevolking. En vooral; richt je op die zaken die van wezenlijke invloed zijn op de burger en die je als gemeentelijke overheid kunt beïnvloeden omdat je daarvoor de middelen en instrumenten voor hebt. Geef die burger een stem. Organiseer dat debat dan ook als wezenlijk onderdeel van de beleidscyclus die je als gemeente hebt uit te voeren. Niet voor niets tref je die onderwerpen dan ook aan in de flyer waarmee Progressief Beek de steun van de Beekse kiezer hoopt te verwerven. https://bit.ly/35evX33. Lokaal valt er echt iets te kiezen.
In dit eerste blog van 2022 kan ik natuurlijk niet om de hele coronageschiedenis heen. Die houdt ons nu al bijna twee jaar bezig. Met meer vallen dan opstaan vindt Nederland zijn weg hiermee. En als we alle gegevens mogen geloven doen we het niet eens zo slecht. Maar qua timing kon het op een aantal momenten beter. Inmiddels mag Ernst Kuipers zich als minister er mee bezig houden. En ja hij doet het anders. Korter en ietsje meer echte beelden erbij. Qua inhoud is hem dat wel toevertrouwd.
Maar helaas is de Nederlandse samenleving in verwarring. Velen volgen de maatregelen, zo neemt het aantal mensen dat een derde (=booster) prik gehaald heeft sterk toe. Indrukwekkend nu het eenmaal op gang gekomen is. Maar aan de andere kant is er een toenemend luidruchtigere groep die zich met alles ertegen verzet. Dat maakt het niet makkelijker op. Hoe komen we hier ooit uit?
Er wordt gewerkt aan een lange termijnplan. Maar te veel mensen willen doen alsof Covid er niet meer is. En ja dan komt er maar van wat ervan komt. Ze zeggen er nog net niet bij “kan mij wat schelen”.
Het argument dat erbij gebruikt wordt is “kom niet aan mijn vrijheid”. Dat klinkt heel mooi maar is toch wel een beetje makkelijk geredeneerd. Na twee decennia neo-liberalisme zijn we aardig aan het doorslaan. En daar staan we niet alleen in getuige de ontwikkelingen elders in de wereld (USA met Trump, UK met Boris Johnson, Frankrijk met Le Penn)
Dan een lange termijnbeleid ontwikkelen valt niet mee.
Zeker als nu gesteld wordt dat tijdens de kabinetsformatie er enkel met de geldbuidel gerammeld is om zo’n beetje iedere doelgroep tevreden te houden. (behalve de AOW-ers als ik de discussie in de tweede kamer mag geloven) zie de column van Sheila Sitalsing in de Volkskrant van 18 januari. https://bit.ly/3nzisB2
Er worden allerlei creatieve oplossingen gesuggereerd. Lange wintervakantie in plaats van een lange zomervakantie. Omdraaiing van het theaterseizoen, 2-3 keer per jaar boosteren en ach laat dat virus maar uitrazen.
In de NRC van zaterdag werd dit dilemma mooi geschetst door Ginny Mooy https://bit.ly/325Oltw Ze was ook aanwezig bij een discussie bij OP1. Daar vertolkte ze haar standpunt samen met Burgemeester van Haarlem (Jos Wienen) Maar het viel me op hoe snel de gespreksleider het thema “hoe accepteren we de aanwezigheid van het virus in onze samenleving” van tafel schoof. En toch zullen we het daar indringend met elkaar over moeten hebben. Ergo zoals Ginny terecht besluit: hoe gaan we allemaal de consequenties van het doorgeven van een besmettelijke ziekte nu eindelijk eens serieus nemen?
Ik las dit weekend een tweede artikel dat me ondersteunde in deze redenatie. Het staat in het blad IDEE in het themanummer over “verzet”. (no 213 dec 2021 pag 13-15) Sander van der Kraan beschrijft daar de paradox van het sociaal-liberalisme.
“Dat betekent dat verandering en verzet onmogelijk zijn noch dat pacificatie onvermijdelijk is. Het vereist alleen een andere aanpak en een ander fundament. Om het originele ideële streven van het sociaal-liberalisme daadwerkelijk voort te zetten moet het zichzelf ontleden en ontmantelen: de beoogde waarden van individuele vrijheid, kansengelijkheid en echte democratie kunnen alleen gerealiseerd worden door te breken met de kapitalistische en individualistische kern van de ideologie om zich vervolgens te keren tot collectiviteit en solidariteit”
Deze slotconclusie van zijn betoog geeft mooi weer wat we kwijtgeraakt zijn na een zo lange periode van neo-liberalisme. Nee de verzuilde samenleving had best iets goeds. Namelijk het idee dat we onderdeel uitmaken van een collectiviteit die ons in staat stelt om onszelf te zijn en ontwikkelen. Maar de vormgeving van midden vorige eeuw met zijn verzuiling past toch echt niet meer. Het zal moeilijk worden om de gedachte aan een collectief bewustzijn weer een onderdeel te laten zijn van ons mensbeeld. Maar zonder dat zullen we niet in staat zijn op adequate oplossingen aan te dragen voor de problemen die we zelf gecreëerd hebben. Klimaat, sociale ongelijkheid, verdeling tussen arm en rijk en op mondiale schaal ook vreedzame co-existentie die we kwijt geraakt lijken te zijn.
Met deze gedachten ga ik komende dagen zien hoe in ons nationale parlement gesproken zal worden over de regeringsverklaring van het nieuwe kabinet. Dat kabinet had natuurlijk een andere leider moeten krijgen, het zou gelijk een stuk geloofwaardiger geweest zijn. Maar ook dan zou ik er niet gerust op zijn geweest. Toch wordt het tijd dat het besef van “samen met elkaar en voor elkaar” doordringt in het publiek besef van Nederland. Ik vrees dat we het nieuwe jaar ingaan met een forse lading oud zeer in plaats van met elkaar de dialoog aan te gaan.
Een terugblikop het jaar dat maar niet op gang kwam
Aan het eind van de maand januari ben ik begonnen met het schrijven van een blog. Doel daarbij is het vastleggen van mijn gedachten en bevindingen. In eerste instantie puur voor mijzelf. En, gebruik makend van de ervaringen die ik al lezend, ontmoetend en reizend heb opgedaan. En vervolgens ook gebruik makend van de mogelijkheid om die via dat blog te delen. Reacties daarop krijgen is mooi meegenomen. Dat past bij mijn algemene instelling als kenniswerker: delen is vermenigvuldigen. Anders dan het delen van de bijdragen via bij instagram account en via linkedin heb ik daar verder geen moeite voor gedaan. En ja, het is mijn blog een enkele uitzondering daargelaten komt mijn naaste familie niet aan bod.
Zo aan het eind van het jaar daarop terugkijkend helpt het me hopelijk om een beetje grip te hervinden op dit rare jaar. Gelijk eenieder werd ook ik zeer beperkt in de mogelijkheden vanwege Corona. De activiteiten als lokale vrijwilliger werden frequent on hold gezet. Museumbezoek was maar beperkt mogelijk dus is het aantal reiskilometers met eigen of openbaar vervoer is zeer gering. Dus waar houdt zo’n mens zich dan mee bezig?
In onderstaande figuur is het overzicht van de titels opgenomen. Daarnaast staat een korte weergave van de belangrijkste inhoudelijke thema’s .
onderwerp
aantal
Transformatie
12
Raad Beek
11
Corona
9
Klimaat
8
Verkiezingen/formatie
5
Jeugd
4
Dat ik zo vaak iets vermeld heb gerelateerd aan het werk als raadslid in de gemeente Beek is natuurlijk niet verrassend. Het vormt immers een belangrijk kader voor mijn maatschappelijke activiteiten. Opmerkelijk is wel dat ik me kennelijk ingehouden heb om veel te schrijven over het controversiële vliegveld dat we in onze gemeente hebben nl. MAA. Voor de lokale gemeenschap is dat een terugkerend en zorgen wekkend onderwerp. Terwijl de lokale politiek er met een grote boog omheen blijft lopen. Vanuit mijn groepering (Progressief Beek) agenderen we het onderwerp bij iedere zich voordienende gelegenheid. Mijn eigen acties in deze richt ik dan ook op ondersteuning van provinciale politici aangezien daar de discussie over een gezonde toekomst niet uit de weg gegaan wordt.
Transformatie als centrale thema
Terugkijkend constateer ik dat ik het vaak heb over een thema als “transformatie”. En eigenlijk is dat niet zo verrassend. Als professionele kenniswerker was dit onuitgesproken een thematiek die me veel heeft beziggehouden. Als betrokkene bij onderzoek via het verbinden tussen verschillende kennisdomeinen. In de loop van de tijd veranderden de onderwerpen, maar steeds weer vormde verbinden van kennis naar toepassing de kern. In de CLB tijd: celbiologie, haematologie en immunologie. Bij wetenschapsbeleid: hulpmiddelen voor gehandicapten. Bij TNO en IRV: ouderen en technologie. Bij Saxion en Zuyd: Zorg en technologie. In al die gevallen was ik de toepassingsgerichte ondersteuner die door partijen bijeen te brengen (langs de wegen van de inhoud!) bijgedragen heeft aan het creëren van nieuwe mogelijkheden. Niet voor niets was in de laatste 15 jaar mijn motto ‘Zorg en Technologie; Benut de mogelijkheden”. Daar zat immers voor mij de drive.
Toenemende innerlijke onrust
Zo terugkijkend naar mijn jaar 2021 valt me eigenlijk op waar de door mijn gevoelde onrust eigenlijk vandaan kwam. Heb ikzelf de neiging om verbanden aan te leggen tussen verschillende ontwikkelingen en daar kansen en mogelijkheden in te zien, dat blijkt geen algemeen gemeengoed te zijn. Want hoe logisch is het eigenlijk om te zien wat het gevolg moet zijn van de ontwikkelingen op klimaatgebied? Ontkennen kan niet meer dus doe iets aan de oorzaken (minder en duurzamere groei). En als mondialisering een van de oorzaken is van de exponentiële verspreiding van het corona virus en aanleiding geeft tot een lockdown. Hoe bizar is het dan om een mobiliteitspatroon gelijk weer op te pakken alsof niets is gebeurd? En als marktwerking in de zorg geen oplossing biedt voor verdeling van de schaarste waarom gaan we er dan toch mee door? Zo kun je door blijven gaan en dat deden we dan ook in het afgelopen jaar. Ondanks de roep op verandering had de nationale 2e kamerverkiezing helaas als resultaat dat het huidige kabinet door kan gaan omdat het een meerderheid behouden heeft. Meest verrassend in deze is nog dat het van maart tot december heeft moeten duren voordat er iets van een regeerakkoord gebrouwen is.
Zoals gezegd voor mijzelf was dat eigenlijk alleen maar meer aanleiding om onrustiger te worden. Jezelf beperkingen op moeten leggen en dat terwijl de afslag naar een fundamentele verandering/verbetering maar niet genomen wordt.
En als je dan zoals ik in een blog van 17 februari deed, teruggrijpen naar het rapport van de club van Rome, met daarin de schets van de klimaatontwikkeling, dan realiseer je je dat 50 jaar beleid vanuit mijn eigen generatie van baby-boomers niets, maar dan ook niets heeft gedaan om deze ellende te voorkomen. Dat besef drukte steeds zwaarder op me. Ik werd pas bij lezing van het boek van Jan Rotmans “Omarm de Chaos” een stukje geruster. Hij laat zien dat transformeren van organisaties en processen kan. Ook dat het kan ontstaan in het brein van enkelingen. Die op de juiste plek aangekomen de noodzakelijke krachten weten te ontwikkelen om een tijdrovend proces in gang te kunnen zetten. Paul Polman (unilever) Feike Seibesma (DSM) Marian Minnesma (Urgenda) Jonathan Pols (Milieudefensie) dat zijn van dat soort mensen die het verschil kunnen maken. In de politiek heb ik dat indertijd meegemaakt bij Joop den Uyl (PvdA) en afgelopen jaar gezien bij Sigrid Kaag. (D66). Ze maken het verschil omdat ze een beeld geven van de richting die ze in willen gaan, om het woord visie die ze hanteren maar niet te gebruiken.
En nu door?
En dat brengt me bij de transitie van 2021 naar 2022. Met een beetje herwonnen zelfvertrouwen durf ik de onrust die 2021 heeft gebracht wel achter me te laten en iets onbevangener te gaan zien wat 2022 in petto heeft. Geheel gerust ben ik er op landelijk niveau kijkend er niet op. Immers onze landelijke (marketing-) manager denkt nog steeds dat hij in staat is leiding te geven aan de ontwikkeling. Het treft daarbij dat hij niet behept is met iets wat lijkt op een visie. En dus zal het een richtingloze ontwikkeling zijn die onder zijn leiding doorgemaakt wordt. Tenzij er in zijn omgeving iemand opstaat die wel vanuit een eenduidig kompas een aantal gerichte stappen durft te gaan zetten. Maar dat is kennelijk aan moderne politici niet gegeven. De laatste column van Louise Fresco in de NRC hint daar in ieder geval wel naar https://bit.ly/3mHdq55
En lokaal dan?
En lokaal zo zal de lezer zeggen. In bijna de helft van mijn blogs is een verwijzing naar de lokale politiek terecht gekomen. En daarbij gaat het dan ook om een verandering van werkwijzen op specifieke gebieden. En komend jaar hebben we de mogelijkheid om een wijziging in het lokale bestuur aan te brengen. Mijn groepering (Progressief Beek) vindt dat het nodig is getuige de prominent gebrachte leus “Tijd voor verandering”. Geheel logisch is dat ik met mijn kennis en ervaring meegeholpen heb om dat nieuwe programma tot ontwikkeling te brengen. Net zo logisch ook dat ik mijn plaats in het lokale bestuur ter beschikking ga stellen. Wie hem krijgt dat maakt de kiezer wel uit. Dus ook voor mij is het weer tijd voor verandering. En dat is wellicht aanleiding voor een volgende serie blogs in 2022!
oftewel; lukt het om overeind te blijven in deze (be-)stuurloze periode
We zitten midden in de vierde golf van de coronabesmettingen. De wekelijkse getallen zijn nog niet eerder zo hoog geweest. En dat terwijl we dachten langzaam naar de versoepelingen van de maatregelen kunnen gaan. En ja hoor weer een lockdown. Gedeeltelijk deze keer. Van 5 uur ‘s avonds tot 7 uur ’s ochtends. Dat het nodig is daar twijfel je niet aan. Zeker als je het indringende verhaal van de ziekenhuisbestuurder David Jongen via Buitenhof hoort. Zijn collega’s spreken al van “oorlogsgeneeskunde” oftewel redden wat er te redden valt en weten dat niet alles te redden is. Dan is het heel logisch dat de vertwijfeling toeslaat. En dat na een aanhoudende periode van enkele weken waarin veel bedden zijn vrijgemaakt voor de zorg aan corona patiënten. En nu wordt men gedwongen om ook zorg die niet langer dan 6 weken uitgesteld mag worden toch uit te stellen (kankerbehandeling, hartoperaties). Gelijk eerdere periode is de regio Limburg nu weer mee de eerste regio die het zo zwaar te verduren krijg. De redenen liggen deels in de vergrijzing maar toch ook al de veel langer bekende kortere levensduur als gevolg van een lagere sociaal economische status van de bevolking.
David Jongen Directeur Zuyderland
Onderschatting ernst situatie als oorzaak voor falen?
Het verhaal hoe dit zo kon gebeuren is eigenlijk niet zo spannend. Velen dachten we zijn klaar met het virus. Maar ja dat virus blijft hier. En het verrast ons steeds weer. De korte klap mag weer plaats maken voor de lange adem. Het is nota bene bijna twee jaar geleden dat de eerste geluiden over een merkwaardig virus de kop op stak. Twee jaar van geploeter om het er onder te krijgen. Collectief is dat niet gelukt zoveel is zeker. Een virus dat verandert en zich keer op keer aanpast en zorgt voor een nieuwe golf van infecties. Na de uiterst besmettelijke Delta variant mogen we ons nu teweer stellen tegen de nog besmettelijker Omicron variant. Eigenlijk is het fantastisch als je ziet hoeveel we in zeer korte tijd te weten kunnen komen over een dergelijk virus. Gisteren werd er bij Op1 al een plaatje getoond met de kenmerken van deze variant in vergelijking tot eerder waargenomen varianten. Zo is een Phylogenie oftewel een virusstamboom opgesteld aan de hand van de waargenomen mutaties
In het weekend klonk veel ophef over de ontdekking van dat nieuwe virus. De roep om de grenzen te sluiten en zo de verspreiding in te dammen klonk allerwegen. Maar nu, twee dagen later wordt duidelijk dat deze variant van het virus alweer veel langer onder ons is. Grenzen sluiten helpt dus niet als crisismaatregel. Maar de basismaatregelen zijn nog onverkort effectief in het voorkomen van de verspreiding.
Nemen we nu wel de juiste maatregelen?
Nog volstrekt onduidelijk hoe effectief de beschikbare vaccins tegen deze variant kunnen zijn en welke ziektelast ze gaat veroorzaken. Feit is dat nu wederom een belangrijke bijstelling in de strategie moet worden uitgedokterd. Is een halve lockdown het middel dat ons uit deze crisis helpt? En hoe lang mogen we die dan gaan toepassen? En dat met een winter voor de deur. In de zoveelste persconferentie heeft het leidend duo Rutte en De Jonge voor het eerst iets van een boetekleed aangedaan. Toegegeven dat ze niet zo effectief hebben gecommuniceerd. Dat is goed om te horen, maar of het echt helpt. Die vraag mag zeker worden gesteld. Maar nog steeds is de communicatie er niet op gericht om echt iedereen er toe te brengen om zich te laten vaccineren. Het helpt ook niet dat inmiddels duidelijk is geworden dat we na 6-9 maanden na de vaccinatie toch een boosterprik nodig hebben om de bescherming op peil te houden. De belangrijkste verdedigingslinie die we hebben bestaat uit twee aspecten; het via gedragsmatregelen voorkomen van verspreiding van het virus en via vaccinatie het verminderen van de ziektelast. En daarom is het gekmakend dat de gedragsmaatregelen slecht worden ondersteund en dat niet volop ingezet wordt op een zo hoog mogelijke vaccinatiegraad. Inmiddels moeten we constateren dat dit virus niet meer weg zal gaan. Het uitdoven ervan gaat ons niet lukken. Juist omdat de toepassing van vaccins zo slecht verdeeld is. Zijn we in de westerse wereld toe aan het geven van een booster aan iedereen, in Afrika is een vaccinatiegraad van minder dan 25%. Dus alle kans voor het virus om zich door te ontwikkelen.
Over het vaccin doen de meest wilde verhalen de ronde. En ze worden keer op keer weer verspreid. Dat dit bij sommigen leidt tot echte paniek als er sprake is van het zetten van een prik is dan niet verrassend. En Ja zoals in bijgaande foto kun je natuurlijk met man en macht proberen om het gemoed van deze 8 jarige Israëlische jongen zo te stemmen dat de prik gezet kan worden. Ik blijf het toch een bizar beeld vinden.
Vaccinatie van een 8-jarig Israëlische jongen
Hoe consistent is ons beleid?
Na bijna twee jaar beleid komen we tot de ontdekking dat het Nederland kennelijk zeer veel moeite kost om een beetje consistent beleid tot ontwikkeling te krijgen. Wat kan wel en wat kan niet is dan een belangrijke vraag. Politiek gesproken wil men nu een zg 2G beleid organiseren Dat wil zeggen dat wanneer je via een QR code kunt aantonen dat je volledig gevaccineerd bent of dat je de ziekte al hebt doorgemaakt kun je toegang houden tot evenementen en voorzieningen. Bij een 3G beleid is ook nog de optie om aan de hand van een sneltest aan te toten dat je geen virus bij he draagt. Voldoe je niet aan die voorwaarden dan krijg je geen toegang. Het is duidelijk dat dit controversieel is. Maar ook dat wetswijziging nodig zal zijn om dit voor elkaar te krijgen. Natuurlijk leidt dit tot een tweedeling in de discussie en een tweedeling in de maatschappij. Immers de 15 % niet-gevaccineerden worden buitengesloten. Wat mij betreft is die discussie ook aardig ontspoort.
Dat heeft mede kunnen gebeuren omdat onduidelijk is binnen welk perspectief deze vergaande maatregelen geplaats moeten worden. Als ze gaan helpen, wanneer mag je dan verwachten dat ze beëindigd gaan worden, welk mijlpaal wil je bereiken. En dat wordt in de Nederlandse situatie niet meegenomen. En dan kan de discussie gewoon blijven doorgaan zo blijkt.
Rudi Westendorp maakte in dat programma Buitenhof daar een aardig statement over. Hij kent als oud hoogleraar Ouderenzorg aan de univ Leiden de Nederlandse situatie heel goed. Nu hij betrokken is bij de univ van Kopenhagen kan hij de vergelijking met Denemarken maken. De vaccinatiegraad is in beide landen vergelijkbaar. Maar in Nederland is er luid protest tegen de maatregelen, hebben we een halve lockdown en is eigenlijk iedereen ontevreden. Door beide landen te vergelijken heeft hij een idee hoe dat zo is kunnen ontstaan. Beide landen hebben het Polderen in de bestuurscultuur staan. Alleen maakt Nederland het niet af. We blijven doorgaan ook als er een besluit genomen is. En zo kan het gebeuren dat de 80% de achter het besluit staat overvleugeld wordt door de minderheid en de discussie niet stopt. Voeg daarbij dat het besluit niet transparant gedeeld wordt zodat iedereen het hoe en waarom kan volgen en ziedaar de voedingsbodem voor de continue discussie.
Rudi Westendorp
En verder?
Er wordt nog druk gesleuteld aan een nieuw kabinet. Kennelijk wordt er vooruitgang geboekt want er wordt nauwelijks meer gelekt. Daarbuiten gebeurt er wel het nodige dat in de goede richting gaat. Shell mag dan naar Groot-Brittannië verhuizen, het ABP en andere fondsen investeren er niet meer in. Het bedrijf lijkt de slag naar duurzaamheid te laat ingezet te hebben. Tata Steel (Hoogovens) wordt eindelijk gedwongen om sterke maatregelen te nemen om de verspreiding van lood te reduceren. Misschien is dat de voorbode van en positieve ontwikkeling. Want als je goed kijkt zie je dat het bedrijfsleven de klimaatboodschap beter begint te begrijpen dan onze overheid.
In wat voor tijd leven we eigenlijk?
Een antwoord daarop is moeilijk te vinden. Volg je de berichten dan lijkt het erop dat heel veel verschillende zaken samenkomen. Biodiversiteit, economie, klimaat, pandemie, toenemende kloof tussen “have en have-not”, bestuurlijke aderverkalking en ga zo maar door. Dat werd mij pas goed duidelijk bij het lezen van het boek van Jan Rotmans. Zijn boodschap “0marm de chaos” vind ik zeer treffend gekozen. Nou hakt hij al wat langer met dat bijltje. Maar hij laat ook zien dat noest volhouden uiteindelijk wel tot verbeteringen leidt. Zie de acties van Urgenda. Maar zie ook wat bedrijven zelf kunnen doen. De transitie van b.v. DSM in mijn regio van energieleverancier (steenkool) via plastics naar bulkchemie en uiteindelijk voedingsmiddel industrie laat zien dat het kan. Cruciaal daarbij is het ontwikkelen van een visie en op basis daarvan consequent gerichte stappen naar die beoogde toekomst te zetten. Zoiets heet “transformeren”. En ja dat kan ook voor onze bestuurlijke ontwikkeling. Vandaar dat de acties van Urgenda eindelijk resultaat geven. Als je dat door vertaald naar onze landelijke politiek is duidelijk dat we behoefte hebben aan nieuw leiderschap. Maar wat dat in gaat houden is nog maar zeer de vraag. Voor mijzelf is helder dat ik de gladde, opportunistische praatjes van Mark Rutte meer dan zat ben. Hoe langer die formatie duurt des te beroerder zijn uitingen. De gedachte dat we nog vier jaar naar die man moeten luisteren stemt droevig. Maar misschien is dat ook Nederlands. We veranderen pas als het water echt tot aan onze lippen staat. Als ik iets hoop van deze periode is het toch wel dat het nieuw te vormen kabinet een duidelijker kompas gaat hanteren en dat de mensen die daaraan leiding gaan geven in staat zijn daarvoor draagvlak te verwerven. Een niet geringe klus. Maar als zij in staat zijn “de chaos te omarmen” begin ik weer een beetje vertrouwen in de Nederlandse toekomst te krijgen. Het boek van Jan Rotmans heeft me wel geholpen om in te zien dat de transformaties die we met elkaar door moeten maken nog heel veel tijd zullen vergen. Dat inzicht maakt de huidige situatie voor mij in ieder geval iets beter hanteerbaar.